Waarom niet: Renault e-Plein Air

0

Renault heeft ter ere van 4L International een ‘nieuwe’ conceptstudie ontwikkeld: de e-Plein Air. Daarmee wordt de originele open uitvoering van de ‘4’ uit 1968 nieuw leven in geblazen. Maar moet dit bijzonder project van Renault voor een hippe cabriolet met stekkeraansluiting leiden tot een productiemodel?

4L International is een groot Frans festival dat geheel in het teken staat van de Renault 4. Dit jaar bestaat het evenement 10 jaar. Daar komen steevast honderden merk en/of model fans op af. Genoeg redenen voor Renault om de klassieke 4 een moderne twist te geven: de Franse klassieker werd namelijk voorzien van de toekomst bestendige elektrische aandrijflijn van de Twizy.

Andere kenmerken van de e-Plein Air zijn een open koetswerk, het ontbreken van deuren, een picknickmand en genoeg vermogen om lekker over landweggetjes te cruisen. Voor de ontwikkeling er van sloegen Renault Design, Renault Classic en klassiekerspecialist Melun Rétro Passion (dit bedrijf houdt zich bezig met onderdelen voor Franse auto’s) de handen ineen. Zij voorzagen de e-Plein Air van nieuwe bekleding en bredere wielen (noodzakelijk om het extra gewicht van het accupakket te kunnen dragen).

De meest in het oog springende wijziging is de dichte grille. Die verraadt direct dat er onder de motorkap geen verbrandingsmotor meer zit. Verder zien we de nodige stickers. Het interieur is helder blauw uitgevoerd. Een achterbank ontbreekt, want het accupakket neemt een behoorlijke hap uit de beschikbare ruimte. Om de bijbehorende, enorme ‘puist’ achterin te camoufleren, geeft Renault zijn zomerse model een leuk rieten mandje mee. De e-Plein Air ziet eruit alsof hij direct in productie kan, maar is dat ook een goed idee?

De auto is gebaseerd op de klassieke Plein Air (wat ‘open lucht’ betekent) uit 1968. Dat was een soort hippe strandauto versie van de reguliere Renault 4 en een alternatief voor de Citroën Méhari en Fiat 500 Jolly, hoewel hij primair ontwikkeld was voor het Franse leger (maar hij ‘diende’ nooit). Er kon in ieder geval wel mee ingehaakt worden op de buggygekte van eind jaren zestig / begin jaren zeventig. Bij de moderne remake ontbreekt niet alleen het dak, maar zijn ook de deuren weggelaten. Het ontstane gat wordt opgevuld met een wat hogere dorpel.

Kenners zal opvallen dat het dashboard niet origineel is, maar stamt uit de jaren tachtig. Dat past inderdaad beter bij het digitale instrumentarium. De grootste wijziging is echter de aandrijflijn. De 845cc 4 cilinder benzinemotor heeft namelijk plaats gemaakt voor de unit uit de Twizy. De exacte technische specificaties houdt Renault nog even onder de pet, maar deze elektrische, half open stadsauto is leverbaar in 7 kW of 12 kW configuratie. Beiden zijn voorzien van een 6,1 kWh batterijpakket. Dus is de actieradius met 100 kilometer relatief beperkt, maar aan de andere kant: een langeafstandsauto is deze e-Plein Air sowieso niet.

Er gaan nu stemmen op om de zeer zomerse e-Plein Air in productie te nemen, maar Autointernationaal.nl raadt dat af, ondanks dat het elektrificeren van klassiekers een groeimarkt is. Dat komt niet zozeer omdat de originele Plein Air geen succes was (er zijn niet meer dan 563 exemplaren van gebouwd). Toch is zelfs de bouw van een beperkte oplage een heilloze exercitie, ook al is het misschien wel de perfecte vintage auto om op een warme ochtend even naar de bakker in het Franse dorp te rijden voor een paar verse baguettes en croissants.

