De Amerikaanse president Donald Trump heeft de verkoop van Chinese auto’s in de Verenigde Staten verboden. Althans, daar komt de importheffing van 100 procent op neer. Maar Chinese autofabrikanten, dat weten we inmiddels van de Europese praktijk, zijn niet voor één gat te vangen. Als het niet links om lukt, dan zoeken zij rechtsom naar mogelijkheden.
Althans, Chery. Dat trekt 75 miljoen dollar uit zijn knip om te investeren in het Koreaanse KGM. Het plan is duidelijk: als KGM auto’s van Chinese makelij gaat assembleren, dan kunnen die zonder problemen naar de Verenigde Staten worden geëxporteerd. De Verenigde Staten en Zuid-Korea hebben immers een handelsovereenkomst op dit gebied.
Hoe een en ander vorm gaat krijgen, is nog niet bekend. Noch hoe groot het belang wordt dat Chery in KGM gaat nemen. Dat moet niet te fors worden, want anders gaan de Amerikanen daar moeilijk over doen. Geely, een landgenoot van Chery, is namelijk aandeelhouder van Mercedes-Benz en dat zit Trump en zijn kornuiten niet lekker.
Over Geely gesproken. Die werd al eerder deels eigenaar van de Renault fabriek in Zuid-Korea. En kan dus theoretisch vanuit dat land ook auto’s naar de Verenigde Staten gaan exporteren, al zijn daar nu nog geen concrete plannen voor. Maar feit is dat Jim Farley, de topman van Ford, gelijk heeft. Die verzuchte onlangs: “vroeg of laat zullen wij Chinese auto’s op onze thuismarkt moeten toelaten en daarmee leren te dealen”.
