Alfa Romeo dacht zich goed op de toekomst voor te bereiden door volledig elektrische opvolgers voor de Giulia en Stelvio te ontwikkelen. Maar de autoconsument heeft inmiddels met zijn koopgedrag duidelijk gemaakt daar niet op te zitten wachten. Althans, het aantal klanten dat bereid is het geluid van een ronkende verbrandingsmotor op te geven, valt vies tegen. Daarom worden momenteel in grote haast hybride versies van de nieuwe Giulia en Stelvio ontwikkeld. Met als gevolg dat met name lancering van het laatste model vertraging heeft opgelopen.
Die nieuwe Stelvio had namelijk al in mei op het toneel moeten verschijnen. Inmiddels is het bijna september en nog steeds is er taal noch teken van de tweede generatie. Dat komt doordat niet alleen de Giulia en Stelvio technisch aangepast moeten worden, maar ook hun assemblagelijn in Cassino. Die was zo opgezet om volledig elektrische auto’s te kunnen bouwen, maar moet nu geschikt worden gemaakt voor de montage van verbrandingsmotoren en voor de toevoeging van hybride techniek. Moederbedrijf Stellantis heeft op zich wel experts in huis die deze klus moeten klaren, maar die zijn primair nodig voor aanpassing van de fabriek in Melfi waar momenteel de eerste exemplaren van de DS Numéro 8 van de band rollen. Ook dat model moet geschikt gemaakt worden voor een hybride aandrijflijn. Evenals de nieuwe DS Numéro 7 en de Lancia Gamma die anders dan gepland evenmin in louter elektrische vorm op de markt gebracht zullen worden. En aan dit rijtje kunnen we de nieuwe Jeep Compass toevoegen.

De benodigde verbrandingsmotor is een apart hoofdpijndossier. Dat de fragiele 1,2 liter 3 cilinder motor van Stellantis ongeschikt is om grotere modellen aan te drijven, zal duidelijk zijn. Dat was intern al jaren bekend en daarom werd aan Opel de opdracht gegeven om een nieuwe 1,6 liter 4 cilinder motor te ontwikkelen op basis van het omstreden 1.6 THP blok (later omgedoopt tot 1,6 PureTech). Je kan het aan de Duitsers overlaten om die klus op tijd te klaren: inmiddels staat die krachtbron op het menu voor de nieuwe Jeep Compass. Maar voor de nieuwe Giulia en Stelvio is die motor niet echt geschikt. Dat komt niet alleen doordat een longinhoud van 2,0 liter passender zou zijn, maar ook omdat de 1.6 unit primair ontwikkeld is voor plaatsing dwars onder de motorkap in combinatie met voorwielaandrijving. Het STLA Medium platform van Stellantis heeft een hiervoor geschikte architectuur, maar niet het STLA Large platform dat uitgaat van achterwielaandrijving en een in lengte richting geplaatste krachtbron. Die bodemplaat gaat namelijk ook gebruikt worden door de Amerikaanse divisie van Jeep en door Chrysler, Dodge en Ram. De huidige Giulia en Stelvio opvolgers met achterwielaandrijving geven, leek een logische keuze. Althans zo lang er sprake was van alleen volledig elektrische varianten. Maar nu er in grote haast versies met een verbrandingsmotor aan het palet moeten worden toegevoegd, trekt men bij Stellantis zich de haren uit het hoofd. Voor de 4xe versies van de Amerikaanse Jeep modellen wordt weliswaar gebruik gemaakt van een 2,0 liter motor, maar die krachtbron is niet Euro7-proof. Aanpassing is technisch mogelijk, maar dat kost veel geld. Heel veel geld. Het is twijfelachtig of Stellantis die kosten ooit terug zal kunnen verdienen, zeker nu afgelopen week bekend is geworden dat Mercedes niet eens meer de moeite neemt om zelf haar 2,0 liter motor te moderniseren, maar in plaats hiervan bestaande 4 cilinder blokken zal inkopen bij BMW. Dat is vele malen goedkoper.
Inmiddels houdt Alfa Romeo er rekening mee dat de redding niet van de nieuwe Giulia en Stelvio zal komen. Dit betekent dat het merk met het klaverblad zijn plannen opnieuw zal moeten herzien. Want groei valt van een vertraagd op de markt gebracht model duo waar op het laatste moment nog gesleuteld is aan de aandrijflijnen niet te verwachten. Dat leert ook de autogeschiedenis. Je hebt maar één kans om een eerste indruk te maken en die lijkt Alfa Romeo met de nieuwe Giulia en Stelvio bij voorbaat verprutst te hebben. Insiders melden bovendien dat de kans groot is dat dit model duo pas in 2027 op de markt komt. Tegen die tijd gaat het om 2 jaar oude ontwerpen. Kritische klanten, en daar heeft een premium merk als Alfa Romeo er per definitie veel van, zullen dat opmerken. En anders wel de pers.