De ‘4’ is een absoluut icoon van Renault. Onverwoestbaar, inzetbaar op allerhande ondergronden, en nog steeds te bewonderen in met name Frankrijk en haar voormalige overzeese gebieden. Maar die kwalificatie geldt alleen voor de praktische, 365 dagen per jaar te gebruiken 5-deurs uitvoering. In deze e-Plein Air is het al te snel te koud in ‘noordelijke’ landen en te warm in ‘zuidelijke’ landen omdat gebruik van airconditioning als dweilen met de kraan open zou zijn. Om deze reden werd ook de elektrische reïncarnatie van de Citroën e-Mehari (op basis van de Bolloré Blue Summer) een absolute flop. Nee, gecombineerd met een crashbestendigheid van een kartonnen reden is er alle reden om de e-Plein Air direct te vergeten.

 

Hoe moet het dan wel?

Autointernationaal.nl wil niet alleen kritiek leveren, maar ook op een opbouwende manier meedenken met autofabrikanten wat wél zou werken. Op zich is er voor een simpele elektrische auto die het gat tussen de Twizy en Zoé kan vullen natuurlijk veel te zeggen. Maar het moet dan wel een volwaardige gezinswagen zijn met minimaal 4 zitplaatsen, zoals de originele ‘4’ dat ook was. De aanwezigheid van 5 deuren is dan wel zo handig. Noem het gerust een vingeroefening voor de opvolger van de Twingo.

Insteek is de actieradius. Die van de vernieuwde Zoé bedraagt 390 kilometer. De vraag is of dat nodig is voor een ‘boodschappenauto’. Honda (E) en Mini (Cooper SE) denken in ieder geval van niet. Ook de elektrische versies van de Seat Mii, Skoda Citigo en de vernieuwde Volkswagen Up komen op een volle acculading ook veel minder ver dan de Renault Zoé. Stel dat 260 kilometer actieradius als uitgangspunt genomen wordt. Daarmee zou een elektrische auto voor het A segment uit de voeten moeten kunnen. Niet toevallig bieden de hier boven genoemde, elektrische versies van de Mii, Citigo en de vernieuwde Up hetzelfde rij bereik.

Bij tweederde van de actieradius van de Zoé (260 versus 390 kilometer) heb je ook maar tweederde van het accupakket nodig. Dat scheelt enorm in de kosten, zeker bij modellen uit het laagste prijssegment. Renault zou er een uitdaging in kunnen zien om haar elektrische auto voor het A segment voor tweederde van de prijs van de Zoé aan te kunnen bieden, oftewel 22.000 euro. Alleen het accupakket verkleinen is dan niet voldoende, maar als Renault dan tegelijkertijd zorgt voor een versimpelde uitrusting (bijvoorbeeld klapruiten in de achterportieren en gebruik van de telefoon als infomedia bron), dan moet het lukken. Er gaan geruchten dat de Mii Electric en de Citigo e iV minder dan 20 mille gaan kosten, dus de genoemde 22.000 euro is niet onrealistisch. Renault mag prijstechnisch best wat hoger in de boom gaan zitten met haar alternatief omdat wij het hier hebben om een volkomen nieuw ontwerp en geen elektrische versies van boodschappenauto’s die niet echt kraakvers meer ogen.

Als Renault haar huiswerk voor een dergelijke elektrische boodschappen auto goed doet en hem dezelfde hoge aaibaarheidsfactor als de originele Twingo geeft, dan is herhaling van het verkoopsucces van de ‘4’ niet denkbeeldig. Een prijs van 22.000 euro is inderdaad stevig voor een instapmodel, maar bedenk dat ‘het viertje’ indertijd ook niet goedkoop was: hij was in 1968 slechts 200 euro goedkoper dan de Volkswagen Kever en dat is, via de Golf, de spirituele voorloper van de ID.3 die in basisuitvoering in ons land minimaal 31 mille gaat kosten. Dus Renault, doe je best!

Reageren is niet mogelijk.