Met zulke familieleden heb je geen concurrenten van buitenhuis nodig. Opel werkte tot vorig jaar hard aan de ontwikkeling van de Manta-E: een C-segment cross-over die tussen de Mokka en Grandland in geparkeerd zou gaan worden. Maar toen er geïnvesteerd moest worden in productieapparatuur, blies moederbedrijf Stellantis het project af: het geld was nodig voor de lancering van de Lancia Gamma. Een héél merkwaardige keuze, want toen deze beslissing werd genomen, was al duidelijk dat de Ypsilon een grote flop zou worden en dat daarmee de comeback van Lancia wel eens op een grote mislukking zou kunnen uitlopen. Maar sinds het Fyra treinendebacle weten we dat Italianen ‘recht praten wat krom is’ tot kunst hebben verheven.
Enfin, het geld dat aanvankelijk gereserveerd was voor productieapparatuur voor de Opel Manta-E moest en zou dus naar Lancia gaan. Pikant: eerder dit jaar kon de aanstaande Gamma al een paar keer door spionage-fotografen worden betrapt. Het model zag er redelijk productierijp uit. Bij de recente FaSTLance presentatie van Stellantis schitterde de Gamma echter door afwezigheid. Over Lancia werd alleen gemerkt dat dit een nichemerk zou worden onder de Fiat paraplu. Een soort Abarth, maar dan anders. Dit doet vermoeden dat de lancering van de Gamma, die voor aanstaande oktober gepland stond (op de autosalon van Parijs), op de valreep is afgeblazen.
Nou moe. Opel is dus bestolen van geld met als argument dat het budget nodig is voor een ander model uit de kraamkamer van Stellantis, maar nu het puntje bij het paaltje komt, blijkt die elektrische cross-over er wellicht helemaal niet te komen. Daar sta je in Rüsselsheim dan met een vrijwel productierijpe Manta-E.
Maar het verhaal wordt nog gekker. Bij Stellantis is niet alleen het comeback-avontuur van Lancia ontspoord, maar ook de ontwikkeling van opvolgers van de Alfa Romeo Giulia en Stelvio. Die hadden afgelopen jaar in mei respectievelijk juni al gelanceerd moeten worden. Alles was gericht op een volledig elektrische aandrijflijn, maar met name Amerikaanse autoconsumenten bleken veel liever een auto met verbrandingsmotor te hebben. Elektrificatie in de vorm van hybride techniek is okay, maar gekker moet het voor hen niet worden.
Daarmee implodeerde de businesscase onder de elektrische Giulia en Stelvio als een soufflé die te vroeg uit de oven wordt gehaald. Stellantis ondernam nog een verwoede poging om het ontwerp aan te passen zodat er een benzinemotor als basisunit in het betreffende STLA Large platform gemonteerd zou kunnen worden, maar dat bleek lastiger (lees: duurder en tijdrovender) dan verwacht. Ook omdat de krachtbron die men hier voor op het oog had, de 4 cilinder 2,0 liter motor van Jeep, vrijwel net zo onbetrouwbaar bleek als de beruchte PurePech 3-pitter van Peugeot.
Het project werd uitgesteld. Autointernationaal.nl voorspelde toen direct dat dit wel eens ‘afstel’ zou kunnen betekenen voor de opvolgers van de Giulia en Stevio. Dat blijkt nu inderdaad het geval te zijn. Alfa Romeo heeft een demotie ondergaan van wereldmerk naar een regionale Europese speler. Dit betekent dat het merk prima zonder modellen in het D- en E-segment kan. De focus komt te liggen op het B- en C-segment. Daar is extra ruimte ontstaan nu de rentree van Lancia op de Europese automarkt op een sof is uitgelopen.
Toegegeven: in het B-segment heeft Alfa Romeo zijn zaken prima voor elkaar. De Junior verkoopt ondanks de valse start toen het model zijn naam ontving (aanvankelijk was ‘Milano’ voorzien, maar dat pikte de Italiaanse regering niet want we hebben het hier over een auto die in Polen van de band rolt) heel behoorlijk. Maar in het C-segment is Alfa Romeo vertegenwoordigd met de Tonale. Dat is sowieso een heel matig product (want gebaseerd op de vorige generatie Jeep Compass) maar eigenlijk zou het doek voor dit model al in 2027 vallen. Het oorspronkelijke idee van Stellantis was dat Alfa Romeo vanaf dat jaar ‘volledig elektrisch’ zou worden (dat paste mooi bij de originele Giulia / Stelvio opvolgers). Dat emissievrije feest gaat wegens een gebrek aan vraag nu niet door.
