Welgeteld 24 exemplaren rijden er van de Aston Martin Vulcan rond. Nou ja, ‘rondrijden’: de sportwagen is officieel niet straatlegaal. Dus de kans dat je een exemplaar op de openbare weg tegenkomt, is nihil. De Britse RML Groep besloot daar echter verandering in te brengen. Eerder zagen we al gelijkaardige ondernemingen voor de McLaren P1 GTR en de Ferrari Enzo FXX.

Het had best wat voeten in de aarde om de Vulcan om te bouwen tot een straatlegale sportwagen. Aston Martin heeft de 820 pk sterke creatie namelijk nooit ontwikkeld met het oog op een carrière op de openbare weg. Laten we het er maar op houden dat ‘vorm’ de ‘functie’ volgt. Het motorsport & engineeringbedrijf RML startte met het ontwerpen van een nieuwe motorkap met geïntegreerde koplampunits van de Aston Martin DB11. De oorspronkelijke lichten in de voorbumper doen voortaan dienst als LED dagverlichting.

Een waar kunstwerk zijn de achterlichten van de Vulcan, maar jammer genoeg verdwijnen deze achter een plastic beschermkap. Dat is nodig om omstanders te beschermen. Voor de LED strip richtingaanwijzers van het illustere, straatlegale circuitmonster werd een plaats gevonden aan de zijkanten van de immens kolossale spoiler. Ze kregen de toepasselijke bijnaam ‘wingdicators’.

Enkele dagen geleden mochten enkele Britse journalisten een testrit maken in de aangepaste Vulcan, die overigens zijn 820 pk sterke 7,0 liter V12 heeft behouden, ondanks katalysatoren en andere emissiebeperkende ingrepen. De motor kreeg wel extra koeling en geluidsdemping.

De reacties waren lovend, alleen vermoedt Autointernationaal.nl dat vooral de sportwagen van Aston Martin zelf daar verantwoordelijk voor is en niet de aanpassingen van RML. Sprinten naar 100 km/u moet in 2,8 seconden lukken. De topsnelheid ligt rond de 330 km/u. De enige plek om dat te testen is op de Autobahn richting de Nürburgring.

Volgens RML is er voor nog minstens 2 exemplaren van de Vulcan een transformatie gepland. Hoe het voelt om de wegen onveilig te maken in de enige straatlegale Vulcan met nummerplaten komen wij desalniettemin wellicht nooit te weten. Gelukkig zijn er toch enkele foto’s als troostprijs.
