Nissan gaat zijn aanwezigheid in Europa verder verkleinen. Zoals eerder al in de Newsflash van Autointernationaal werd bericht, wordt er achter de schermen van het Japanse autoconcern gewerkt aan het afbouwen van de verkoopactiviteiten in 30 landen. De Spaanse fabriek in Ávila nabij Barcelona wordt daarnaast omgebouwd tot onderdelenmagazijn. Nissan wil bepaalde verkoopactiviteiten in Europa voortaan uitbesteden aan alliantiepartner Renault. Wat de ingrepen precies voor de werkgelegenheid gaan betekenen, is nog niet duidelijk.
Net als andere autofabrikanten bleek Nissan afgelopen jaar niet immuun te zijn voor het corona virus. De Japanners werden echter harder geraakt omdat het bedrijf ook in 2019 al kampte met tegenvallende verkopen, waardoor het in de rode cijfers was beland. Nissan is momenteel bezig met een herstelplan om in 2021 weer winstgevend te worden. Centraal staat daarbij inkrimping van de productiecapaciteit en het saneren van diverse modellen die niet of nauwelijks winstgevend zijn. Als gevolg hiervan zullen er bij Nissan duizenden banen verdwijnen.

In mei nam Nissan al een reeks maatregelen om de kosten fors terug te dringen, waaronder het sluiten van haar fabriek in Barcelona (foto), met het verlies van circa 3.000 arbeidsplaatsen tot gevolg. Vanwege hevige protesten en stakingen, komt de Japanse onderneming nu deels op haar besluit terug: de fabriek zal worden omgebouwd tot voorraadmagazijn voor de Europese regio. Daardoor enkele honderden banen behouden blijven, zo verwacht Autointernationaal.nl . Ook elders in de wereld reduceert het bedrijf de productiecapaciteit vanwege de zwakkere automarkt tijdens de corona crisis. Met name in Noord Amerika heeft Nissan het hierdoor moeilijk.
Nissan en alliantiepartners Renault en Mitsubishi kwamen ook overeen om zich elk op andere delen van de wereld te zullen richten. In november gingen er tevens geruchten dat Nissan zou overwegen om zijn belang van 34 procent in Mitsubishi te verkopen. Dan zouden de bedrijven nog wel met elkaar kunnen samenwerken, maar zou geen sprake meer zijn van aandeelhouderschap. Autointernationaal wist dat gerucht echter direct al als ‘onlogisch’ en daardoor als ‘ongeloofwaardig’ te bestempelen, alhoewel andere media het wel klakkeloos publiceerden. Later kwam Nissan zelf met de mededeling dat er niks van waar was.
De Japanners hebben echter wel besloten om hun nieuwe elektrische SUV, de Ariya (foto), niet in Europa (meer exact: de fabriek in het Engelse Sunderland) te gaan bouwen, maar alleen in Japan. Die maatregel hangt echter vooral samen met de Brexit. Hoewel er nu een deal is, zal export van in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde auto’s nu toch lastiger en daardoor duurder worden. De dagen van de Sunderland fabriek lijken daarmee geteld te zijn. Eerder liep de faciliteit al de productieorder voor de nieuwe X-Trail mis. De Britten mogen (naast de Juke en de Leaf) wel de nieuwe Qashqai gaan bouwen, maar de kans dat er medio 2028 nog een vierde editie van deze cross-over met verbrandingsmotor komt, is nihil.
Tot een paar jaar terug werden Renault, Nissan en Mitsubishi geleid door Carlos Ghosn, wiens status iconische proporties had aangenomen. Maar macht corrumpeert en doordat deze topmanager zich onaantastbaar waande, begon hij meer tijd te besteden aan het regelen van extra inkomsten voor hemzelf dan aan het leiden van de alliantie. In november 2018 was dat spel uit en werd hij gearresteerd op verdenking van fraude en wanbeheer. Ghosn wachtte zijn proces een tijdlang af onder huisarrest, maar ontvluchtte Japan op spectaculaire wijze en dook op in Libanon. Sinds zijn vertrek bij de alliantie rommelt het tussen de automakers. Dat komt omdat een sterke man ontbreekt. Bij Renault waren ze onder meer boos dat men buiten het Ghosn proces werden gehouden. Nissan was al langer niet te spreken over de jaarlijkse dividendbetalingen aan de Fransen, noch over de ongelijke stemverhoudingen.
Nissan ziet verkopen bijna een kwart inzakken
Nissan heeft in de eerste 11 maanden van dit jaar wereldwijd 3.604.562 nieuwe auto’s verkocht. Dat is ruim 1,1 miljoen stuks (23,6 procent) minder dan in dezelfde periode in 2019. In Europa daalden de verkopen van Nissan in deze periode met bijna 30 procent naar 365.377 exemplaren, terwijl het merk op de belangrijke Amerikaanse markt ruim 35 procent moest inleveren.
Dat laatste is opmerkelijk omdat Nissan zich in de nieuwe geografische strategie van de alliantie met Renault en Mitsubishi juist meer op de Verenigde Staten zou gaan richten, maar die koerswending werpt vooralsnog geen vruchten af. Dat heeft grotendeels te maken met het verouderde modellengamma. Met name het SUV aanbod spreekt de Amerikaanse autoconsument onvoldoende aan. In China blijft Nissan, in tegenstelling tot haar landgenoten Honda en Toyota, ook terrein verliezen als gevolg van een verkoopdaling van bijna 7 procent. Enig lichtpuntje is dat er in de maand november zowel in China als ook op de Japanse thuismarkt weer wat meer auto’s werden afgezet dan een jaar eerder.
Nissan produceerde dit jaar tot en met november wereldwijd 3.232.234 auto’s, hetgeen afgerond 30 procent minder is dan in dezelfde periode van 2019. Afgezet tegen de verkopen betekent het dat Nissan relatief veel auto’s in voorraad moet hebben gehad. Dat niveau wordt nu afgebouwd. In de eerder genoemde fabriek in Barcelona rolden niet meer dan 14.362 Nissans van de band, hetgeen liefst 77 procent minder is dan in 2019. In de andere Europese productiefaciliteit in Sunderland zagen 223.540 auto’s het levenslicht. Dat is nagenoeg een derde minder dan een jaar eerder. In november rolden daar met 31.544 exemplaren wel weer 3,5 procent meer auto’s uit de fabriek.


