Ferrari blijft een lichtpuntje voor de in de lappenmand liggende Europese autobranche. De Het Italiaanse fabrikant van exclusieve want peperdure sportwagens kan namelijk de opgelegde invoerbelasting probleemloos doorberekenen aan haar rijke Amerikaanse klanten.
Terwijl een concurrent als Porsche kreunt onder de hogere importtarieven in de Verenigde Staten, zet Ferrari zijn opmars onverstoorbaar voort. Hoewel de omzet het afgelopen kwartaal met 1,79 miljard euro (+4 procent) licht onder de verwachtingen bleef, steeg de bruto bedrijfswinst met 6 procent tot 709 miljoen euro. En dat bij een gelijk aantal leveringen in vergelijking met vorig jaar.
De operationele winst kwam uit op 552 miljoen euro (+8 procent), wat dus neerkomt op een winstmarge van 30,9 procent. Ter vergelijking: Porsche mikt voor dit jaar op een marge van 5 à 7 procent.
In tegenstelling tot zijn Duitse rivaal heeft het legendarische Italiaanse merk de luxe om zijn prijzen te verhogen zonder klanten te zien afhaken. In maart had topman Benedetto Vigna al aangegeven dat de prijzen met 10 procent zouden stijgen in de Verenigde Staten, dat inmiddels goed is voor 28 procent van de verkopen.
Bovendien blijft Ferrari steeds meer geld verdienen aan de personalisatie van zijn dure auto’s, waarbij klanten hun eigen touch mogen geven aan hun bolide. Ook de betere prestaties van het F1-team hebben de inkomsten een zetje gegeven.
Ook voor de nabije toekomst blijft Ferrari optimistisch omdat in de tweede jaarhelft de ‘industriële kosten’ zullen dalen. De Verenigde Staten en de Europese Unie zijn afgelopen zondag namelijk overeengekomen om het importtarief op Europese voertuigen te verminderen van 27,5 procent naar 15 procent. Dat zorgt er voor dat Ferrari zijn jaarprognose niet hoeft te wijzigen. Dit betekent dat de omzet en de bruto bedrijfswinst met bijna 5 procent zullen toenemen.
