Het aantal microcars op de weg groeit snel en tegelijkertijd neemt het aantal ongelukken toe.
Ondanks hun maximumsnelheid van 45 km/u veroorzaken microcars bijna net zo vaak ongelukken als personenauto’s.
Maar wat zijn microcars precies, wie mag ze besturen en waarom verschillen ze aanzienlijk van gewone auto’s wat betreft inzittendenbescherming?
Microcars lijken op auto’s, maar worden wettelijk niet als personenauto’s beschouwd. Microcars hebben meestal een gesloten carrosserie, 4 wielen en 2 zitplaatsen. Deze voertuigen lijken op bijzonder kleine A-segment modellen, zoals de Smart ForTwo en de aanstaande Smart #2.
Wettelijk gezien worden ze echter niet als personenauto’s geclassificeerd, maar vallen ze over het algemeen onder de Europese voertuigklasse L6e. Deze voertuigklasse kent strikte limieten met betrekking tot gewicht, vermogen en snelheid. Voor modellen met verbrandingsmotoren is ook de cilinderinhoud beperkt. Bij elektrische voertuigen wordt de aandrijfaccu niet meegerekend in de gewichtsberekening voor de classificatie.
Bekende voorbeelden zijn de Citroën Ami en de Opel Rocks. Fabrikanten zoals Aixam en Ligier bieden ook tal van voertuigen in deze klasse aan. Voor een microcar in klasse L6e is geen rijbewijs voor personenwagens vereist. In Nederland is een ‘brommerrijbewijs’, dat vanaf 16 jaar behaald kan worden, voldoende. Het rijbewijs geeft toestemming voor het besturen van bepaalde bromfietsen en scooters, evenals lichte vierwielige motorvoertuigen. Wie al een rijbewijs categorie B voor personenauto’s heeft, heeft geen extra rijbewijs nodig.
De wettelijke classificatie heeft gevolgen voor de veiligheidsuitrusting. Airbags, een elektronisch stabiliteitsprogramma en rijhulpsystemen zoals een automatische noodrem zijn over het algemeen niet verplicht voor microcars. Bovendien is de voertuigstructuur aanzienlijk lichter.
“De voertuigstructuur van een microauto is niet te vergelijken met die van een kleine auto”, zegt een deskundige. Bij een botsing lopen de inzittenden daardoor een aanzienlijk hoger risico op ernstig of dodelijk letsel dan in een personenauto. De Europese gewichtslimiet van 425 kilogram is een belangrijk obstakel voor extra veiligheidstechnologie. Deskundigen pleiten daarom voor meer flexibiliteit in het toegestane voertuiggewicht en voor bindende veiligheidseisen die beter aansluiten bij die van personenauto’s. Er wordt in dit verband gewezen op jonge bestuurders: “Microcars mogen geen veiligheidsrisico vormen voor de inzittenden”. Dit geldt met name voor jongeren met weinig rijervaring.
