3 jaar na de presentatie van de conceptversie is de Bigster nog steeds niet bij de dealers gearriveerd. Maar Dacia’s toekomstige grote SUV kon wel eindelijk in prototypevorm worden betrapt. De spionagefoto’s bevestigen dat de productieversie een sterke gelijkenis zal vertonen met de nieuwe Duster.
De Renault Groep wil niet alleen met de 5 E-Tech financieel weer gezond worden, maar ook met een extra grote c.q. extra margerijke Dacia. Beide modellen werden 3 jaar geleden gepresenteerd toen de nieuwe topman Luca de Meo zijn inmiddels beroemd geworden persconferentie ‘Renaulution’ hield. De extra grote Dacia, uiteraard een SUV, moet (als het aan de baas van de Renault Groep ligt) het Roemeense merk “naar grotere hoogten brengen en het glazen plafond van het C-segment doorbreken”. De naam werd toen ook al gecommuniceerd: Bigster.

Ruim 3 jaar na dit persmoment wordt voor wat betreft de Dacia nog steeds gewacht op de realisatie van de ambitieuze aankondiging. Maar de zaken beginnen duidelijker te worden. Onlangs kon een prototype van de Bigster worden betrapt. Ondanks de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid camouflage en het feit dat de beelden van slechte kwaliteit zijn, kunnen we de achtersteven van de grote SUV al heel duidelijk zien. De productieversie van de Bigster belooft heel dicht bij het design van de conceptstudie uit 2021 te blijven, zoals al was aangekondigd door Alejandro Mesonero-Romano, destijds hoofd van Dacia Design.

Net als bij de conceptstudie zien we een vrij kleine en schuin geplaatst achterruit, met daarbovenop een complex gevormde spoiler. Alleen de toevoeging van een achterruitwisser maakt duidelijk dat wij hier te maken hebben met de productievariant. De achterlichten lijken hun Y-vorm te hebben behouden en de kentekenplaathouder bevindt zich nog steeds in het midden van de achterklep. De dikke achterbumper en hoekige wielkasten kondigen een zeer karakteristieke avonturiersstijl aan. Maar de achtersteven van de Bigster is niet meer zo verrassend als in 2021. Sindsdien heeft de nieuwe Duster namelijk al een aantal designelementen overgenomen. Beide SUV modellen van Dacia zullen worden gebouwd op hetzelfde CMF-B platform en volgens informatie van Autointernationaal.nl krijgen zij ook een identiek front.

Het belangrijkste verschil zit hem dus in de zijkant. De Bigster zal profiteren van een langere wielbasis en een grote overhang achter, waardoor de totale lengte zal toenemen van 4,34 meter tot bijna 4,60 meter. Deze grotere maatvoering deed de buitenwereld vanaf het begin geloven dat de nieuwkomer verkrijgbaar zou zijn in een versie met 7 zitplaatsen. De Bigster is immers bijna net zo lang als de huidige Peugeot 5008 (4,65 meter). Maar Dacia wil elk risico op interne concurrentie met haar verhoogde stationwagen, de Jogger (die 4,55 meter lang is en 7 personen kan vervoeren), vermijden. De Roemeense fabrikant besloot daarom genoegen te nemen met 5 stoelen voor de Bigster. Dankzij het grotere formaat biedt hij sowieso meer interieurruimte dan de Duster, met name achterin, terwijl ook de kofferbak forser is.

Nadeel van de grotere maatvoering is dat het hieruit resulterende hogere gewicht zowel de prestaties als het verbruik van de Bigster enigszins kunnen benadelen. Maar om deze valkuil te vermijden, zijn er verschillende nieuwe motoren in voorbereiding. De 100 pk sterke 3 cilinder 1,0 liter motor die ook LPG lust, wordt daarmee vervangen door meerdere nieuwe versies van de recente 1.2 TCe, die debuteerde in de Austral en vervolgens werd overgenomen door de Duster. De hybride versie zal zijn huidige atmosferische 1.6 unit inruilen voor een 1,8 liter groot blok dat werkt volgens de Atkinson cyclus, met een innovatieve axiale elektromotor om hem te ondersteunen. Wat de varianten met vierwielaandrijving betreft: deze zullen hun centrale transmissie as, zwaar en energie-intensief, inruilen voor een elektromotor die tussen de achterwielen wordt geïnstalleerd.

De Bigster, die ongeveer 3.000 euro meer gaan kosten dan de Duster, zal in Mioveni, Roemenië, op dezelfde assemblagelijn als de Duster worden geproduceerd. Hij zou medio 2025 op de markt moeten komen en snel vergezeld worden door een ander gezinsvoertuig voor het C-segment, een stationwagen die als werktitel ‘C-Neo’. heeft gekregen. Zonder haar onverslaanbare prijs-prestatieverhouding op te geven, stijgt Dacia duidelijk “naar grotere hoogten”.
