Het Openbaar Ministerie wil niet dat gemeenten ruimere bevoegdheid krijgen voor het plaatsen van flitspalen. Dat meldt hoofdofficier van het OM-Verkeersparket Liesbeth Schuijer. “Het verkeer wordt niet veiliger door Nederland vol te hangen met flitskasten”.
Vorige maand deed de G4 (de 4 grootste gemeenten van Nederland, te weten: Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag) een oproep voor ruimere bevoegdheden rondom de uitbreiding van verkeersregels. Hoewel het aantal flitspalen de komende jaren wordt uitgebreid, wil de G4 effectiever op kunnen treden tegen bijvoorbeeld snelheidsovertredingen. Dat kan alleen als ze zelf locaties van flitspalen kunnen bepalen, stellen de 4 grote steden.
Handhaving van verkeersregels waaronder flitspalen, wordt nu landelijk geregeld door het OM. Organisaties van het Rijk, zoals de politie, voeren het beleid uit en zijn verantwoordelijk. Het OM wil dat zo houden.
De 4 grote steden willen met meer bevoegdheden het aantal verkeersdoden terugdringen. Cijfers per stad zijn (nog) niet officieel bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, maar volgens de Rotterdamse wethouder Vincent Karremans vielen er in 2023 veertien doden en 1466 gewonden in het verkeer. “Achter deze cijfers schuilt zoveel intens verdriet. Je wordt er als lokale bestuurder ijskoud van”, aldus de Rotterdamse politicus. Er zijn wel CBS-cijfers van doden in de provincies van de G4: in Zuid-Holland waren dit er 101 en in de provincie Utrecht 40.
Maar het OM vindt ook dat het verkeer niet per se veiliger wordt als er meer flitspalen komen. Handhaven met flitspalen is wat Schuijer betreft de laatste maatregel die genomen moet worden om het verkeer veiliger te maken. Campagnes om het gedrag van bestuurders te veranderen en het aanpassen van wegen zijn veel effectiever, stelt de hoofdofficier. “Als automobilisten op een 2-baans weg 30 km/u moeten rijden, dan maak je het voor bestuurders wel erg moeilijk om zich aan die snelheid te houden. Dan moet je eerst de weg aanpassen voordat je geloofwaardig kunt gaan handhaven”, aldus Schuijer.
Het plaatsen van een flitspaal is volgens de hoofdofficier ook best complex: “Er zitten allerlei technische eisen waaraan voldaan moet worden. Er moeten goede zichtlijnen zijn, zodat je goede foto’s krijgt. En we kijken ook naar weginrichting en hoe risicovol zo’n plek is, met als doel om in overleg met de gemeente met een goede plek te komen”. Schuijer erkent het punt van de gemeentes dat ze zelf het beste weten waar de gevaarlijke plekken zijn. “Daar hebben ze wel een punt”, zegt ze. “Daarom vindt er altijd overleg plaats over de locatie van de palen. En er vindt ook altijd een analyse plaats van de risicofactoren op zo’n locatie en daarin zijn de gemeenten vaak een belangrijke bron van informatie voor ons”.
De gemeente Tilburg, die niet onder de G4 valt maar ook kampt met verkeersslachtoffers, heeft naar eigen zeggen al 6 keer een aanvraag ingediend voor een nieuwe flitspaal, maar die zijn tot nu toe altijd afgewezen. Volgens Schuijer komt dat mogelijk in de uitbreiding wel goed. “Ons aanbod is vrij behoorlijk en we zijn ook aan het inventariseren zodat we in 2026 op een dubbel aantal plekken kunnen handhaven dan we nu doen. En een groot deel van die plek zal ook terechtkomen in de gemeenten die daarom vragen”.
