De krokodillentranen van Nissan

0

“Ik voel wanhoop en grote teleurstelling”. Dat zei Hiroto Saikawa, de bestuursvoorzitter van Nissan, eerder deze week naar aanleiding van de arrestatie van Renault Carlos topman Carlos Ghosn in verband met vermeende belastingfraude.

De vraag is of zijn woorden erg gemeend zijn. Saikawa (foto) was er namelijk wel erg vroeg bij om via de media aan te dringen op het ontslag van Ghosn. En het valt journalisten in Japan op dat andere topmannen met veel groter misdrijven wegkomen. Meet het chauvinistische land met twee maten nu er een ‘buitenlander’ aan de schandaal genageld wordt? Het heeft er alle schijn van. Deze week hebben wij niet alleen kennis kunnen maken met de donkere kant van Ghosn, maar (opnieuw) ook met die van Japan.

Nissan heeft veel, zo niet alles, te danken aan Ghosn. Maar een potje breken bij Saikawa kon de topmanager niet meer. Er werd al langere tijd gezocht naar een stok om de buitenlandse hond mee te slaan. In de ogen van Ghosn was de alliantie tussen Renault, Nissan en Mitsubishi nog niet af. Hij vond te samenwerking te vrijblijvend en streefde naar een complete fusie tussen de 3 autofabrikanten. Omdat Renault een controlerend belang in Nissan heeft, dat op zijn beurt aan de touwtjes trekt bij Mitsubishi, kon Ghosn dit ook gaan afdwingen.

Japan zou daarmee een belangrijke zelfstandige autoproducent verliezen. Dat was niet alleen een schrikbeeld van Saikawa, maar vermoedelijk ook van politici en de regering van Japan. De klokkenluider, die het financieel wangedrag van Ghosn aan het licht bracht, kwam dan ook als geroepen. Zijn vuile was werd met beide handen aangegrepen. Van mildheid ten opzichte van Ghosn, die tenslotte Nissan (en Mitsubishi) van de ondergang had gered, was geen sprake meer. Nee, de baas van Renault had zich in de ogen van Saikawa ontpopt tot vijand van Japan.

Nissan was ontevreden over haar onderschikte rol in de alliantie met Renault, ondanks het feit dat zij het merendeel van het geld binnenbracht. Tja, dat is nou eenmaal de consequentie van het meerderheidsbelang dat Ghosn namens de Franse autoproducent kon verwerven. Dat gebeurde op een moment toen niemand anders nog een cent voor Nissan gaf. Bob Lutz, in 1999 de productmanager van General Motors, zei indertijd dat de Japanse autofabrikant beter afgezonken kon worden in zee. Ghosn deed dat niet, en wist Nissan weer financieel op het droge te krijgen. Zo’n iemand verdient een standbeeld. Maar dat wordt nu, 19 jaar later, omver getrokken.

Audi en Porsche hoor je ook niet mekkeren dat zij meer geld bijdragen aan de concernomzet van Volkswagen dan het hoofdmerk zelf. Terecht, want Audi kon zich met geld van het moederbedrijf ontwikkelen tot premium merk. En toen Porsche zich met een aandelenavontuur verslikte, wierp men vanuit Wolfsburg een reddingsboei toe. Ook Skoda, dat relatief winstgevender is dan Volkswagen, doet niet moeilijk. Die weet dat zij haar voortbestaan te danken heeft aan Volkswagen. Een situatie die niet eens zo heel verschillend is van die van Nissan. Maar het zint de Japanners niet dat zij nu aan het kortste eind trekken. Saikawa zocht al langer naar een manier om van Ghosn af te komen. Deze week was hij er zoals gezegd als de kippen bij om op zijn ontslag aan te dringen.

Dat maakt zijn opmerking “Ik voel wanhoop en grote teleurstelling” huichelachtig. En vergroot niet bepaald het respect dat wij voor Nissan hebben. De autofabrikant presteert qua bouwkwaliteit al decennia slechter dan Honda, Suzuki en Toyota. Nissan is de schandvlek op de betrouwbaarheidsreputatie die Japanse autofabrikanten hebben opgebouwd. Dus enige bescheidenheid zou Saikawa sieren. Maar hij wenst niet te buigen voor Westerse dominantie. Saikawa maakt er nu handig gebruik van dat men in Japan (een land dat nauwelijks immigranten kent) een diepgewortelde afkeer van buitenlanders heeft.

Pleit dit Ghosn enigszins vrij? Nee. De affaire toont bovenal aan dat macht corrumpeert. Ghosn dacht dat hij alles kon maken en dat belastingregels niet voor hem golden. Hij waande zich onaantastbaar en gedroeg zich als een diva waarvoor speciale privileges zouden moeten gelden. Maar hoogmoed kwam ook dit keer voor de val.

Los van het belasting gesjoemel kan je Ghosn verwijten dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de grieven van Nissan. Een goed topmanager is zich er van bewust dat het kwaad kersen eten is met een ontevreden partner en dat er van een vruchtbaar huwelijk dan geen sprake meer is. Van Airfrance KLM weten wij dat Fransen je soms het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen. Was dit ook bij Nissan het geval? Ghosn heeft ook op dit punt de schijn tegen. Hij heeft in ieder geval zijn karwei niet kunnen afmaken.

Michelle Obama zei onlangs: “When they go low, we go high”. Geef, ondanks alles, het goede voorbeeld. Die kans heeft Nissan bestuursvoorzitter Saikawa nu verspeeld. Hoe moet de consument nou nog trots zijn op dit automerk?

Comments are closed.