Gisteren heeft Renault haar bedrijfseconomische resultaten over het eerste halfjaar gepresenteerd. Voor voormalig topman Carlos Ghosn was dat reden om eens even flink zijn gal te spuwen.
Ghosn mag dan elk contact met de Japanse justitie vermijden, van bijeenkomsten met de pers smult hij. De voormalige topman aarzelt niet om te zeggen dat hij “de resultaten van Nissan en Renault akelig vindt”. Die uitspraak is met name gebaseerd op de duikvlucht die de beurswaarde van de 2 bedrijven gemaakt heeft: “Alle autofabrikanten worden geconfronteerd met dezelfde Covid-19 crisis, maar Renault en Nissan worden door de markt harder afgestraft dan de andere aan de beurs genoteerde spelers. Er is dus een probleem van het vertrouwen van de markt in de alliantie”.
Ghosn zegt over de alliantie: “Beide partners keren zich van elkaar af en hebben alleen nog aandacht voor hun eigen sores. Er is niet langer sprake van een echte management mix tussen Renault en Nissan, maar van een toenemende afstand”. Dat de alliantie in zwaar weer verkeert, wijdt de voormalige CEO aan de Franse regering, Die zouden geobsedeerd zijn geweest door een fusie met Nissan die de Japanners zelf niet wilden. “Ik dacht dat ik met de vorming van een holding een voor beide partijen aanvaardbaar resultaat had gevonden”.

De wrok bij Ghosn wordt versterkt door het feit dat zijn management van Renault nu veel kritiek krijgt. Tijdens de presentatie van een bezuinigingsplan, eind mei jl., wezen Jean-Dominique Senard (voorzitter van de Raad van Bestuur) en Clotilde Delbos (interim CEO), met de beschuldigende vinger naar de groeistrategie (“een race voor volume’) die hun voorganger had opgezet. Maar Ghosn benadrukt nu dat de leden van de Raad van Bestuur zijn managementstijl en keuzes nooit in twijfel hebben getrokken toen hij CEO was, zelfs niet de regeringsvertegenwoordigers in de raad (de Franse Staat is de grootste aandeelhouder van Renault). Hij wijst er op dat hij een paar maanden voor zijn arrestatie in Japan nog een nieuw mandaat gekregen had: “Ze wisten alles van mij: mijn strategie, mijn management, mijn persoonlijkheid”.
Ghosn, die van 2005 tot 2018 de CEO was van Renault, maakte van de gelegenheid gebruik om zijn geboekte records aan te prijzen, waarop hij naar eigen zeggen erg “trots” is. Hij somt op: “Renault is gegroeid van 2,3 miljoen verkopen per jaar in 2005 naar bijna 4 miljoen exemplaren in 2017. In 13 jaar tijd is het Franse bedrijf een wereldwijde fabrikant geworden”. Hij geeft als voorbeeld de acquisitie van Avtovaz (Lada), de ontwikkeling van het Dacia gamma en de samenwerking met Daimler. Voor hem “zijn de laatste 5 jaar van mijn mandaat de beste uit de geschiedenis van Renault, zowel qua groei als voor wat betreft de winst”.
In de steek gelaten door Frankrijk
De oud topman van Renault voelt zich ook in de steek gelaten door Frankrijk. De voormalige CEO is van mening dat hij niet moet worden behandeld als “een normale burger”. Ondanks zijn herwonnen vrijheid, mist Ghosn geen enkele kans om zijn gal bij de pers te spuwen. Sinds zijn vrijlating uit de gevangenis in Japan en zijn onwaarschijnlijke ontsnapping uit dat land naar Libanon, heeft de voormalige topman van Renault altijd geweigerd om Frankrijk aan te vallen vanwege diens gebrek aan betrokkenheid bij de zaak die zijn naam draagt. Maar die tijd lijkt voorbij te zijn.
In december 2019 zei de staatssecretaris van Economische Zaken in Frankrijk, Agnès Pannier-Runacher, dat Ghosn “een burger als ieder ander” is die eenszins “boven de wet staat’. De topman zelf heeft kritiek op die houding: “Het maakte niet uit of ik de CEO was van een groot bedrijf of dat ik een grote rol speelde in de Franse economie: de Franse autoriteiten waren van mening dat het er niet toe deed”, aldus Ghosn.
Tijdens zijn inmiddels beroemde persconferentie, die hij op 8 januari 2020 na zijn aankomst in Beiroet hield, had Ghosn verzekerd: “Ik vraag niets van de Franse regering. Aangezien die het vermoeden van onschuld heeft uitgesproken, geloof ik dat”. Maar die toon is nu veranderd: “De Franse regering heeft mij evenveel steun gegeven als elke Franse burger, eigenlijk zelfs minder”, zegt de voormalige baas van Renault. Na zijn schoppen tegen Frankrijk, bedankte de oud topman Libanon: “De enige regering die mij heeft gesteund, is die van Libanon. Ze deden alles wat ze konden en bemoeiden zich met de juridische zaak in Japan. Zelfs als de beschuldigingen vanuit Tokyo waar waren, zouden er andere manieren moeten zijn om te communiceren”, zegt hij. “Ik hoef mijzelf in dit land niet te beschermen en ik denk niet dat de Libanese regering tegen mij is”, zo voegde hij er aan toe.

