In Parijs is de rechtszaak gestart tegen de voormalige topman van Renault, Carlos Ghosn. Hij wordt verdacht van corruptie.
Ghosn zal niet zelf bij het proces aanwezig zijn omdat hij zich schuilhoudt in Libanon na een spectaculaire ontsnapping uit Japan. De voormalige Renault-topman heeft een Libanees paspoort en dit land heeft geen uitleveringsverdrag met Frankrijk of Japan.

De Franse rechters zullen zich concentreren op de vraag voor welke diensten Rachida Dati (foto), een voormalige Franse minister, precies werd betaald door Renault-Nissan BV, de in Amsterdam gevestigde entiteit die was opgezet om de alliantie tussen de Franse en Japanse autofabrikanten te coördineren. Ook buigen de rechters zich over de vraag of Ghosn bevoegd was om geld daarvoor aan te wenden.
De kern van de zaak is of Dati daadwerkelijk advieswerk heeft verricht, dan wel haar politieke invloed te gelde heeft gemaakt. Het zou gaan om een bedrag van 900.000 euro. Dati wordt beschuldigd van “passieve corruptie” en “passieve handel in invloed” met betrekking tot de 900.000 euro die zij tussen 2009 en 2013 ontving, toen zij zitting had in het Europees Parlement.
Dati, een loeder van het zuiverste water, deed er alles aan om een rechtszaak te vertragen. Maar hoewel haar advocaten tijdens het onderzoek 42 moties en procedurele verzoeken indienden (wat het proces aanzienlijk vertraagde) zal de voormalige Franse minister van Justitie (2007-2009) en minister van Cultuur (2024-2025), doe momenteel burgemeester van het welgestelde 7de arrondissement van Parijs, van 16 tot 28 september voor de strafrechter in Parijs verschijnen. Ze wordt beschuldigd van “passieve corruptie door een persoon met een gekozen ambt binnen een internationale organisatie”, “passieve handel in invloed” en “heling van misbruik van bevoegdheid en misbruik van vertrouwen”.
Gedurende 6 dagdelen zal de rechtbank de contractuele relatie onderzoeken tussen Dati en de voormalige topman van Renault-Nissan, Carlos Ghosn. Ook hij wordt berecht, op beschuldiging van “actieve corruptie”, “actieve handel in invloed”, “misbruik van bevoegdheid” en “misbruik van vertrouwen”.
.
