In de Verenigde Staten leggen zo’n 13.000 werknemers van 3 autofabrieken het werk neer om een hoger salaris en betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen. Vakbondsleider Shawn Fain van United Auto Workers (UAW) maakte dat bekend, kort voor het aflopen van de bestaande arbeidsovereenkomsten.
De UAW vertegenwoordigt bijna 150.000 werknemers in de auto-industrie, dus de staking is vooralsnog van beperkte omvang. De vakbond dreigt met meer stakingen als de autofabrikanten niet verder over de brug komen. De bond eist onder meer een loonsverhoging van 36 procent, verdeeld over 4 jaar.

Volgens vakbondsleider Fain is het voor het eerst in de 88-jarige geschiedenis van de vakbond dat werknemers gelijktijdig staken bij de ‘Big Three’. Hij doelt daarmee op Ford, General Motors en Stellantis (het moederbedrijf van onder andere Chrysler, Dodge en Jeep); de grootste spelers in de Amerikaanse auto-industrie.
De autofabrikanten zeggen dat UAW niet heeft gereageerd op hun laatste voorstellen. Ford en General Motors hebben een loonsverhoging van 20 procent geboden, het laatst bekende bod van Stellantis bedroeg 17,5 procent. De bedrijven noemen de vakbondseisen onredelijk. De fabrikanten vrezen voor hogere kosten omdat ze al miljarden moeten uitgeven aan de transitie naar elektrische auto’s. Daarnaast zouden medewerkers van Ford al fors meer verdienen dan die van bijvoorbeeld Tesla.
Vakbondsleider Fain erkent dat de looneis zeer fors is, maar hij stelt dat de fabrikanten genoeg geld hebben om het personeel beter te belonen. Volgens hem bestaat de prijs van een auto maar voor 4 tot 5 procent uit arbeidskosten. “Ze kunnen onze lonen verdubbelen en auto’s niet duurder maken, en dan nog maken ze miljoenen dollars winst. Wij zijn niet het probleem. De hebzucht van de fabrikanten is het probleem”.
De autofabrieken die door de staking worden geraakt zijn van belang voor de productie van enkele van de meest winstgevende voertuigen van Ford, General Motors en Stellantis. Ze liggen in de staten Michigan, Missouri en Ohio, onderdeel van het Midden-Westen, dat van oudsher het centrum is van de Amerikaanse auto-industrie. Het gaat concreet om de fabriek van General Motors in de stad Wentzville, een fabriek van Ford in Michigan en een Jeep fabriek in Toledo.
De oorzaak van de staking moeten we zoeken bij de financiële crisis van 2008. Toen gingen Amerikaanse automakers failliet. Om hun baan te houden gingen de werknemers akkoord met gigantische loonsverlagingen en slechtere pensioenen. Inmiddels gaat het weer veel beter met de autofabrikanten. Dit jaar hebben ze 20 miljard dollar winst gemaakt. De werknemers eisen daarom dat oude regelingen hersteld worden.
