Moeten elektrische auto’s vaker naar de werkplaats? Volgens nieuw onderzoek zijn er grote verschillen in defecten tussen elektrische auto’s van verschillende merken. Ook de vergelijking met verbrandingsauto’s is verrassend. Het marktonderzoeksbureau UScale uit Stuttgart heeft zich gewijd aan een antwoord op de vraag of elektrische auto’s vaker terug naar de dealer moeten voor reparatie dan modellen met een verbrandingsmotor … met verrassende resultaten. Spoileralert: wie slim is, koopt geen Skoda.
Er zijn uiteraard grote verschillen in de gevoeligheid voor defecten tussen individuele merken en ook wanneer elektrische modellen vergeleken worden met voertuigen met een verbrandingsmotor. Meestal wordt aangenomen dat elektrische auto’s minder snel naar de werkplaats dan modellen met een verbrandingsmotor omdat de technische structuur van zogeheten BEV’s (Battery-Electric Vehicles) minder complex is. Eventuele defecten zoals olieverlies bij de motor of problemen met de brandstoftoevoer treden niet op. En remslijtage wordt verminderd door recuperatie. Althans, dat is het idee.

Voor het onderzoek ondervroeg UScale in totaal 2.154 eigenaren van een elektrische auto; de gemiddelde leeftijd van de voertuigen in deze groep was 3 jaar. Een (zij het aanzienlijk kleinere) vergelijkingsgroep van 404 eigenaren van een model met een benzine- of dieselmotor werd over dezelfde onderwerpen ondervraagd. Volgens deze gegevens moest 11 procent van de ondervraagde eigenaren van een elektrische auto binnen 12 maanden een pechhulpdienst bellen, terwijl dat in de vergelijkingsgroep met personenwagens met een verbrandingsmotor 19 procent was. Beide percentages lijken echter ongebruikelijk hoog.
Nog ongebruikelijker was het resultaat bij de werkplaatsbezoeken. Volgens UScale moest 24 procent van de BEV’s, oftewel vrijwel 1 op de 4 exemplaren, binnen 1 jaar naar de werkplaats om een technisch defect te laten verhelpen en 19 procent in het kader van een terugroepactie. Voor voertuigen met een verbrandingsmotor waren de cijfers aanzienlijk lager: 9 procent van de eigenaren moet deen reparatie laten uitvoeren vanwege een defect en 5 procent kreeg te maken met een terugroepactie.
Eigenaren van een Skoda Enyaq moesten volgens UScale het vaakst een bezoek aan de werkplaats brengen. Ook zustermerk Audi en Opel blijken elektrische auto’s in het gamma te hebben die bovengemiddeld gevoeligheid zijn voor defecten. Volgens het onderzoek werd ruim 30 procent van de eigenaren van zo’n voertuig getroffen door ongeplande werkplaatsbezoeken (zie grafiek), terwijl dit bij BMW slechts 7 procent is en bij Nissan niet meer dan 6 procent. De elektrische auto’s van deze 2 merken zijn daarmee dus ook betrouwbaarder dan een gemiddelde model met een verbrandingsmotor. Daarnaast is de tijdsduur van het bezoek aan de werkplaats duidelijk langer: 19 procent van de elektrische auto’s stond langer in de werkplaats dan verwacht, terwijl dit bij verbrandingsmotoren slechts 6 procent was.

Volgens het onderzoek van UScale moest bijna 40 procent van alle bezitters van een elektrische auto van het merk Skoda (de Enyaq dus) binnen 12 maanden ongepland naar de werkplaats. De strekking van het onderzoek is, met een ietwat cynische blik, dat dealers niet zonder werk zullen komen te zitten als gevolg van de transitie naar elektromobiliteit. Maar UScale waarschuwt dat eigenaren van een elektrische auto andere verwachtingen hebben van hun werkplaatsbezoek dan klanten met een traditionele auto met benzine- of dieselmotor. Zij verwachten bijvoorbeeld nieuwe diensten zoals ‘volledig opladen’ bij een bezoek aan de garage, of een elektrische auto als vervangend vervoermiddel.
De heersende opvatting dat elektrische auto’s betrouwbaarder zijn dan modellen met een verbrandingsmotor lijkt dus niet te kloppen. Die onderzoeksuitkomst moeten ook occasionkopers die overwegen over de stappen naar een BEV goed in hun oren knopen. Het marktonderzoeksbureau UScale komt immers tot de conclusie dat precies het tegenovergestelde het geval is. Echter, de vastgestelde frequentie van storingen is uitzonderlijk Dat verdient nader onderzoek. Bijvoorbeeld door de vergelijkingsgroep van eigenaren met een auto met een verbrandingsmotor aanzienlijk te vergroten.
