Op steeds meer plekken in het land piept en kraakt de Nederlandse infrastructuur in zijn voegen. Veel bruggen, sluizen, tunnels en wegen naderen hun uiterste houdbaarheidsdatum en moeten worden vervangen, gerenoveerd of gerepareerd. Dat gaat volgend jaar voor veel ongemak voor automobilisten zorgen.
Een en ander blijkt uit het jaarlijkse Staat van de Infrastructuur die onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd. De opgave waarvoor Rijkswaterstaat staat, is afgelopen jaar alleen maar groter geworden, zo blijkt uit het rapport. Op maar liefst 71 plekken in het land is in 2024 grootschalig onderhoud voorzien aan sluizen, bruggen, tunnels, gemalen en wegen. Dat is fors meer dan wat er voor dit jaar in de planning stond. Toen ging het om 56 voorgenomen grootschalige werkzaamheden.

Grootschalig onderhoud gaat onvermijdelijk gepaard met vertragingen voor het wegverkeer. De meeste hinder zullen automobilisten ondervinden in het westen en zuiden van het land. In het noorden en oosten is de kans op vertragingen door geplande of ongeplande werkzaamheden een stuk kleiner. Vooral in de regio rond Rotterdam moeten automobilisten rekening houden met een hoop ellende. Een groot deel van de bruggen, tunnels en viaducten staat daar onder verscherpt toezicht.
Het ongemak als gevolg van de werkzaamheden zal volgend jaar ook nog meer dan nu al het geval is gevoeld worden tijdens de dagelijkse woon-werk ritten. Inmiddels is de opgave om het wegennet veilig en toegankelijk te houden zo groot geworden, dat Rijkswaterstaat ook vaker werkzaamheden overdag op weekdagen moet uit gaan voeren. “Kort maar hevig”, noemt de dienst dat. En het zal niet blijven bij de geplande werkzaamheden. De afgelopen decennia is er te weinig geïnvesteerd in het tijdig vervangen of vernieuwen van de infrastructuur, waardoor op nog veel meer plaatsen verkeersellende wordt voorzien, namelijk op locaties waar zich onverwacht complicaties aandienen.
Rijkswaterstaat heeft een lijst aangelegd van 143 plekken waar het komende jaar risico is op hinder en verkeersbeperkende maatregelen doordat werkzaamheden te lang zijn uitgesteld of omdat er een “verhoogd inspectieregime” van kracht is. Van dat laatste is sprake op tientallen plekken, namelijk daar waar er zorgen zijn over de constructieve veiligheid van bijvoorbeeld bruggen en viaducten. Als uit metingen blijkt dat een bouwwerk echt gebreken begint te vertonen, moet Rijkswaterstaat ingrijpen. Bijvoorbeeld door snelheids- of gewichtsbeperkingen in te stellen, rijbanen te sluiten of spoedreparaties uit te voeren. Deze lijst is het afgelopen jaar alleen maar langer geworden. Een jaar eerder ging het nog om 124 plekken met een groot risico op beperkingen en hinder, nu zijn dat er dus al 143.
Vooral de bruggen in beheer van Rijkswaterstaat staan er niet al te best voor. 84 procent van de vaste stalen bruggen heeft nog maar tussen de 0 en 33 procent van de verwachte levensduur over. Bij de beweegbare bruggen is 56 procent in de herfst van hun leven beland. Sinds die zijn ontworpen en gebouwd, is er veel meer en veel zwaarder verkeer op de wegen gekomen. Daardoor gaan de bouwwerken ook eerder stuk en gaan ze minder lang mee dan oorspronkelijk werd verwacht.
“Dit betekent dat er veel groot onderhoud moet worden uitgevoerd om Nederland ook op de langere termijn goed bereikbaar te houden”, laat demissionair minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat weten. “Dit is geen verrassing, maar wel de realiteit. Het betekent dat wij goed moeten plannen. Met name grote projecten zullen voor automobilisten voor overlast zorgen op de weg. Rijkswaterstaat doet er alles aan de overlast zoveel mogelijk te beperken, maar hindervrij kunnen werkzaamheden niet worden uitgevoerd”, vervolgt de minister. “Om Nederland bereikbaar te houden moet in korte tijd heel veel gebeuren en daar zetten we de schouders onder”.
