Waarom de korte test?
Porsche gaat weer een supersportieve stationwagon bouwen. Inderdaad: ‘weer’. Van 1994-1996 werd voor Audi de RS2 gebouwd; een model dat als één van de aartsvaders van dit autotype kan worden geschouwd. Nu gaat het om een model met eigen merklogo: de Panamera Sport Turismo.

Wat voor auto is het?
In conceptvorm werd de Sport Turismo 5 jaar geleden al voorgesteld op de autosalon van Parijs. Porsche denkt dat er een marktniche is voor een model dat wat praktischer is dan de gewone Panamera, zonder een typische SUV uitstraling à la de Cayenne. In vergelijking met de conceptstudie uit 2012 is er weinig veranderd aan de carrosserievorm: het dak loopt wat verder/langer door en de achterklep is groter. Verder meldt Porsche dat er achterin de Sport Turismo uitvoering niet 2, maar 3 zitplaatsen zijn.

Doen deze wijzigingen jou je oren spitsen, dan is teleurstelling onvermijdelijk als je de Panamera Sport Turismo van binnen gaat bekijken. Om te beginnen is de kwalificatie ‘noodzitting’ voor die extra zitplaats al te veel eer. Porsche spreekt niet voor niets van een ‘4+1’ configuratie. De derde achterpassagier krijgt een eigen gordel en dat is het eigenlijk. Hij moet zitten op een verhoging en zijn benen kan hij niet kwijt vanwege de enorm brede middentunnel. Maar goed, iets is beter dan niets.

Hetzelfde geldt ook voor de bagageruimte. Die is 20 liter groter dan bij de normale Panamera. Dat scheelt 1 kleine reistas. Er kan nu voor 520 liter aan bagage in deze Porsche worden meegenomen, of 1.390 liter als je de achterbank plat legt (dat kan elektrisch via een druk op een knop). Maar in een Mercedes CLS Shooting Brake kan je voor 590/1.590 liter aan spullen vervoeren en in de Audi RS6 Avant 565/1.680 liter. Een écht alternatief voor de snelle stationwagon is de Panamera Sport Turismo dus niet geworden. In de geteste E-Hybrid uitvoering past overigens nog minder bagage vanwege het aanwezige accupakket (425/1.295 liter). Voeg daarbij de altijd rondslingerende tas met laadkapel en je kan moeilijk spreken van een praktische auto.

Is het wat?
Maar hé, we hebben het hier over een Porsche, niet over een Volvo 245. En door voor de Sport Turismo versie te opteren, krijg je een makkelijker toegankelijke laadruimte (inclusief lagere tildrempel) en de mogelijkheid om de achterbankleuning in 40:20:40 verhouding neer te klappen. Dat geschiedt elektrisch, net zoals de bediening van de achterklep. Er kan een vrijwel vlakke laadvloer worden gecreëerd dus in dit opzicht hoeft de Panamera Sport Turismo zich op het parkeerterrein van Ikea niet misplaatst te voelen. Porsche heeft zelfs allerlei materiaal op de optielijst staan waarmee je bagage/voorwerpen kan vastzetten. En voor achterpassagiers is er duidelijk meer hoofdruimte. Al is het dus te hopen dat het om 2 personen gaat, en niet om 3. Voor de rest is het interieur ’typisch Panamera’: een mooie, netjes afgewerkte verblijfplek en voor wie wil tal van infotainment.

En hoe zit het met de werkplek voor de bestuurder? Tja, dat valt toch wat tegen. Oorzaak is niet de Panamera zelf, noch de Sport Turismo wijzigingen (van het 20 kilo hogere gewicht merk je niks; hooguit is het uitzicht naar achteren door de binnenspiegel wat anders), maar de aandrijflijn van de 4 E-Hybrid testuitvoering. De Panamera Sport Turismo biedt in deze vorm geen enkel fiscaal voordeel, maar je wordt wel opgezadeld met een 275 kilo hoger gewicht. Voor een auto die bovenal sportief dient te zijn, is dat dodelijk.

Natuurlijk, je kan prachtige verbruikcijfers realiseren in deze Porsche (2,5 liter per 100 km; op papier althans) en in elektrische modus kan je theoretisch 25 à 50 kilometer genieten van een fluisterstille, soepele en snelle aandrijflijn. In de praktijk betekent dit dat de verbrandingsmotor dan niet in actie hoeft te komen. Maar een Porsche smeekt wél om een krachtige beroering van het gaspedaal. En dan beginnen de problemen.

Om te beginnen zijn beide type motoren (elektrisch en benzine) nog steeds niet optimaal op elkaar afgestemd, al is de aandrijflijn minder onbehouwen dan tijdens de test van de gewone Panamera E-Hybrid, 2 jaar geleden. Ook de 8-traps PDK transmissie gaat niet schokvrij tot actie over. Verder is het leuk dat Porsche tal van modi heeft ontwikkeld voor wat betreft de participatie van de elektromotor, maar de keuzemogelijkheden zijn blijkbaar te groot voor één knop (op het stuur). Dit betekent dat je voor een aantal settings een submenu op het touch screen moet induiken. Lastig, amateuristisch en Porsche onwaardig.

Spreek je het volle vermogen (462 pk) van de E-Hybrid uitvoering aan, dan kan je in 4,6 seconden op 100 km/u zitten. Een tijd waar Porsche zich niet voor hoeft te schamen. Waar Porsche zich wél voor dient te schamen, is het logge karakter van de geteste Panamera Sport Turismo. Het weggedrag is allesbehalve lichtvoetig, je hebt last van onderstuur en de besturing mist scherpte. In bochten voel je de massa de zwaarlijvige (2.265 kilo) Duitser naar de buitenrand drukken. Rem je, dat voel je eerst aarzeling (vermoedelijk door de energieregeneratie functie) en geen bijtkracht waarvoor je normaliter bij een Porsche betaalt. Rij plezier is dus ver te zoeken. Tenzij comfort prioriteit nummer1 is, want dankzij de standaard luchtvering worden zelfs met de optionele 21-inch velgen (heb je echt wel nodig om de wielkasten mooi te vullen) oneffenheden in het wegdek keurig geabsorbeerd. Windgeruis blijft ook bij geopend (panorama)dak binnen de perken dankzij ‘Porsche Active Aerodynamics’ dat een kleine spoiler boven de achterklep activeert.
