Infiniti vraagt oneindig veel geduld

0

Infiniti kan (opnieuw) terugkijken op een verloren verkoopjaar. Ondanks dat de markt als geheel fors groeide, is het luxemerk van Nissan bijna tweederde van haar klandizie kwijtgeraakt: na 11 maanden staat de registratieteller in Nederland op 38 exemplaren, versus 100 auto’s vorig jaar.

Ook elders in Europa gaat het beroerd met Infiniti. Het merk, dat in 2019 haar dertigste verjaardag viert, komt op de verkoopradar niet voor. In Groot-Brittannië zijn er dit jaar 80 procent minder klanten dan in 2017. Dat doet vermoeden dat de dagen van Infiniti in onze marktregio geteld zijn, maar gelukkig lijkt Nissan een oneindig vertrouwen in haar dochter te hebben.

Infiniti is eigenlijk al jarenlang aan het kwakkelen op de Europese automarkt. Aanvankelijk leek het merk een veelbelovende start te maken. Dat kwam vooral door de FX, een sexy en imposante cross-over (later omgedoopt tot QX70) die de Porsche Cayenne er flets uit liet zien. Maar dit model is inmiddels dik 10 jaar oud en Infiniti heeft daarna geen designhits meer gehad, met alle verkoopconsequenties van dien.

Vervolgens ging Infiniti in een veel lager marktsegment op zoek naar nieuw verkoopgeluk. Dat gebeurde met de Q30 en de daarvan afgeleide terreinlook versie QX30. Aan de techniek lag het niet, want die was afkomstig van de Mercedes-Benz A klasse, maar de autoconsument bleek toch liever het origineel te hebben. Begrijpelijk, want een koopje was de Q30/QX30 allerminst. Een directe vergelijking met zijn donormodel is inmiddels niet goed meer mogelijk omdat Mercedes-Benz overgeschakeld is op een nieuwe generatie A klasse, maar voor de 211 pk sterke, vierwiel aangedreven 2.0t uitvoering van de Q30 betaal je minimaal dik 64 mille. Ter vergelijking: aan de A 250 4Matic (225 pk) hangt een prijskaartje van 51.995 euro. Infiniti vraagt dus bespottelijk veel geld voor haar alternatief, zeker als je bedenkt dat de inruilwaarde van de Q30/QX30 net zo onzeker is als die van het repertoire van Cadillac. Het is dus niet vreemd dat er dit jaar slechts 27 exemplaren van de met veel tamtam in 2015 gelanceerde Q30/QX30 zijn verkocht, versus 80 stuks vorig jaar (Mercedes-Benz A klasse: 2.766 respectievelijk 2.729 eenheden).

Infiniti biedt in haar gamma ook nog de Q50 aan, op papier een Japans alternatief voor de BMW 3-serie, plus de coupéafgeleide Q60. Dat is een vruchteloze exercitie want gecombineerd staat de verkoopteller voor beide modellen op 11 exemplaren. Overigens: de Q50 is in 2.0t uitvoering liefst 12 mille goedkoper dan zijn kleine broertje. Je krijgt dan weliswaar geen vierwielaandrijving, maar wel een automaat. Deze vergelijking toont aan dat er nooit een gezonde businesscase is geweest voor de Q30/QX30. Als de productie uitbesteed was aan Mercedes-Benz, dan had Infiniti daar haar schouders over op kunnen halen, maar men wilde het modelduo perse zelf in haar Britse Sunderland fabriek produceren.

De hiervoor benodigde investering is absoluut weggegooid geld gebleken. Moeder Nissan had er op gerekend om jaarlijks 30.000 exemplaren van de Q30/QX30 te kunnen verkopen in Europa, maar dat is ijdele hoop gebleken: in de eerste 9 maanden gingen slechts 3.300 stuks over de toonbank, zo blijkt uit cijfers van JATO Dynamics. Het modelduo kan als reddeloos verloren worden beschouwd, want in het kader van de WLTP regels is de 1.5d uitvoering geschrapt en dat was juist de populairste motorversie. Alliantiepartner Renault heeft weliswaar een nieuwe variant van de 1,5 liter dieselmotor ontwikkeld, maar Nissan vond het niet meer de moeite waard om de Q30/QX30 daarmee te certificeren.

