Ferrari heeft in Maranello het doek van de Amalfi getrokken. Deze sportwagen is de opvolger van de Roma en het nieuwe instapmodel van het Italiaanse exclusieve automerk.
Daar waar de Portofino beschouwd kan worden als een gefacelifte California, daar is de Amalfi duidelijk een vervolg op de Roma. Het laatste model was zeer succesvol in het binnenhalen van nieuwe klanten (de helft van de kopers behoorde niet tot de vaste cliëntèle). Voor de Amalfi wacht dezelfde taak. Het model is de ‘meest echte’ GT uit het Ferrari-gamma met de ‘minst hardcore’ rijeigenschappen en de ‘minst agressieve’ styling. Critici zouden dan spreken van een grijze mus, maar de Amalfi heeft op deze manier wel het potentieel in zich om uit te groeien tot een allemansvriend. En dat is natuurlijk goed voor de omzet van Ferrari.

Ferrari noemt de Amalfi een ‘2+’. Niet te verwarren met ‘2+2’ waarin achterin desnoods plaats is voor 2 personen. In de praktijk kunnen kleine kinderen daar dan zitten, maar volwassenen even naar het station brengen wordt een hele uitdaging. Ferrari heeft de ‘2’ weggelaten omdat de Amalfi weliswaar een achterbankje heeft, maar daar kan men eigenlijk alleen enkele weekendtassen (of winterjassen). Dat is handig want de kofferbak is niet immens groot.

Wie de Amalfi naast de Roma zet, zal zien dat de grille niet langer uit het plaatwerk geboetseerd is. De koellucht komt voortaan via een rooster onderin de voorbumper binnen. Ook is er een luchtkanaal boven de koplampen. Tussen de lichtunits strekt zich een donkere strip, waarachter zich het gros van de sensoren bevindt. Ferrari ‘sleutelde’ niet aan de motorkap. Verstandig, want de Roma had optisch nogal wat weg van de iconische 365 GTB/4 Daytona. Die overeenkomst blijft dus in takt.

Aan de achterkant verschilt de Amalfi van de Roma door een bredere uitklapbare spoiler. Die zit er niet alleen voor de show, maar zorgt in de agressiefste van de 3 standen voor 110 kilo extra downforce bij 250 km/u. Verder zijn de achterlichtunits van de Amalfi (een beroemde kustplaats in Italië) iets smaller getekend, waardoor de achterzijde aan de 12Cilindri doet denken.

Verder zijn zowel de diffusor als de lip aan de voorkant en beschikt de Amalfi over nieuwe velgen. Tevens is er een nieuwe carrosseriekleur: Verde Costiera (zie fotoserie; vrij vertaald betekent dat ‘kustgroen’). Een turquoise tint die doet denken aan de kleur van het water als je aan de kust van Amalfi aan het pootjebaden bent.

Gelijkenissen met de 12Cilindri zien we ook terug in het interieur, waar het ietwat opzichtige, verticale infotainmentscherm is vervangen voor een subtieler, lager geplaatst, horizontaal touchscreen. Het passagiersdisplay is gebleven, maar heeft in de Amalfi wel een groter formaat dan in de Roma. Het digitale instrumentarium voor de neus van de bestuurder bleef ongewijzigd. Ferrari monteert wel een ander stuur waar de touchpads van de Roma vervangen zijn door ouderwetse fysieke knoppen. Dat verkleint de kans dat ze onbedoeld aangeraakt zullen worden. Ook de iconische rode startknop is trouwens terug van (even) weggeweest. De grote boog rondom beide zitplaatsen die de bestuurder en passagier in de Roma optisch scheidde, is in de Amalfi minder prominent aanwezig. De middenconsole loopt nu in één rechte lijn door en niet meer naar boven richting het dashboard.

Onder de motorkap van de Amalfi zit de bekende, dubbel geblazen 3,9 liter V8 met 8-traps automaat. Hybride techniek ontbreekt. Als je bedenkt dat dergelijke techniek door Ferrari primair gebruikt wordt om het (systeem)vermogen te verhogen en niet zozeer om het verbruik te verlagen, is dat niet onlogisch: Ferrari vindt hybride techniek beter geschikt voor haar extremere, op maximale prestaties gerichte modellen. Wel is de tuning van de V8 gewijzigd. Lichtere nokkenassen besparen 1,3 kilogram en van het motorblok wist Ferrari 1 kilo af te schaven. De krukas is anders gefabriceerd en de motor van de Amalfi is voorzien van dunnere olie om sneller op temperatuur te komen. Zowel de motor als de turbo’s draaien nu door tot een hoger toerental, waardoor het vermogen met 20 pk is toegenomen tot 640 pk. Dat zorgt voor een, in vergelijking met de Roma, iets (0,1 tel) kortere tijd voor de standaardsprint. Vanuit stilstand naar 100 km/u accelereren duurt in de Amalfi 3,3 seconden. De topsnelheid blijft onveranderd 320 km/u.

Wat niet ongewijzigd bleef, is de motorklank. Ferrari moest een nieuwe demper ontwikkelen om aan de alsmaar striktere geluids- en emissienormen te voldoen. Deze investering heeft tot gevolg dat de V8 nog altijd klinkt als een échte Ferrari motor. Verdere bijdragen aan de rijervaring zijn een brake-by-wiresysteem, een ‘ABS Evo-controller’ (die moet zorgen dat de remkracht altijd optimaal is), kalibratie in het stuurhuis voor een preciezer gevoel en de eerder genoemde herziene achterspoiler, waardoor er volgens Ferrari in alle rijstanden meer gevoel zou zijn.

De Nederlandse prijs van de Amalfi is op dit moment nog niet bekend, maar Autointernationaal.nl verwacht een tarief van 335.000 euro. Daarmee kan geconstateerd worden dat het grootste verschil met de Roma, die voor 278.285 euro te koop was, misschien wel de prijs is. De eerste exemplaren worden begin 2026 afgeleverd.
