Opel gaat in Algerije een fabriek bouwen waar “grootschalig” personenwagens geproduceerd gaan worden. Daarnaast wil de Stellantis dochter in het Noord-Afrikaanse land een productielijn voor motoren opzetten. Opel ondertekende daarvoor een intentieverklaring met de Algerijnse AGM Holding Company.
Met de overeenkomst spreken beide partijen de intentie uit om een lokale motorenproductielijn op te nemen in de toekomstige fabriek. Volgens Opel wordt het daarmee de eerste autofabrikant die motoren in Algerije gaat produceren.
De nieuwe fabriek is onderdeel van een zogeheten local-for-local-strategie, waarbij de voertuigen die in Algerije van de band rollen voor de lokale markt bestemd zijn. Met de investeringen wil Opel naar eigen zeggen haar marktpositie in Noord-Afrika versterken.
De CEO van het automerk, Florian Huettl, noemt de overeenkomst met de Algerijnse AGM Holding Company “een strategische stap in de internationale uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van Opel buiten Europa”. De intentieverklaring legt volgens hem de basis voor een langdurige industriële samenwerking met Algerijnse partners.
Stellantis heeft een fabriek in Tafraoui, Algerije, waar voertuigen voor Fiat worden gebouwd. De fabriek werd in 2023 geopend en Stellantis maakte in april bekend dat het de jaarlijkse productie wil verhogen naar 135.000 voertuigen in 2028. Vorig jaar liepen daar 53.000 voertuigen van de band. Een andere regionale fabriek van Stellantis staat in het Marokkaanse Kenitra. Daar wordt de Citroën Ami en zijn derivaten voor Fiat en Opel geproduceerd. Stellantis kondigde vorig jaar plannen aan om de productiecapaciteit in Kenitra te verdubbelen.
De beslissing van Opel om in Algerije actief te worden, heeft ook een politieke lading. De relatie tussen het Noord-Afrikaanse land en Frankrijk is gespannen, waardoor de bouw van een fabriek voor Citroën of Peugeot gevoelig ligt. Opel biedt, als Duits merk van Stellantis, een alternatief en vergroot tegelijkertijd in het land de productiecapaciteit van het autoconcern.