De WLTP perikelen hebben er ook toe geleid dat de Q50 niet meer leverbaar is in 2.2d uitvoering. Ook dat is levensbedreigend, want deze versie met 2.143 cc Mercedes-Benz dieselmotor was het meest gewild. Of het minst impopulair, het is maar hoe je het bekijkt. Vorig jaar werden de Q70 (een sedan van BMW 5-serie formaat) en de genoemde QX70 al gesaneerd en Infiniti zal binnenkort het doek laten vallen voor de Q60.

Ondanks het feit dat het gamma van Infiniti ronduit als ‘hopeloos’ bestempeld kan worden, wil men bij Nissan van geen opgeven weten. Toen Carlos Ghosn nog niet in de lik zat, zei hij dat vertrek uit Europa voor hem onbespreekbaar is omdat een terugkeer op een later tijdstip dan ontzettend moeilijk wordt. De Infiniti dealers moeten dus, in afwachting van betere tijden (lees: een compleet nieuwe generatie modellen), zien te overleven. Voor de korte termijn is het devies om de tering naar de nering te zetten.

Schrale troost voor Infiniti: met een nieuwe premiummerk een voet tussen de deur krijgen in Europa is geen sinecure. Zelfs het oppermachtige Toyota lukt dat met Lexus eigenlijk niet goed. Het Europese marktaandeel (0,3 procent) van dit merk vertoont even weinig beweging als het zetelaantal van de SGP. PSA is op exact hetzelfde niveau aan het prutsen met DS. Voor de Fransen is dit evenwel geen desillusie. Zij zijn er zich van bewust dat het opbouwen en verankeren van een nieuw premiummerk in de markt meerdere decennia kost.

Er is dus nog hoop voor Infiniti, ook omdat er verse modellen in de pijplijn zitten. Zo wordt begin volgend jaar een opnieuw gehomologeerde versie van de Q50 3.5 Hybrid leverbaar. Eind 2019 start eindelijk de verkoop van de QX50, een SUV die op Autointernationaal.nl al diverse keren de revue is gepasseerd en die gaat concurreren met de Audi Q5 en Volvo XC60. Zijn troef is een VC-T turbobenzinemotor met variabele compressie; een unicum in autoland. Op papier moet dit voor een (veel) lager verbruik zorgen.

In de praktijk gaat het echter niet om een schokkend verschil, dus de kans is groot dat de autoconsument zijn schouders er over ophaalt. Net zoals überhaupt over de QX50. De (Amerikaanse) testrecensies zijn weliswaar heel redelijk, maar als deze SUV in Europa arriveert is hij alweer 2 jaar oud. En je kan nu al zien dat het dashboardontwerp niet echt okselfris meer is.

Dus als er ooit een doorbraak van Infiniti in Europa komt, dan zullen wij daar langer op moeten wachten. Bijvoorbeeld tot de elektrificatie van het gamma (meer) handen en voeten krijgt. Dat moment staat in de agenda van 2021 aangekruist. Infiniti zal dan beginnen met de verkoop van een volledig elektrische cross-over. Hiervoor zal gebruik gemaakt gaan worden van de e-Power techniek van moeder Nissan.

Tijdens de in januari te houden autotentoonstelling van Detroit zal Infiniti alvast een conceptversie van de elektrische cross-over presenteren. Die toont ook de nieuwe ontwerptaal van het merk. Infiniti verwacht dat zij tegen 2025 de helft van haar verkopen zal genereren met volledig emissieloze auto’s. Al 4 jaar eerder dienen alle modellen (deels)elektrisch te zijn. De cross-over, waarvan je hier een eerste schets ziet, doet het dus zonder verbrandingsmotor. Wellicht dat Infiniti volgend decennium de automarkt alsnog onder spanning weet te zetten.

Comments are closed.