Kortom, Alfa Romeo heeft dus een ander model nodig om (weer) te kunnen groeien. Het gaat daarbij om een compacte SUV die tussen de Junior en de Tonale in geparkeerd zal worden. En hoewel heel wat Alfa fans het een onverdraaglijke gedachte zullen vinden, zal de redding van Opel komen. Hoe dat precies zit, legt Autointernationaal.nl in de volgende alinea uit.
Misschien is het jou opgevallen dat in de afgelopen week gepubliceerde tabel met de Europese marktaandelen per automerk Alfa Romeo ‘0,4 procent’ achter zijn naam heeft staan. Dat is teleurstellend weinig voor een merk waarvan het B-segment SUV model (Junior) nog relatief jong is en waarvan het C-segment product (Tonale) leverbaar is met diverse vormen van hybride techniek. Dergelijke auto’s vormen immers het hart van de Europese automarkt! Elke analist voelt aan zijn water dat Alfa Romeo het met haar huidige gamma niet gaat redden tot 2027. Kortom, er moet versneld een extra model in stelling gebracht worden. Het klavermerk verkocht in 2024 slechts 62.000 auto’s wereldwijd, oftewel een druppel op een gloeiende mondiale plaat. Ook om die reden is er dus dringend vers bloed nodig.
Dat verse bloed wordt dus een SUV die tussen de Junior (4,17 meter) en de Tonale (4,52 meter) in het gamma komt. Idealiter zou een auto van ongeveer 4,35 m lang; het formaat van de nieuwe Audi Q3, welkom zijn. Het toeval wil dat Opel een dergelijk model vrijwel productierijp heeft, maar van Stellantis eerder dit jaar te horen heeft gekregen dat zij dit ontwerp niet op de markt mag brengen: de zogeheten Manta Electric: een SUV die er anders dan de Frontera en de Grandland wél sexy uit ziet.

Er is nu besloten dat Alfa Romeo dit ontwerp krijgt om zo handen en voeten te kunnen geven aan de circa 4,35 lange SUV (de Manta Electric was in conceptvorm 4,37 lang) die nodig is om het marktaandeel op te krikken. Kwestie van een andere grille en klaar is kees: de nieuwe Alfa Romeo ‘stop-gap model’ kan al in 2026 in productie gaan. Voor merkfans is dit natuurlijk een gruwel. Het is nog net geen Arna scenario, maar toch. Desalniettemin denken de incapabele topmanagers van Stellantis dat Alfa Romeo hiermee kan worden gered.
Schrale troost voor de fans van het Italiaanse merk is dat het gelach voor Opel nog harder is. Zij ziet nu dat de fakkel die zij in 2023 op de IAA van München in de vorm van de Manta Electric conceptstudie presenteerde door Alfa Romeo uit haar handen gegrist wordt en dat de Italianen met de winst gaan strijken.
Waarom doet Stellantis dit??? Autointernationaal.nl schreef al eerder dat John Elkann, nazaat van de Fiat-oprichters familie Agnelli, hier de kwade genius is. Hij wilde namens het investeringsfonds van de familie een stuk tafelzilver verkopen, te weten Iveco. In Italië zou hij daar slechts een appel en een ei voor vangen, maar Tata Motors is bereid om flink in de buidel te tasten; precies wat multimiljardair Elkann ‘nodig’ heeft. Nu is deze achterkleinzoon van de Fiat oprichter niet op zijn achterhoofd gevallen, dus hij wist dat er stront aan de knikker zou komen als een stuk Italiaans economisch erfgoed in Indiase handen zou belanden. Met name premier Giorgia Meloni kan in zulke gevallen fel uit de hoek komen. Dus Elkann had een pot met stroop nodig om dit goedje om haar mond te kunnen smeren. Dat vond hij in de vorm van geld dat hij had weggehaald bij Opel. Vervolgens kon jij tegen de Italiaanse premier zeggen: “kijk eens, 2 miljard euro. Dat ga ik allemaal in nieuwe Italiaanse auto’s investeren”. Op die manier dacht Elkann wel een potje te kunnen breken bij Meloni zodra de verkoop van Iveco aan Tata Motors in de publiciteit zou komen.
Dat er geen enkele bedrijfseconomische onderbouwing voor een investering van 2 miljard euro door Stellantis in de Italiaanse automerken is, kan Elkann niet bommen. Hij heeft zijn familie nog rijker gemaakt door Iveco ten gelde maken. Van het feit dat hij hiermee roofbouw pleegt op Opel, dat zich nu moet zien te redden met een model die er zo mogelijk nog goedkoper uitziet als een Dacia Duster (Frontera) en een SUV met een nog hoger vrieskist-gehalte dan de Aiways U5, ligt hij evenmin wakker.
Met zo’n man aan de knoppen kan Stellantis alleen maar failliet gaan. Niet vandaag of morgen, maar een nieuw British Leyland is in de maak. Over 10 à 15 jaar is het gedaan. Maar niet voordat bij de Europese Unie gebedeld is om staatssteun dat Noord-Europeanen via een extra belastingheffing mogen gaan ophoesten natuurlijk.
