BMW blijft op schema liggen om dit jaar wereldwijd iets hogere verkopen te realiseren, ondanks een daling van de afzet in het eerste kwartaal. Dit meldt de autofabrikant in een persbericht.
Pieter Nota, lid van de Raad van Bestuur van de BMW Groep en eindverantwoordelijk voor service, marketing en verkoop, laat weten dat er in het eerste kwartaal 588.138 auto’s van het hoofdmerk en van de dochters Mini en Rolls-Royce zijn afgeleverd. Dat is een daling van 1,5 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2022. De verkoop van elektrische auto’s s steeg daarentegen met 83 procent tot 64.647 exemplaren.
In Europa was in het eerste kwartaal sprake van een verkoopdaling van 1,9 procent. Volgens Nota is een export- en productieverbod voor de Russische markt daarvan de oorzaak. Hij gaat voor het gemak echter voorbij aan het feit dat BMW afgelopen maanden in eigen land zeer matig presteerde. Het hoofdmerk heeft momenteel eigenlijk geen hardloper in het gamma. Dat komt enerzijds doordat de 5-serie spoedig vervangen zal worden en anderzijds doordat het in lagere segmenten voor de autoconsument niet langer vanzelfsprekend is om voor een 1- of 3-serie te gaan nu er tal van (gesubsidieerde) elektrische alternatieven zijn. BMW heeft zelf ook emissievrije modellen in het gamma, maar die zijn allemaal relatief duur.
Nota zegt namens BMW evenwel vertrouwen te blijven in de vooruitzichten voor 2023, ondanks een “uitdagende zakelijke omgeving”. “De BMW Groep ligt op schema voor een lichte omzetgroei in het volledige jaar 2023”, aldus de topmanager.
