Renault: winst gaat voor volume

0

Luca de Meo, de nieuwe CEO van Renault, zal in januari 2021 de nieuwe bedrijfsstrategie van het autoconcern presenteren. Maar hij lichtte van de week al een tipje van de sluier op.

Er werd reikhalzend uitgekeken naar de toespraak van De Meo. Helaas voor hem staat zijn eerste publieke optreden sinds hij CEO van Renault is in het licht van rampzalige financiële resultaten. Dat drukt de stemming. Maar dit kan je ook positief uitleggen: De Meo zal nu extra gemotiveerd zijn om de mouwen op te stropen. Hij weet, na het 7,3 miljard euro verlies dat Renault heeft geleden, dat er hem een omvangrijke taak wacht. En dat het Franse autoconcern het onder zijn bewind amper slechter kan doen.

Maar De Meo (foto) gaf tijdens zijn toespraak aan dat het nog te vroeg was is om de details van zijn reorganisatieplan voor Renault te onthullen. Wel worden door de nieuwe CEO de eerste piketpalen uitgezet. Het gaat daarbij om de merkstrategie in grote lijnen, waarmee niet alleen de toekomst van de Renault van belang is, maar ook die van Dacia en Alpine. Het plan om flink in de kosten te gaan snijden, werd afgelopen mei al gepresenteerd. Doel daarvan is om de vaste kosten van het autoconcern in 3 jaar tijd met 2 miljard euro te verlagen.

Voor de evolutie van de 3 merken van de Renault Groep kondigt De Meo aan dat zijn plan in januari in detail zal worden onthuld. De nieuwe CEO wil eerst de tijd nemen om het bedrijf beter te leren kennen: de fabrieken, de dealers, de ontwerpbureaus en om de overgrote meerderheid van de managers van het autoconcern te ontmoeten. De Meo heeft een team van 40 mensen samengesteld, die de verschillende functies, divisies en regio’s vertegenwoordigen. Zij zullen hem helpen om het strategische toekomstplan te schrijven. “Het zal geen verlanglijstje zijn, maar een reeks acties waartoe wij tegen die tijd hebben besloten en waartoe er reorganisaties plaats dienen te vinden”. Het plan bestaat uit 3 fasen die de periode tot 2026/2027 bestrijken, waarbij de eerste fase “het overleven van de storm” is om in de context van Covid-19 te blijven.

Het belangrijkste onderdeel van het plan van De Meo is om van een strategie van een race naar maximale volumegroei over te gaan naar een strategie van het genereren van winst. Hij geeft aan dat hij momenteel al bezig is met het productplan voor Renault. De investeringen zullen zich concentreren op ‘high potentials’. Dit lijkt het einde van modellen als de Talisman, Espace en Scénic te markeren. De Meo laat weten blij te zijn dat hij bij Renault een aantal “parels” heeft gevonden. Hij doelt hierbij met name de nieuwe E-Tech hybride technologie en het toekomstige platform van de alliantie met Nissan (en Mitsubishi) voor elektrische voertuigen, de CMF-EV architectuur. Hij zegt dat dit onderstel zich in alle opzichten (techniek, kosten) volledig kan meten met de MEB bodemplaat van de Volkswagen Groep voor elektrische auto’s. En De Meo kan het weten, want die concurrent was zijn vorige werkgever.

Wat de merken van de Franse autogroep betreft, zei De Meo dat Renault zichzelf opnieuw in het hart van de markt moet plaatsen, zonder meer details te geven. Maar het is duidelijk dat er geen semi premium positionering à la Peugeot wordt nagestreefd. De afgelopen weken ontdekte hij hoezeer Dacia een “wonder” is, omdat “niemand in de auto-industrie zoveel geld kan verdienen in dit deel van de markt”. Interessant is dat De Meo ook zei: “het is tijd voor Dacia om als merk op te bloeien”. Deze uitspraak kan worden uitgelegd als een aanmoediging voor de budget dochteronderneming van Renault om haar gamma uit te breiden. Niet alleen met de Spring, een elektrische stadsauto die tegen een vechtprijs zal worden aangeboden, maar ook met andere modellen.

Wat Alpine betreft zei De Meo dat dit “een nichemerk is en kan blijven”, maar dat het potentieel beter moet worden benut. In zijn visie heeft Alpine tenminste een toekomst, vooral omdat deze dochter van de Renault Groep vasthoudt aan haar streven om winst te genereren in plaats van volumes. Dat de verkopen de afgelopen maanden sterk gedaald zijn, is in de ogen van De Meo geen onoverkomelijk probleem. Autointernationaal.nl onthulde eerder al dat Alpine voor haar A110 in de toekomst de 2,0 liter turbobenzinemotor van BMW gaat gebruiken. Die voldoet anders dan de huidige 1.8 TCe unit wel aan de strengere emissienormen.

Eigenlijk kan Alpine zich geen betere baas wensen dan De Meo. Toen de topman nog werkzaam was voor Fiat, revitaliseerde hij aldaar het Abarth label. En tijdens zijn periode als merkchef van Seat stond hij aan de wieg van promotie van Cupra tot zelfstandige autofabrikant. Als het om nichemerken gaat, zit het hart van De Meo dus op de juiste plaats.

Reageren is niet mogelijk.