De Europese Unie wil voorkomen dat er oneerlijke concurrentie ontstaat door een megastimuleringspakket van 369 miljard euro, de zogeheten Inflation Reduction Act, van de regering van de Amerikaanse president Joe Biden. In Brussel vat men dit plan op als een subsidiegolf die innovatieve industrie uit Europa dreigt weg te lokken.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen laat weten dat zij een gelijk speelveld wil behouden door Europese regels aan te passen en door er bij de Amerikanen op aan te dringen om “marktverstorende elementen” te beperken. Nieuwe financiering vanuit Brussel wordt daarbij niet uitgesloten. De Franse president Emmanuel Macron noemde het stimuleringsplan eerder “superagressief” en de Duitse minister van Financiën sprak van “een bijzonder protectionistisch economisch beleid”.
Vooralsnog worstelt Europa met een passend antwoord op de Inflation Reduction Act (IRA) van de Amerikaanse president. Het wetgevingspakket uit Washington belooft bedrijven, waaronder autofabrikanten, miljarden aan steun voor investeringen in groene technologie. Voorwaarde is dat wel dat de betreffende producten in Noord-Amerika worden gebouwd geproduceerd.
Von der Leyen doet nu stoer over een gepaste reactie van de Europeanen, maar een ding is al direct duidelijk: haar plan is vooral erg duur. De CDU-politicus stelt voor een “soevereiniteitsfonds” op te richten: een nieuw programma voor gezamenlijke EU-obligaties die kunnen worden gebruikt om klimaatvriendelijke industriële projecten in Europa te financieren.
Von der Leyen verwierp het idee om met een klacht te reageren op het protectionistische klimaatbeleid van de Verenigde Staten bij de Wereldhandelsorganisatie WTO, ook om de samenwerking bij de oorlog in Oekraïne niet in gevaar te brengen. Von der Leyen: “Dat is niet in ons belang”.
Maar voordat de Europese Unie nieuwe schulden aangaat voor haar soevereiniteitsfonds, moet Von der Leyen misschien eens kijken wat de andere miljardenprogramma’s waarmee de EU investeringen, innovatie en duurzaamheid wil bevorderen, daadwerkelijk hebben bereikt. Welke specifieke nieuwe producten hebben wij bijvoorbeeld te danken aan de “Important Projects of Common European Interest” (IPCEI), waarmee de EU “baanbrekende technologieën van het laboratorium naar hun eerste industriële toepassing” wil brengen?
Welke groei-impulsen heeft het Corona-herstelfonds van 750 miljard euro, dat ook bedoeld is om onder meer groene investeringen te bevorderen, tot nu toe teweeggebracht? Waar is de eerlijke analyse van wat het ‘EU infrastructuurinvesteringsplan’, beter bekend als het ‘Junckerplan’, daadwerkelijk heeft bereikt?
Het criterium voor de beoordeling mag niet zijn dat de hulp naar behoren bij de diverse projecten terecht is gekomen. Nee, het criterium dient te zijn dat de programma’s meer extra economische output genereren dan ze zelf kosten. Alleen dan kunnen ze economisch zinvol zijn.
