Circa 200.000 exemplaren rijden er nog op de Nederlandse wegen: oldtimers. Oftewel auto’s van 30 à 40 jaar oud en in een enkel geval nóg ouder. Liefhebbers kijken er verlekkerd naar, maar er dreigt een groot probleem: er zijn te weinig mensen om deze klassieke voertuigen te repareren en op te knappen.
“Doodzonde toch”, zegt Jan Douma, al 40 jaar autoschadehersteller en de laatste jaren werkzaam bij restauratiebedrijf S2 Classics in Hengelo. “Dit is het mooiste wat er is. Dingen maken met je handen. Of ik opvolgers heb? Dat is afwachten. Jongelui willen tegenwoordig niet meer met hun handen werken. Die willen achter het bureau zitten, met een laptopje en een auto van de zaak. Het oude ambacht verdwijnt”.
De problemen met oldtimers spelen overigens wereldwijd en zonder kentering dreigen de auto’s voorgoed verloren te gaan. De meeste bedrijven in de sector hebben namelijk moeite om kundige monteurs te vinden. “Ik hoor verhalen dat vooral jongens in de plaatwerkerij gewoon worden weggekocht door de concurrent. Heel veel jongens zwichten voor meer salaris. Zo erg is het al”, zegt eigenaar Hans Sieverink van S+S Tuning in Haaksbergen. “Ik heb hier een grote groep jonge mensen, dus ik hoop voorlopig nog wel 20 jaar goed te zitten”.
Levi Bovens, eigenaar en oprichter van Oldtimer House Limburg in Bunde, spreekt van een uitstervend ras. “De kennis over verouderde technieken verdwijnt. De jongere generatie monteurs kan er niet mee overweg. Het wordt een uitstervend specialisme. Ik moet heel vaak ‘nee’ zeggen tegen klanten”. Is er een oplossing? Bovens: “Je zou van het repareren van oldtimers een speciaal vak kunnen maken binnen de opleiding autotechniek. Actief stages bij oldtimergarages aanbieden aan jongeren zou daarbij kunnen helpen”.
Toch is niet elke autobranchekenner pessimistisch. Wim Oude Weernink merkt op: “Ik heb niet het idee dat het heel lastig is om je oldtimer te laten repareren. Als je goed zoekt, zijn er nog genoeg plekken in ons land waar dat kan. Maar één ding is zeker: je moet diep in de buidel tasten, want het onderhoud is wel duurder geworden”. Volgens Oude Weernink zijn de regels uit Brussel op termijn een groter risico voor de toekomst van de oude auto’s: “Oldtimers rijden op benzine en als dat nagenoeg verdwijnt door strenge regels of omdat het simpelweg niet meer te verkrijgen is, heb je als eigenaar van een klassieke auto een groter probleem”.
