Geely maakte onlangs zijn debuut op de Nederlandse automarkt met de E5 en de Starray. Elders in Europa zijn die modellen al langer te koop. Geely kennen wij vooral als het moederbedrijf van onder andere Lynk & Co, Volvo en Zeekr, maar de oorsprong ligt bij de productie in China van auto’s met de eigen naam. De E5 en de Starray worden nu nog vanuit het thuisland naar Europa geëxporteerd, maar in de toekomst wil Geely auto’s gaan gaan bouwen in de Europese fabrieken van Volvo.
Daarmee snijdt het merk aan drie kanten. Te eerste wordt de overcapaciteit van Volvo in Europa aangepakt. Deze dochter legt momenteel de laatste hand aan een nieuwe fabriek in Slowakije, maar de Zweden hebben die productiecapaciteit eigenlijk helemaal niet nodig. De bouwbeslissing werd echter genomen toen Volvo nog dacht veel sneller te kunnen groeien met de verkoop van elektrische auto’s en Donald Trump versleten werd als een gek die nooit een comeback als president van de Verenigde Staten zou maken en namens dit land ook geen invoerheffingen op Europese auto’s zou invoeren.
Ten tweede kan Geely voor wat betreft de verkoop van eigen elektrische auto’s in Europa de importheffingen van ‘Brussel’ omzeilen. En ten derde hoeft Geely anders dan bijvoorbeeld BYD niet veel geld te investeren in de bouw van productielocaties in Europa. De strategie werd toegelicht door Geely-oprichter Li Shufu. Volgens hem kampt de wereldwijde auto-industrie met ernstige overcapaciteit, waardoor samenwerking en efficiënter gebruik van bestaande productiemiddelen noodzakelijk is. “Mondiaal is het probleem van overcapaciteit zeer ernstig”, aldus Li. “Voor Geely en Volvo ligt de oplossing in het benutten van elkaars productiecapaciteit”.
Li zei niet welke Europese fabriek van Volvo hij op het oog heeft voor de productie van Geely’s, maar met name de vestiging in het Belgische Gent lijkt in het vizier te zijn. Daar rolt onder andere de populaire EX40 van de band. Li heeft besloten dat de opvolger vanaf 2028 in Slowakije gebouwd moet gaan worden. Daardoor ontstaat er in Gent een enorme overcapaciteit. De kans is namelijk klein dat de aldaar gebouwde EC40 een opvolger krijgt. De EX30 ziet ook in Gent het levenslicht, maar dat model is alweer duidelijk over zijn verkoop hoogtepunt heen.
Geely zou deze overcapaciteit kunnen opvullen door haar eigen auto’s in Gent te laten bouwen. Bijvoorbeeld modellen die gebruik maken van hetzelfde platform als de EX30. Of auto’s met een verbrandingsmotor, want in Gent mag men wel de opvolger van de XC40 gaan produceren. De overcapaciteit van Volvo in Slowakije gaat opgelost worden door aldaar de Polestar 7 van de band te laten rollen. In de Amerikaanse fabriek van Volvo ziet al enige tijd de Polestar 3 het levenslicht.
Naast gezamenlijke productie ziet Li ook ruimte voor het delen van meer onderdelen en voor een modulaire architectuur van auto’s, zonder dat dit afbreuk doet aan de merkidentiteit. Geely gaat sowieso een nieuw R&D centrum in Duitsland openen. Daar zullen in de toekomst nieuwe Volvo modellen (deels) ontwikkeld gaan worden, samen met repertoire van het moederbedrijf zelf of van andere dochtermerken. Geely heeft Lynk & Co inmiddels laten fuseren met Zeekr.
Het Geely concern mikt dit jaar op een stijging van de wereldwijde verkoop met 14 procent tot 3,5 miljoen auto’s. Daarvan moeten 750.000 exemplaren buiten China worden afgezet. In Gent zal de overschakeling naar de bouw van Geely’s misschien even slikken zijn. Het merk heeft immers lang niet zo’n roemruchte historie als Volvo. Maar iets is beter dan niets. Met de productie van Geely’s in Gent kan voorkomen worden dat de laatste autofabriek van België haar deuren moet sluiten.
