Volkswagen verder onder vuur

0

Het onderzoek naar het dieselschandaal bij Volkswagen breidt zich uit. Het Duitse Openbaar Ministerie onderzoekt nu ook de rol van Hans Dieter Pötsch, voorzitter van de raad van commissarissen bij Volkswagen.

Volkswagen bracht het nieuws zelf naar buiten. Het is niet door justitie in de regio Braunschweig bevestigd. Pötsch was jarenlang de hoogste financiële man van de Volkswagen Groep. Hij bekleedde deze functie tot november vorig jaar. Het onderzoek richt zich dan ook op die periode.

Tot nu toe waren ex-topman Martin Winterkorn en de zittende marketingdirecteur Herbert Diess de belangrijkste verdachten in de zaak. Zij worden ervan verdacht dat ze de financiële wereld te laat hebben geïnformeerd over het dieselschandaal en dus investeerders en beleggers belangrijke informatie hebben onthouden.

Audi

Tegelijkertijd zou Audi vrolijk door zijn gegaan met sjoemelpraktijken tijdens emissietests. De Californian Air Resources Board (CARB) heeft namelijk dit jaar (dus nadat het schandaal in september 2015 aan het licht kwam) sjoemelsoftware ontdekt in de automatische transmissie van een Audi. Het gaat daarbij om een ander type motorprogrammering dan gebruikt werd door Volkswagen. De (nieuwe) software van Audi is in staat om te herkennen of er met de auto stuurbewegingen worden uitgevoerd of niet. Het motormanagement programma schakelt zichzelf uit wanneer er meer dan 15 graden wordt gestuurd, dus buiten de rollenbank van een laboratorium. Op het moment dat de software uitgeschakeld is, stoot de Audi meer CO2 uit.

Een woordvoerder van Audi weigert commentaar te geven, maar komt alleen met de medeling dat zij afgelopen mei gestopt met het monteren van de software. De betrokken ingenieurs zouden inmiddels zijn ontslagen.

Tóch bijeffecten

Inmiddels is Volkswagen in Europa bezig met het aanpassen van haar TDI dieselmotoren. De sjoemelsoftware wordt daar op een verdacht simpele en onschuldige manier verwijderd. De compensatie voor de Europese klant beperkt zich tot een kopje thee of koffie terwijl de dealer in veel gevallen alleen de software aanpast. Volkswagen beweert dat de prestaties en het brandstofverbruik er niet onder lijden, maar de praktijkervaring is anders: na de ingreep verstoken de TDI motoren meer diesel. Ook de consumptie van (het erg dure) AdBlue, dat ter zuivering in de uitlaatlijn wordt geïnjecteerd, schiet de hoogte in.

Anders dan de Europese Unie hebben de autoriteiten in met name de Verenigde Staten zich niet met een kluitje in het riet laten sturen. Daar is de voorgestelde (en in Europa dus toegepaste) oplossing door specialisten afgedaan als “onzin”. Volkswagen heeft de opdracht gekregen om met ingrepen te komen die het uitstootprobleem wél definitief kunnen oplossen.

Wat te doen met 485.000 auto’s?

Ondertussen is Volkswagen verplicht om in de Verenigde Staten bijna een half miljoen dieselauto’s terug te kopen. Dat kost de Duitsers afgerond 10 miljard dollar. Volkswagen komt daarmee plotseling met een hele berg in principe onverkoopbare auto’s te zitten. Het is de vraag wat zij daarmee gaat doen. Legaal gezien zijn er 3 opties. De eerste is de meest voor de hand liggende: de auto’s demonteren. Als dat zorgvuldig gebeurd, kan Volkswagen de financiële schade beperkt houden door niet-besmette onderdelen een tweede leven te geven. Dat zal bij het overgrote gedeelte van de componenten kunnen.

De tweede optie is de doorverkoop van de betrokken auto’s naar afnemers in landen waar men niet moeilijk doet over de uitstoot (lees: Afrika). Volkswagen kan dit evenwel niet ‘ongelimiteerd’ doen omdat een te grote instroom van occasions de prijs onvermijdelijk onder druk zal zetten. Qua waardevastheid scoren de getroffen merken (Audi, Porsche en Volkswagen) nu beter dan gemiddeld. De Duitsers zouden hun eigen glazen ingooien als zij overgaan tot dumppraktijken. Bovendien is de restwaarde bepalend voor de leaseprijs. Zonder een concurrerend tarief kunnen Audi, Porsche en Volkswagen het schudden in het zakelijke segment.

De laatste optie is het aanpassen van de auto’s aan de officiële emissienormen. Dat zal Volkswagen waarschijnlijk gaan doen bij de jongste exemplaren. Die hebben immers al een uitgebreide nabehandeling (katalysatoren en dergelijke) voor uitlaatgassen aan boord en zijn daardoor het makkelijkst ‘schoon’ te krijgen. Deze auto’s vormen evenwel de minderheid (80.000 stuks) binnen het totaal van 485.000 voertuigen waarmee gesjoemeld is. Ook als Volkswagen de motoren aanpast, is er sprake van blijvende imagoschade. Dat heeft een negatief effect op de tweedehands waarde. Bovendien kan Volkswagen tal van rechtszaken tegemoet zien van klanten die klagen over verminderde prestaties. Maar het begint er mee dat de Amerikaanse overheid de technische oplossing moet goedkeuren. En zo ver is het nog (lang) niet.

Wereldwijd rijden er 11 miljoen auto’s van het Volkswagen concern rond met sjoemelsoftware waarmee tests gemanipuleerd kunnen worden. Al deze voertuigen zijn in werkelijkheid veel minder milieuvriendelijk dan het Duitse concern beweerd. Volkswagen heeft meer dan 16 miljard euro opzijgezet om de kosten van het schandaal te financieren.

Reageren is niet mogelijk.