Wordt Alpine een soort Cupra? En zo ja, is dat erg?

0

In de Newsflash van 22 september jl. werd gemeld dat Luca de Meo, de nieuwe topman van Renault, het gamma van Alpine wil uitbreiden met een “aantal kleine elektrische auto’s”. Die uitspraak is sindsdien in mijn hoofd blijven zitten. Betekent dit De Meo van Alpine een soort Cupra wil maken?

Eerst even over Cupra. Dit van Seat los geweekte nieuwe automerk debuteerde met een gespierde benzinevariant van de Ateca. Ook de heetste uitvoeringen van de Leon zijn voortaan het exclusieve domein van Cupra. Afgelopen week is de productie van de Formentor van start gegaan. Bij geen van deze modellen speelt een elektromotor een aandrijf rol. Maar dat gaat veranderen. Van zowel de Formentor als de Cupra Leon is een 245 pk sterke stekker hybride uitvoering gepland. Mogelijk volgt in een later stadium ook de Ateca. Cupra mag sowieso exclusief de el-Born, een Spaans gepeperde versie van de Volkswagen ID.3, gaan verkopen. Verder smeekt merkchef Wayne Griffiths momenteel de directie van het moederbedrijf in Wolfsburg of hij de Tavascan in productie mag nemen. Dat is een volledig elektrische cross-over met de daklijn van een coupémodel. Cupra zal in 2026 de op benzine draaiende benzinemotor vaarwel zeggen (de diesels worden al eerder uitgefaseerd), in die zin dat het merk dan alleen nog maar volledig elektrische modellen zal lanceren. Conclusie: bij de mensen van Cupra mag nu nog veel benzine door het bloed stromen, maar dat gaat veranderen. En radicaal ook.

Cupra wordt geleid door de eerder genoemde Griffiths, maar het licht voor verzelfstandiging van dit label werd indertijd door zijn baas op groen gezet. Dat was De Meo, tot 1 juli formeel de merkchef van Seat. Hij lijkt nu het ‘Cupra afsplits kunstje’ in Parijs te willen herhalen. Alleen zijn daar de hoofdrolspelers Renault en Alpine.

Maar laten wij eerst nog even Seat onder de loep nemen. Zonder dramatisch te doen, kunnen wij dit merk omschrijven als de minst geliefde dochter van moederbedrijf Volkswagen. Niets menselijks is autofabrikanten vreemd. Dus Seat lijkt zich meer dan haar zusters te moeten bewijzen om in de gunst van haar moeder te komen en dan nog is de liefde allesbehalve onvoorwaardelijk. Diverse keren stond het automerk op de nominatie om verkocht te worden. Sinds de introductie van de vorige generatie Leon en de Ateca kwam Seat bedrijfseconomisch beter in haar vel te zitten. Er werden mooie groei & winstcijfers gerealiseerd. Je zou denken dat Seat daar voor beloond zou worden, maar niets is minder waar. De ontwikkeling van compacte elektrische auto’s werd door Volkswagen weggehaald uit Spanje en er werd een streep gezet door de expansieplannen naar China. Als klap op de vuurpijl werd besloten dat niet Seat de el-Born mag gaan verkopen, maar Cupra.

De Meo zal zich gerealiseerd hebben dat de enige manier om (enigszins) in de gunst te komen bij de directieheren in Wolfsburg het genereren van winstcijfers op Audi of Skoda niveau is. Voor een merk dat grotendeels afhankelijk is van de Europese markt en daarbinnen vooral van compacte auto’s (B en C segment) is dat een vrijwel onmogelijke taak. Als Seat het hogerop begint te zoeken, dan leidt dat tot onheil. Menigeen zal zich de zeperd van de Exeo herinneren, en ook de verkopen van het D segment SUV model Tarraco vallen tegen. Er zit blijkbaar een grens aan wat de consument bereid is om te betalen voor een Seat. Gelukkig was De Meo tijdens zijn dienstverband voor de Volkswagen Groep niet voor een gat te vangen: als het met dit merk niet lukt, dan proberen wij het toch met een zelfstandig Cupra? De rest is geschiedenis. En het moet gezegd worden: de eerste verkoopresultaten van dit verzelfstandigde merk zijn bemoedigend.

