Na eerst naaimachines en fietsen te hebben gebouwd, begon Opel 125 jaar geleden met het productie van auto’s.
In de jaren-20 van de vorige eeuw had het in Rüsselsheim gevestigde bedrijf dat vak zo goed onder de knie dat kon uitgroeien tot marktleider in Duitsland. Daarmee werd Opel een aantrekkelijke overname voor General Motors concern dat expansie in Europa zocht. De broers die het bedrijf tot dan toe hadden geleid en beducht waren voor Ford dat een eigen fabriek in Duitsland had geopend, kozen eieren voor hun geld en ging akkoord met de transactie.
Opel kreeg daarmee toegang tot Amerikaanse knowhow om zelfdragende carrosserieën en onafhankelijk voorwielophanging te maken. Die voor Europese begrippen innovatieve techniek werd gecombineerd in de Olympia uit 1935, destijds met afstand de modernste auto van Duitsland. Opel leek niet stuk te kunnen, tot de oorlog uitbrak. Toen Duitsland die verloren had, namen de Russen de complete inventaris van de fabriek waar de Kadett (een versimpelde versie van de Olympia) mee als oorlogsbuit. Het zwaar geamputeerde Opel had nadat de wapenen waren neergelegd moeite om weer op te krabbelen, ook omdat General Motors aanvankelijk weinig zin had om een aantal voormalige fascisten weer aan het werk te helpen. Zo ontstond er ruimte op de Duitse automarkt voor de Volkswagen. De doorsnee Duitser moest niks van deze nieuwlichterij (vreemde carrosserie, motor op de verkeerde plek, luchtkoeling) hebben, maar ging vanwege de onverwoestbare kwaliteit toch overstag. Opel beschikt namelijk alleen nog maar over een fabriek waar de Olympia en de Kapitän gebouwd konden worden. Dat waren gewaardeerde auto’s, maar te duur voor Otto Normalverbraucher.

In 1962 was Opel weer in staat om een compleet nieuwe Kadett te gaan bouwen. De eerste editie was niet echt een schot in de roos want te smal om achterin 3 (of meer) kinderen kwijt te kunnen, maar 3 jaar later wist men met de tweede generatie hoe het wel moest om de Volkswagen het leven zuur te maken. Omdat de Rekord prima bleef verkopen, leverde dat eerst het marktleiderschap bij ons op en later ook in Duitsland. Volkswagen revancheerde zich echter met de Golf; een model waarmee Opel pas 5 jaar later in de vorm van de vierde generatie Kadett een antwoord op had. Lange tijd waren beide merken aan elkaar gewaagd. Met de Calibra uit 1990 stal Opel echt de show. Maar in de tweede helft van de jaren-90 zette het verval in. De tweede generatie Omega uit 1993 bleek zoveel kinderziektes te hebben dat klanten in het hogere segment het merk de rug toe keerden. En 2 jaar later gebeurde dat ook in de klasse van de Vectra, die in herziene vorm gewoon niet goed genoeg was om de Ford Mondeo en de Volkswagen Passat van repliek te kunnen dienen. In dieselmotoren werd onvoldoende geïnvesteerd en dat was ook een reden waarom het marktaandeel als sneeuw voor de zon begon weg te smelten. In Duitsland, en daarna ook in Nederland. Het idee dat het tijd gekeerd kon worden met de Agila was zowel lachwekkend als pathetisch.
Opel belandde chronisch in de rode cijfers. Moederbedrijf General Motors had zijn handen vol aan zichzelf en verkocht haar dochter in 2017 aan Peugeot. De kwaliteitsgevolgen daarvan merkt de klant nog elke dag: ombetrouwbare benzinemotoren en nu ook gedonder met airbags. En toch denkt het merk wat te vieren te hebben. Er wordt op 8 juni in het Duitse Rüsselsheim een evenement georganiseerd waar ook kanselier Scholtz even zijn neus zal laten zien. Naast het eigen personeel (veel werknemers zijn de laatste jaren trouwens ontslagen) is ook “het grote publiek” welkom, al is het twijfelachtig of Opel nou nog veel fans heeft.

Ook voor automerken in de verdrukking (afgelopen maand verkocht Opel in Nederland minder auto’s dan Mazda en Suzuki) geldt “hoop doet leven”. Dus het is logisch en begrijpelijk dat tijdens het evenement de nieuwe Frontera en Grandland aan het publiek getoond zullen worden. Het gevarieerde feestprogramma voorziet ook in een fabrieksrondleiding (momenteel wordt de Astra in Rüsselsheim gebouwd) en een tentoonstelling van een aantal mijlpalen uit de lange geschiedenis van Opel . Die expositie omvat onder andere de GT uit 1968, de Manta GSe en de (GT X) Experimental (zie hoofdfoto). Op het nabijgelegen testcircuit kan men een ritje op de passagiersstoel van de Corsa Rally Electric proberen te regelen (reserveren is niet mogelijk). Voor bezoekers van 15 jaar en ouder zijn er testritten met de Rocks Electric mogelijk. Het nog wat jongere volk kan zich ondertussen vermaken in een Kids Corner.
Een extra attractie is het terrein tegenover het Adam Opel Haus op de Rugbyring, dat exclusief is gereserveerd voor oldtimers van het merk. Bezoekers en gasten die aankomen in een vintage Opel, kunnen hun auto parkeren op de parkeerplaats ‘An der Feuerwache’. Zo verandert dit terrein gaandeweg in een openlucht pop-up tentoonstelling van historische Opel-modellen. Inschrijven voor de diverse activiteiten kan op de locatie zelf. Vooraf reserveren is zoals gezegd niet mogelijk.
