In januari viert de Rekord D zijn 50ste verjaardag. Er waren grote schoenen die de middenklasser van Opel moest gaan vullen in 1972. Zijn directe voorganger was meer dan 1,2 miljoen keer verkocht en vertegenwoordigde daarmee een 8ste van alle tot nu toe gebouwde auto’s van het merk die in de 7 decennia van de geschiedenis van het bedrijf over de toonbank waren gegaan. De verwachtingen over het verkoopsucces van de Rekord D waren navenant hooggespannen: “De sleutelrol die de 1966 editie 5 jaar lang speelde, wordt nu overgelaten aan zijn opvolger, die de komende jaren de markt zal domineren”, zo voorspelde de PR afdeling van Opel destijds.
De Rekord D (ook wel Rekord II genoemd om verwarring met de ‘D’ voor ‘Diesel’ te voorkomen) onderscheidde zich duidelijk van zijn voorganger. Het Amerikaanse ‘Coke-Bottle’ design (oftewel een knik in de taille lijn voor de C stijl) maakte plaats voor heldere, functionele lijnen met gladde vlakken en grote ramen met een duidelijk lage gordellijn. Het enthousiasme voor de nieuwkomer blijkt vandaag de dag nog steeds uit de lovende teksten van destijds van de marketingafdeling van Opel: “De Rekord D komt op de markt als een onverwachte bezoeker van een feest dat de samenleving een nieuwe impuls geeft”.
.

.
Net als zijn voorganger kwam de nieuwe ster uit Rüsselsheim in 3 carrosserievarianten op de markt: als klassieke sedan met 2 of 4 deuren, als sportieve coupé en de stationwagon versie, destijds bekend bij Opel als CarAvan, met 3 of 5 deuren. In de beste traditie van de legendarische ‘Snelbestelwagen’ uit de jaren ’50 en ’60, biedt Opel ook een Rekord voor commercieel gebruik aan in de vorm van een 3-deurs stationwagon zonder zijruiten aan de achterkant. Voor alle koetswerk varianten geldt dat versterkingen in de flanken en het dak plus gedefinieerde kreukelzones volgens Opel een voorbeeldige bescherming bij een ongeval bieden.
De benzinemotoren van de Rekord II zijn verdere ontwikkelingen van de beproefde viercilinders met aan de zijkant gemonteerde nokkenassen, die dan inmiddels meer dan 2 miljoen keer zijn gebouwd. De basis is een 1,7 liter motor met 66 pk, de S versie leverde 83 pk en de 1,9 liter was goed voor 97 pk. Bovendien beleeft de eerste dieselauto van Opel zijn verkoopdebuut: in de Rekord 2.1D heeft de nieuwe motor met compressieontsteking een vermogen van 60 pk, verbruikt hij gemiddeld 8,7 liter diesel per 100 kilometer en is hij in staat een topsnelheid van 135 km/u te bereiken. Nu lachen wij daar om, maar destijds was de Opel in staat om de zwaardere en vooral veel duurdere Mercedes-Benz 240D bij te benen.
.

.
Vanaf maart 1972 breidde de Commodore B de modelserie naar boven uit. Als vertegenwoordiger van de hogere middenklasse dichtte hij de kloof tussen het Record en de hogere klasse modellen Admiral en Diplomat. In september 1972 verscheen het topmodel van de Commodore familie: de 160 pk sterke GS/E. Zijn 2,8- iter motor uitgerust met elektronische injectie en zorgt voor destijds indrukwekkende prestaties: de Coupé versie haalde een topsnelheid van een magische 200 km/u (de 4-deurs sedan hield het bij 195 km/u voor gezien).
Opel had zijn huiswerk (dus) goed gedaan, ondanks dat er was vastgehouden aan de onderstel techniek en dus de starre achteras van zijn voorganger. De Rekord II vloog de showroom uit en wedijverde begin 1972 met de Volkswagen Kever om de toppositie in de Duitse registratiestatistieken. Maar na de oliecrisis was het uit met de verkooppret. De voorkeur van de autoconsument verschoof richting kleinere, lichtere en vooral zuinigere modellen. De Rekord voldeed anders dan de nieuwe Passat van Volkswagen (kleiner, maar niet minder snel en ook voldoende ruim voor het hele gezin) niet aan dat criterium.
.

.
Het is niet verwonderlijk dat ook de dorstige Commodore modellen zwaar te lijden hadden onder deze veranderende consumentenvoorkeuren. Daar kwam bij dat dit Opel type klanten verloor aan de grote Duitse Ford modellen. Niet direct vanaf de verkoopstart, maar wel na de door de getalenteerde Bob Lutz geregisseerde facelift (nieuw dashboard, strakkere taillelijn, toevoeging 2-deurs sedan aan het gamma van de Consul en Granada). De ingevlogen Amerikaanse manager ging ook met de prijzen stunten en wist Opel daarmee in het defensief te drukken. Ford wist met de Granada Turnier bovendien in te spelen op de opkomende vraag bij welvarende huishoudens naar grote, luxe stationwagons. Opel zou pas in 1980 met de volgende generatie Commodore Voyage op die trend reageren.
Ondanks dat het verkoopfeest na 2 jaar eigenlijk voorbij was, wist Opel een respectabel aantal exemplaren van de Rekord te verkopen. Daarvoor was de basis immers al gelegd direct na de marktintroductie. Begin september 1976 vierde Opel de productie van het miljoenste exemplaar die in Nederland als Millionair actiemodel op de markt werd gebracht. Toen in september 1977 de laatste generatie Rekord aan zijn avontuur begon, waren er 1.128.196 eenheden van de Rekord D en 140.827 eenheden van de Commodore B van de productielijn in Rüsselsheim van de band gerold.
.