Het betekent dat de Tonale eigenlijk zou moeten doorwerken na zijn geplande pensioen, maar bij Stellantis erkennen zij de harde waarheid dat dit model in vergelijkingstests de afgelopen jaren nog geen deuk in een pakje boter heeft kunnen slaan. Dus in / na 2027 de Tonale verkoop technisch nog in de lucht proberen te houden, zou een tenenkrommende exercitie worden.
Wat te doen? Tom Poes, verzin een list! Vanuit de coulissen kwam met de suggestie dat er in het Duitse Rüsselsheim een vrijwel productierijpe C-segment cross-over klaar stond, te weten de Manta-E. Het ontwerp was weliswaar geen eigendom van Alfa Romeo, maar dat kon Stellantis niet bommen. De Frans / Italiaanse autofabrikant was sowieso al gewend om Opel als oud vuil te behandelen, dus dit kon er ook nog wel bij. Bovendien was van de CEO van Opel, de door gebrek aan gewicht boven komen drijvende Florian Fuettl, geen enkele weerstand te verwachten.
Zodoende werd vorig jaar zomer de opdracht gegeven om de Manta-E te voorzien van een koetswerk in Alfa Romeo stijl. Het resultaat van die exercitie zie je op de hoofdfoto. Stellantis kondigde het model tijdens de presentatie van het FaSTLane plan aan als “een nieuwe SUV voor Alfa Romeo die gebruik zal maken van de nieuwste technologie”. Daarmee wordt het STLA One platform bedoeld. Stellantis gaat deze architectuur gebruiken voor al haar modellen in het B- t/m D-segment, zeg maar de nieuwe 208 van Peugeot tot diens aanstaande paradepaard 608. En Opel voor de nieuwe Corsa, maar dus niet voor de Manta-E.

Tijdens de zogeheten ‘Stellantis Investor Day 2026’ bevestigde Emanuele Cappellano, Chief Operating Officer van Stellantis Europe, na afloop van de presentatie dat de nieuwe C-segment cross-over annex SUV komend jaar door Alfa Romeo gelanceerd gaat worden. De keuze voor het multi-energie STLA One platform betekent dat zowel volledig elektrische als hybride versies leverbaar worden.
Het platform is geschikt voor geavanceerde technologieën zoals ‘cell-to-body’, waarbij de batterij van een elektrische versie in het chassis wordt geïntegreerd voor extra stijfheid. Tegelijkertijd kan het productieproces hiermee vereenvoudigd worden om kosten te besparen. De Tonale-opvolger zal daarnaast waarschijnlijk gebruikmaken van ‘STLA Brain’, waarbij systemen voor onder andere de aandrijflijn, het onderstel en het infotainmentsysteem in één computer zijn gecentraliseerd.
De verwachting is ook dat de nieuwe Alfa Romeo zogeheten ‘Smartcockpit’ technologie krijgt, die de interactie met de bestuurder verzorgt (spraakbediening en infotainment). Net als bij andere toekomstige modellen van Stellantis zal de interface van Smartcockpit een specifiek voor Alfa Romeo ontwikkelde versie krijgen, alhoewel het voorwerk dus al door Opel gedaan is. Dat geldt ook voor Steer-by-Wire techniek. De nieuwe Peugeot 208 krijgt daarvan de primeur, maar de configuratie die beschikbaar komt voor de Alfa Romeo is feitelijk de Opel variant, maar dan in een versie “die aansluit bij de dynamische verwachtingen van het Italiaanse merk”.
Het andere model, aangeduid als een ‘Bottega Fuoriserie project’, zal gebruikmaken van Maserati design en technologie om een gelimiteerd topmodel in de stijl van de Alfa Romeo 33 Stradale te creëren. Mogelijk gaat het om een spirituele opvolger voor de Spider.
Over een nieuwe Giulia en Stelvio werd tijdens de presentatie met geen woord gesproken. Het lijkt er dus op dat het project voor opvolgers van dit model duo nu helemaal in de prullenbak is beland. Daarmee komt de voorspelling van Autointernationaal.nl uit dat ‘uitstel’ van de lancering van de nieuwe Giulia en Stelvio wel eens zou kunnen resulteren in ‘afstel’.
Al met al zijn de toekomstplannen voor Alfa Romeo nogal mager, want meer nieuwe modellen zijn voor dit merk zijn tot 2030 niet gepland. Maar goed, dat is de consequentie als Stellantis besluit om het gros van het investeringsbudget voor Fiat, Jeep, Peugeot en RAM te reserveren. En Autointernationaal.nl blijft er op hameren: het is een gemiste kans dat Stellantis aan Opel niet even veel kansen biedt als aan haar andere dochters. Want met een sterke Duitse tak, naast een Frans / Italiaanse poot, had het auto-equivalent van Airbus kunnen ontstaan: een bedrijf wat mondiaal tot de top behoort en waar de Chinezen vooralsnog niet van terug hebben. Dom, dom, dom.
