Dankzij de enthousiaste reacties op het debuut van de Renault 5 E-Tech, staat retro design weer volop in de schijnwerpers. Want zijn er niet meer iconische modellen uit de jaren-70 van de vorige eeuw die een moderne interpretatie verdienen? Zoals de Volvo 240?
De ontwerpstudie waarvan je hier een aantal computerillustraties ziet, bewijst dat boxy weer sexy kan zijn. Volvo viert in 1927 haar 100ste verjaardag en er is geen ander model beter geschikt om de slingers mee op te hangen dan de 240. Net zoals bij de Renault 5 het geval is, zullen veel mensen nog een ‘actieve herinnering’ hebben aan de middelgrote sedan en stationwagen uit Zweden.

En de 240 speelt op dit moment een sympathieke bijrol in het televisie programma van Jeroen Krabbé: de eerste als ooit felrode (maar tegenwoordig enigszins door de zon verbleekte) Estate en de tweede in een houtje-touwtje jas in dezelfde kleur: minder sportief kan je het niet hebben. De enigszins aan ADHD lijdende Krabbé wil alle relevante plekken uit het leven van schilder Matisse bezoeken en de goeiige lobbes van Volvo lijkt overal achter hem aan te sjokken (maar brengt de presentator natuurlijk veilig naar de gewenste locatie).

Jordan Rubinstein-Towler moderniseerde de boxy vorm van de klassieker; zowel de sedan als de Estate (stationwagen). Het is een eerste aanzet tot hoe een moderne interpretatie van de 240, oftewel de ‘240 Recharge’ dan wel de ‘ES240/EV240’ er uit zou kunnen gaan zien. Maar feitelijk biedt alleen de Estate aanknopingspunten voor een revival. Zijn carrosserievorm is anno 2024 nog steeds voldoende praktisch. De sedanversie is dat helaas niet meer, en daar moeten we ons gewoon bij neerleggen, net zoals Renault de 5 E-Tech standaard een 5-deurs carrosserie heeft gegeven terwijl het originele model gedurende de eerste 7 jaar van zijn verkoop carrière altijd een 3-deurs auto was.

Volvo legt momenteel de laatste hand aan een elektrische opvolger voor de S90. Deze ES90 belooft (in Nederland) flink goedkoper te worden, aangezien de EX90 voor 10.000 euro minder in de prijslijst staat dan de XC90. Reken op een starttarief van 61.195 euro. Met een dergelijke prijsstelling kan de ES90 prima huidige S60 rijders opvangen. Volvo zegt geen concrete plannen te hebben voor een opvolger voor de V60 omdat de EX60, die de XC60 zal aflossen, qua prijs naadloos aansluit op de EX40/EC40. Ook de spoeling voor een opvolger van de V90 wordt in verband met de interne concurrentie met de EX90 te dun geacht. Dat biedt juist ruimte aan een ‘240 Recharge’ annex ‘EV240’.

Rubenstein-Towler heeft zijn ontwerpstudie voor een spirituele opvolger van de 240 met een Amerikaanse bril zitten maken, dus die overmaatse koplampen moet je wegdenken. Verder zijn brievenbus-deurgrepen à la het origineel natuurlijk een must. Elektrische auto’s hebben vanwege de voor de batterijen set benodigde ruimte in de wagenbodem een relatief lange wielbasis nodig, dus dat wordt nog een hele uitdaging aangezien de 240 juist gekenmerkt werd door enorme overhangen, zowel voor als achter.

Het ontwerpen van een nieuw, maar historisch verantwoord, interieur voor de retro-240 zal minder inventiviteit vergen omdat een blokkendoos vorm eigenlijk tijdloos is. Hier kan een ontwerper weinig fout doen, zo lang hij maar niet vervalt in kitsch. In tegenstelling tot het portret-infotainmentscherm van moderne Volvo’s, dient voor de 240 Recharge annex EV240 voor een conventionelere en veel slankere, horizontaal gerangschikte, cockpit gekozen te worden, geaccentueerd door fysieke bedieningselementen; een ingetogen maar welkome afwijzing van de overvloed aan touchscreens.

Het 4-spaaks stuurwiel, een bewuste verwijzing naar de originele 240, en met stof beklede stoelen met een duidelijk Scandinavische uitstraling mogen in de cabine van zijn erfgenaam niet ontbreken.

Hoewel Volvo de afgelopen jaren niet slechts één pagina, maar een heel hoofdstuk in zijn designboek heeft omgeslagen, zal elke autoliefhebber, als hem of haar gevraagd wordt wat het meest iconische Volvo-ontwerp is, zeer waarschijnlijk ‘240’ zeggen. De originele modelserie, die in een oplage van 2,9 miljoen stuks werd geproduceerd van 1974 tot 1993 (als opvolger van de even hoekige 140-reeks; neide Volvo’s zijn het werk van ontwerper Jan Wilsgaard), heeft sindsdien een cultstatus bereikt. De 240 Estate wordt vaak geprezen als het onverwoestbare automobiele equivalent van de Nokia 3310: robuust, allesbehalve sexy en onbeschaamd a-sportief (zelfs de karakteristieke turbo velgen konden daar niks aan veranderen).

De 240 Recharge annex EV240 zou in gebaseerd kunnen worden op het door Geely ontwikkelde SPA2-platform dat ook gebruikt wordt voor Volvo’s EX90. Dat betekent een stevig 111 kWh accupakket en 2 elektromotoren die maximaal 517 pk produceren. Maar aan zo veel vermogen heeft de 240 Recharge annex EV240 geen behoefte: 1 elektromotor is voldoende, hetgeen 279 pk betekent. De EV240 zal dan meer dan 8 seconden nodig hebben om vanuit stilstand naar 100 km/u te accelereren. Maar daar zal natuurlijk geen enkele klassieke Volvo fan mee zitten. En Jeroen Krabbé al helemaal niet.
