Aan Mini heeft BMW op zich een leuke dochter, maar zelf voldoende geld verdienen: ho maar. Dit is een probleem dat al jarenlang speelt. BMW dacht de rentabiliteit bij Mini te verbeteren door het dochtermerk meer modellen te gunnen (het gamma werd sinds 2001 uitgebreid van 2 naar 7 carrosserievarianten), maar dat bood geen soelaas. Inmiddels zijn de Paceman, Roadster en Coupé weer verdwenen.
Het basisprobleem is dat BMW niet kan profiteren van de schaalvoordelen van het veel grotere Volkswagen concern. Bij de eigen premium modellen is dat geen problemen, maar wel bij een B segment auto die te maken heeft met de wetten van de prijselasticiteit: de Mini Hatch kan nooit veel duurder zijn dan de Audi A1, een model waarvoor niet alleen gebruik kan worden gemaakt van onderdelen van de Volkswagen Polo, maar ook van de Seat Ibiza (en Skoda Fabia). Het is een strijd die door BMW niet in zijn eentje te winnen valt. En waarom Mercedes noch Volvo hun vingers willen branden aan een B segment model.
Aanvankelijk werd toenadering gezocht tot Toyota, waarmee reeds op andere terreinen reeds werd samengewerkt. Met de vraag of er voor Mini geen gebruik kon worden gemaakt van diens TGNA platform (dat ook toegepast gaat worden voor de volgende generatie Yaris). Maar Toyota gaf niet thuis. Vervolgens werd de blik op China gericht. Daar is nu een deal gesloten met Great Wall: BMW gaat een platform voor een nieuwe generatie compacte auto’s ontwikkelen dat vanaf 2023 door de Chinese partner gebouwd gaat worden. Daarmee hoopt men in München het kostennadeel ten opzichte van Volkswagen op te lossen.
De huidige modellen van Mini zijn gebaseerd op het UKL (Hatch, Cabrio) en UKL2 platform (Clubman, Countryman). Het laatste type bodemplaat is ook te vinden onder de voorwiel aangedreven modellen van BMW. Maar UKL/UKL2 zit aan het eind van zijn ontwikkelingspotentieel. Daarom werkt BMW aan een nieuwe bodemplaat voor voorwiel aangedreven auto’s: FAAR (naast CLAR voor de achterwiel aangedreven modellen). In technisch opzicht wordt het een hoogstandje, maar daarmee ook te duur voor de Mini Hatch die in basisuitvoering 21.600 euro kost.

Het nieuwe, in China door Great Wall te bouwen platform moet dit probleem gaan oplossen. Door de veel lagere productiekosten zal een elektrische Mini (dé toekomst) dan niet duurder hoeven te zijn dan de One First uitvoering. Dat is goed nieuws voor merkfans en/of diegenen die het helemaal zien zitten om elektrisch te gaan rijden, maar slecht nieuws voor Europees productiepersoneel, en met name voor werknemers van VDL NedCar in Born. Vanaf 2023 zullen de ‘goedkope’ Mini modellen namelijk uit China komen. Het gaat hierbij om een stadsauto moet achterin alleen noodzittingen (Metro Runner; à la de Toyota iQ), een langere hatchback (Metro Cruiser; zie computertekening) en een cross-over (Metro Adventurer). Voor deze modellen komt er geen enkele Europese fabrieksarbeider meer aan te pas.
BMW is nu aan het bestuderen of er daarnaast een businesscase te maken valt voor een tweede modellijn van Mini. Die zou, bij een hogere positionering, dan wél gebaseerd kunnen worden op het FAAR platform. Het gaat daarbij om grotere/duurdere opvolgers van de Clubman en Countryman. Daarnaast wordt een Hatchback overwogen, maar dan op het niveau van de Volkswagen Golf (en de nieuwe BMW 1-serie). De klassieke, in Europa geproduceerde, B segment Hatch verdwijnt dus (evenals de Cabrio). En dat gaat ongetwijfeld gevolgen hebben voor de in onze marktregio benodigde productiecapaciteit. Wie er aan het kortste eind trekt? Niet de fabriek in Oxford. Het ‘Britishness’ van Mini is een ‘Unique Selling Point’ en mag nooit verloren gaan.
De volgende generatie Mini stond voor 2021 in de planning, maar de introductiedatum is nu dus verschoven naar 2023. Dat zal de concurrentiepositie in de periode 2021-2023 geen goed doen. Maar dit probleem valt in het niet bij het schokeffect dat de ‘betaalbare’ Mini straks uit China komt. Schrale troost: de premium B segment hatchback heeft het sowieso moeilijk. Het gamma van de Audi A1 wordt flink teruggesnoeid (geen 3-deurs en diesels meer), de DS 3 krijgt geen opvolger en ook de Alfa Romeo MiTo zal een stille dood sterven.
