Op korte termijn zal de Europese Commissie bekendmaken of zij namens alle lidstaten extra handelsbeperkingen op gaat leggen aan in China geproduceerde auto’s. De verwachting is dat de huidige invoerheffing van 10 procent verhoogd gaat worden naar 30 procent.
Het opwerpen door de Europese Commissie van extra handelsbarrières voor China volgt na een onderzoek naar illegale staatssteun door het Aziatische land aan de autofabrikanten in haar land, met als doel dat zij in staat worden gesteld om hun voertuigen in onze marktregio tegen dumpprijzen aan te kunnen bieden. Het hogere doel voor China is het vernietigen van de Europese (auto-)industrie.

Sommige Europese autofabrikanten zijn overigens tegen extra handelsbarrières. Dat komt deels doordat diverse grote fabrikanten, zoals BMW en de Volkswagen Groep voor hun verkopen sterk afhankelijk zijn. Andere producenten, bijvoorbeeld Mercedes-Benz en Volvo, zijn gedeeltelijk of geheel in Chinese handen zijn. Het Zweedse merk laat bovendien de EX30 in China bouwen. Ook de BMW iX3, de Cupra Tavascan en de Dacia Spring worden uit dit land aangevoerd. Het laatste model wordt in Europa onverkoopbaar als de prijs als gevolg van een hogere invoerheffing met duizenden euro’s stijgt. Maar de Verenigde Staten, die zich in een vergelijkbare situatie bevond toen zij besloot om de importheffing voor Chinese auto’s te verhogen naar 100 procent (General Motors bouwt in China namelijk een Buick model dat op de Amerikaanse thuismarkt wordt verkocht), liet zich hierdoor niet van de wijs brengen. Nu maar hopen dat de Europese Commissie net zulke sterke knieën heeft. De hogere importheffing kan namelijk een tegenreactie van China uitlokken.
Chinese elektrische auto’s zijn bezig aan een forse opmars op de Europese wegen. Volgens de Europese koepelorganisatie Transport & Environment was in 2019 nog maar 0,4 procent van de verkochte elektrische auto’s van Chinese origine, maar in 2027 zal dat naar verwachting al 20 procent zijn. Om te voorkomen dat de Europese fabrikanten als Volkswagen en Renault worden overvleugeld, gaat de Europese Commissie dus wellicht de importtarieven verhogen. Als dit gebeurt, dan zullen zij (en andere Europese autofabrikanten) gemaand worden om niet achterover te gaan leunen en zelf ook niet te prijzen verhogen, maar om de financiële voordelen van een lagere concurrentiedruk vanuit China te gebruiken voor investeringen in goedkopere elektrische auto’s en de hiervoor benodigde productie-infrastructuur.

Er wordt verwacht dat de importtarieven tot maximaal 30 procent zullen worden verhoogd. Nu is dat 10 procent. Elektrische auto’s uit China zullen hierdoor op de korte termijn mogelijk duurder worden voor de consument. Maar de Europese Commissie neemt dit besluit niet zomaar. Uit het onderzoek van de Europese Commissie, dat sinds afgelopen najaar loopt, blijkt immers dat er sprake is van een ongelijk speelveld omdat de Chinese staat haar autofabrikanten financieel steunt. Uit een eerdere studie bleek dat het ging om een bedrag van 100 à 150 miljard euro aan subsidies. Mede door deze financiële steun kunnen Chinese merken goedkoper produceren dan hun Europese collega’s. Dat zorgt dus voor een ongelijk speelveld. De angst van veel Europese politici is dat China dankzij de staatssteun aan autobouwers goedkoper elektrische0 auto’s kan maken. Dan zou de Europese industrie grote klappen krijgen en krimpen. Hierdoor wordt Europa afhankelijker van China, zal het niet meer voor Taiwan durven opkomen, gaan veel banen verloren en zal het economisch achterstand oplopen.
Deskundigen erkennen dat het invoeren van hogere tarieven gevolgen kan hebben. China zou als tegenreactie bijvoorbeeld Europese producten zwaarder gaan belasten. Niet alleen luxe auto’s, maar ook landbouwproducten zoals varkensvlees en zuivel. Toch denken deskundigen niet dat dit uitmondt in een grootschalige handelsoorlog. Voor China blijft Europa namelijk te belangrijk om producten naar te kunnen exporten. Bovendien is bovenomschreven angst van Europese politici niet onterecht. Kijk bijvoorbeeld maar naar zonnepanelen. Dat is een productgroep waar Europa eerder complet overvleugeld werd door China. Duitsland was eerst een grote producent. Toen is China maximaal de productie van zonnepanelen massaal gaan subsidiëren waardoor de meeste Duitse bedrijven uit de markt werden gedrukt. China heeft nu het leeuwendeel van de productie in handen.

Veel Duitsers zien dat als een teken aan de wand. Zij zijn bang dat dit opnieuw kan gebeuren, maar dan met auto’s. En dan zijn de gevolgen veel groter. Bondskanselier Olaf Scholz, die het contact met de samenleving kwijt lijkt te zijn, getuige de recente peilingen, ziet het gevaar niet. Althans, hij heeft alleen oog voor het feit dat handelsbarrières producten duurder kunnen maken. Scholtz heeft dus lak aan wat er voor de Europese auto-industrie op het spel staat. Hij benadrukt dat de sector niet moet vertragen bij de transitie naar een elektrisch aanbod. “Twijfel aan vooruitgang en vertraging van vernieuwing en transformatie zou bittere gevolgen hebben”, aldus Scholz (op bovenstaande foto, gemaakt in de Duitse Opel fabriek, links naast de topman van Stellantis). “Als we dat doen, zullen anderen ons inhalen”.
Dit neemt niet weg dat een meerderheid van de Duitse bedrijven voorstander is van strafheffingen tegen China. Zij beamen dat hun Chinese collega’s momenteel hun broodwinning massaal aan het ondermijnen zijn. Veel bedrijven zijn daarom bang werknemers in Duitsland te moeten ontslaan. Maar daar lijkt Scholz dan weer geen oog voor te hebben. Bovendien moet niet vergeten worden dat Duitsland een slecht fingerspitzengefühl heeft als het gaat om het inschatten van geopolitieke ontwikkelingen. Het is nog niet zo lang geleden dat ons buurland een warm voorstander was van de Nordstream pijpleiding naar Rusland. Daar zou geen enkel gevaar in rusten. Moet je nou eens kijken.