Met die kennis en ervaring is De Meo nu aan de slag gegaan bij Renault. Dit merk heeft ook een imagoprobleem in het D segment. Wat de Exeo voor Seat was, dat is de Talisman voor Renault. Met de Scénic en Espace bevindt het Franse merk zich in dezelfde doodlopende straat als de Spaanse collega indertijd met de Altea en (laatste generatie) Toledo. Zowel Renault als Seat zijn te afhankelijk van de Europese markt, waar overcapaciteit het genereren van gezonde winstmarges voor volumemerken (haast) onmogelijk maakt. De Spanjaarden hebben nooit aan een Chinees avontuur mogen beginnen, maar de Fransen zijn daar (op de bedrijfswagens en de City K-ZE na) met de staart tussen de benen alweer vertrokken. De Meo zal zich dus gerealiseerd hebben dat er best veel overeenkomsten zijn tussen Renault en Seat. Bij het laatste merk wilde hij de divisiewinst verhogen door Cupra naar een hoger plan te tillen. En nu lijkt hij bij Renault met Alpine dezelfde agenda te hebben.

Intrigerend is zijn uitspraak over Alpine, namelijk dat hij het gamma van dit merk uit wil breiden met een “aantal kleine elektrische auto’s”. Hij heeft het dus niet over sportwagens. Eigenlijk best wel logisch, want één tegenvallend verkopend model in dat segment is meer dan voldoende. Dus als Alpine haar gamma gaat uitbreiden met elektrische auto’s, dan zullen dat dus gezinswagens zijn. Niet perse stereotype burgerbakken, maar wie zijn geld inzet op een Franse interpretatie van de Tavascan zal er niet ver naast zitten. Dat wordt dan een C segment elektrische cross-over, te baseren op een soortgelijk model dat Renault voor deze autoklasse in petto heeft. Ook het B segment zal op die manier bediend gaat worden: Renault met een elektrische cross-over van Captur formaat en Alpine krijgt daar dan een derivaat van met lagere, schuin aflopende daklijn. Als de Volvo XC40 in Recharge P8 vorm 408 pk biedt, waarom zou Alpine dan geen 306 pk sterke elektromotor (die ligt bij de Renault – Nissan – Mitsubishi alliantie al bijna klaar op de plank) in haar “kleine elektrische auto” hangen?

Ja, Alpine gaat dus een soort Cupra worden. Is dat erg? Persoonlijk zou mij voor het aanbieden van Franse premium elektrische cross-overs het Gordini label geschikter hebben geleken, maar met de herlancering van dit sub merk heeft Renault 11 jaar geleden enorm geblunderd en nu is er geen geld meer voor een nieuwe poging. Dus Alpine moet het gaan doen. Dit merk kan versterking / verbreding van haar gamma goed gebruiken, dus dat komt mooi uit. Maar leidt de introductie van “kleine elektrische auto’s” (daarmee bedoelt De Meo dus het B en C segment, oftewel compacte modellen) niet tot verwatering van het merkimago leiden? Ja, maar niet dramatisch veel meer dat de laatste jaren bijvoorbeeld bij BMW (1-serie, voorwielaandrijving, 3 cilinder motoren), Jaguar (XE, E-Pace), Mini (Countryman) of Porsche (Macan) is gebeurd. En op afzienbare termijn zullen ook Lexus (premium cross-over op basis van de Toyota Yaris) en Maserati (een SUV met de techniek van de Alfa Romeo Stelvio) minder exclusief worden.

Als dat een voorwaarde is om te overleven, dan moet dat maar. Gelukkig lijkt De Meo niet van plan te zijn om de A110 te slachtofferen. Deze sportwagen mag na een bemoedigende verkoopstart nu dan amper nog klanten trekken, met variaties à la de Porsche 911 wil hij voorkomen dat het vuurtje onder deze begerenswaardige Franse bolide helemaal uitdooft. Reeds beschikbare voorbeelden zijn de Légende GT en de Color Edition. Je kan de rol van de A110 vergelijken met de R8 voor Audi: omzettechnisch eigenlijk nergens voor nodig, maar het is een prachtige vaandeldrager. En de toegevoegde waarde voor het merkimago valt niet in euro’s uit te drukken.

 

Reageren is niet mogelijk.