Nissan heeft na een goed kwartaal de verwachtingen voor de winst over het hele boekjaar, dat tot en met 31 maart loopt, opgetrokken. De Japanse autofabrikant ging eerst uit van omgerekend 1,4 miljard euro nettowinst, maar raamt nu dat er 1,6 miljard euro aan de strijkstok blijft hangen. Dit positieve resultaat volgt op 2 boekjaren met forse verliezen. Het betekent ook dat Renault weer een fors bedrag aan inkomsten kan opstrijken dankzij het 34 procent belang in haar Japanse alliantiepartner.
Over het laatste kwartaal van 2021 heeft Nissan een winst geboekt van bijna 250 miljoen euro. Ter vergelijking in dezelfde periode in 2020 werd een verlies van ruim 290 miljoen euro geleden. Het operationele resultaat kwam met 407 miljard euro bijna 2 keer zo hoog uit, ondanks het feit dat de omzet nagenoeg stabiel bleef op 16,8 miljard euro. Wat aantal verkochte auto’s betreft, blijft Nissan vasthouden aan de verwachte 3,8 miljoen exemplaren. “Het ernstige tekort aan chips en de toename van het aantal coronabesmettingen hebben gevolgen voor de productie. Aan de andere kant is de vraag op de automarkt solide, met name in de Verenigde Staten, wat de kwaliteit van de verkopen verbetert”, aldus een woordvoerder van Nissan.
Nissan deelde eerder mee vorig jaar in totaal 3.585.153 auto’s gebouwd te hebben. Dat was slechts 1,2 procent minder dan een jaar eerder. De grote fabriek in het Britse Sunderland kwam met 204.838 exemplaren evenwel bijna 17 procent lager uit. Dat is het gevolg van de generatiewisseling bij de Qashqai. Daarnaast is de huidige Juke in Europa minder succesvol dan gehoopt. Ook de in Sunderland gebouwde Leaf (foto) kan geen potten meer breken. In Barcelona bouwde Nissan nog 26.461 auto’s voordat die fabriek eind 2021 definitief haar deuren sloot. Verder kwam de productie in China uit op 1.328.792 stuks. Daarmee neemt dit land 37 procent van de wereldwijde productie van Nissan voor haar rekening.
Ontwikkeling stop verbrandingsmotoren
Nissan gaat stoppen met de ontwikkeling van nieuwe verbrandingsmotoren, zo melden ingewijden. Alleen voor de Noord-Amerikaanse markt zal Nissan op beperkte schaal nog geld steken in de ontwikkeling van nieuwe verbrandingsmotoren. Voor de rest van de wereld is elektrisch de toekomst.
Met dit besluit wil Nissan zich nagenoeg volledig gaan toeleggen op elektrische voertuigen. De aankondiging past binnen het plan van de alliantie die Nissan met Renault en Mitsubishi heeft om 23 miljard euro in emissievrij rijden te steken. Voor pick-ups die worden verkocht op de Noord-Amerikaanse markt maakt het merk nog een uitzondering. Nissan is het eerste Japanse autoconcern dat besluit om vrijwel volledig te stoppen met de ontwikkeling van nieuwe benzine- en dieselmotoren. Concurrent Toyota maakte onlangs wel bekend dat het tientallen miljarden euro’s in elektrisch rijden steekt, maar houdt tegelijkertijd nog vast aan de verbrandingsmotor en hybride techniek.
Naast het elektrificeren van het wagenpark wil Nissan grote investeringen doen in nieuwe fabrieken voor het recyclen van accu’s van elektrische auto’s. In 2026 moet volgens het eerder aangehaalde plan van Renault, Nissan en Mitsubishi 80 procent van de modellen hun platform delen. Daarnaast wil de alliantie in 2030 wereldwijd een productiecapaciteit van 220 GWh aan accu’s hebben. Nissan gaat daarbovenop aan de slag met de ontwikkeling van zogeheten vaste stof accu’s. Die moeten in 2028 op grote schaal in productie zijn. Daarbij verwacht Nissan ze tegen 65 procent lagere kosten te kunnen vervaardigen dan de huidige accucellen. De alliantie rekent op een prijs van circa 60 euro per kWh.
