Om de Nederlandse infrastructuur op orde te krijgen, moet de overheid zo’n 280 miljard investeren. Dat stelt Advieskantoor BCG.
Volgens BCG is er “een verdubbeling van het huidige investeringsritme” nodig. Verder wordt in het rapport van BCG benadrukt dat de discussie over de staat van de infrastructuur momenteel vooral gaat over achterstallig onderhoud. Volgens het advieskantoor staat dat onderwerp al hoog op de agenda in Den Haag. Hoewel achterstallig onderhoud volgens BCG een groot probleem is, is het aanpakken van de zwakke plekken niet genoeg om het huidige economische groeivermogen op peil te houden.
Volgens de analyse loopt Nederland tegen een ‘bredere infrastructuurgrens’ aan, waardoor het toekomstig verdienvermogen, de woningbouw, de energietransitie, AI-ontwikkeling en strategische autonomie onder druk staan.
Voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan waterwegen, spoor en rijkswegen wordt tot 2040 uitgegaan van ongeveer 80 miljard euro. Eerder becijferden economen in het vakblad ESB dat het achterstallige onderhoud aan wegen, bruggen en tunnels volgens recente berekeningen kan oplopen tot een tekort van ruim 50 miljard euro in 2050. Daarbij wordt ook benadrukt dat het uitstellen van investeringen alleen maar tot hogere kosten leidt.
Gemeenten en provincies
Nederlandse gemeenten en provincies hebben de komende tientallen jaren 1,5 miljard euro per jaar nodig om de infrastructuur in het land op orde te houden. Onder de lokale en regionale overheden zijn grote zorgen over de staat van onder meer wegen, bruggen, viaducten en sluizen, waardoor de bereikbaarheid van Nederland in het geding komt.
“Er is ontzettend veel achterstallig onderhoud aan de gemeentelijke infrastructuur”, aldus Jan van Burgsteden, van de VNG (de Vereniging Nederlandse Gemeenten) commissie over die over Ruimte, Wonen en Mobiliteit gaat. Van Burgsteden is tevens wethouder in Meierijstad. “Gemeenten vrezen grote overlast voor inwoners en ondernemers vanwege noodgedwongen, langdurige of zelfs definitieve afsluitingen van wegen, bruggen en tunnels”.
Volgens de gemeentelijke en provinciale overheden is er op dit moment “onvoldoende geld beschikbaar voor onderhoud en vervanging, laat staan dat er ruimte is voor uitbreiding van het wegennet”. Ook ziet men het somber in voor de bereikbaarheid van nieuwe woonwijken, die ‘onder druk’ staat door het gebrek aan geld.
Het IPO (Inter Provinciaal Overleg) beseft ook dat het geld niet alleen van de Rijksoverheid kan komen. “We kijken zelf naar alle mogelijke opties die we hebben, maar zonder ophoging van het gemeente- en provinciefonds dreigen we in een onhoudbare en onwenselijke situatie terecht te komen met meer en langdurige afsluitingen van wegen”, zegt Harry van der Maas, voorzitter van de IPO-commissie Bereikbaarheid en Infrastructuur en gedeputeerde in Zeeland.
