Aston Martin heeft 150 miljoen dollar geleend. De legendarische fabrikant van sportwagens die in de smaak vallen bij geheim agenten heeft bovendien de optie om onder voorwaarden nog eens 100 miljoen dollar extra op te halen. Dat ging niet zonder slag of stoot, met als gevolg dat Aston Martin 12 procent rente moet betalen over het leenbedrag; het dubbele percentage van eerdere financieringen. Op schuldpapier van vergelijkbare kredietkwaliteit hoeft momenteel ruim 4 procentpunt minder betaald te worden.
De Britse autofabrikant heeft het geld hard nodig om overeind te blijven tot de levering van de DBX, de eerste cross-over van het merk, aan de klant op gang komt. Voor dit model is een sleutelrol weggelegd om de verkopen bij Aston Martin te verdubbelen. Eerder bewezen andere sportwagenspecialisten als Porsche en Lamborghini al dat een cross-over annex SUV wonderen kan verrichten voor de afzet. Aston Martin wil met de DBX een stevigere buffer opbouwen. Ook wil de autofabrikant minder afhankelijk worden van de verkoop van sportwagens.

Maar de kosten gaan voor de baat uit en Aston Martin lijkt op zwart zaad te zitten, mede waardoor het bedrijf sinds de beursgang ruim tweederde van zijn aandelenwaarde verloor. Vandaar dat er nu ter verlichting van de sores een lening van 150 miljoen dollar is aangevraagd. Indien er medio volgend jaar 1.400 exemplaren van de DBX (foto) zijn besteld, dan komt er 100 miljoen dollar extra vrij. Van de pijnlijk hoge rente hoeft Aston Martin maar de helft in cash te betalen. De rest wordt opgeteld bij de hoofdsom. Dat klinkt aantrekkelijk, maar het is ook een risicovolle kunstgreep. Als Aston Martin vóór april 2022 omvalt, kunnen obligatiehouders namelijk fluiten naar de tweede 6 procent.
Kredietbeoordelaar S&P heeft zo zijn bedenkingen bij de financieringsconstructie en kwam met een neerwaartse bijstelling van de kredietwaardigheid van Aston Martin, van B- naar CCC+ met een negatieve outlook. De analisten van dit bureau stellen dat de autofabrikant de grens heeft bereikt van hoeveel schuld het bedrijf kan dragen. Die is momenteel, relateerd aan de omzet en het winstpotentieel, al onthutsend hoog.

Alle hoop is nu zoals gezegd gericht op de DBX. Aston Martin denkt daarmee vanaf volgend jaar flink te kunnen scoren. Maar dan moet de cross-over wel een schot in de roos zijn. Uiterlijk heeft de DBX alles mee, maar de interieurafwerking wil bij Aston Martin nog wel eens van bedroevend laag niveau zijn. Sportwagens kunnen daarmee weg komen, maar voor cross-overs annex SUV modellen ligt de bouwkwaliteit lat hoger. En om een hoogwaardige afwerking mogelijk te maken, moet er nu fors geïnvesteerd worden in goede apparatuur.
Het in Gaydon gevestigde Aston Martin heeft inmiddels onthuld dat de motor van de DBX, een dubbel geblazen 4,0 liter grote V8 die afkomstig is van Mercedes-AMG, 550 pk en 700 Nm sterk wordt. De krachtbron is ook in de Vantage en de DB11 te vinden. Hij zou de DBX een topsnelheid van 290 km/u bezorgen. Later komt er ook een nog krachtigere V12 versie, en een (stekker) hybride variant.

De duivel zit dus in de staart. Bovendien lijkt de marktintroductie van de DBX samen te vallen met de Brexit. Die kan het afzetpotentieel in eigen land doen kelderen en export naar het vasteland van Europa een stuk duurder maken. Bovendien kan een verdere afkoeling van de Chineze economie een negatieve uitwerking hebben op de vraag naar de producten van Aston Martin. Zonder al te veel overdrijven scheren de Britten dus langs de rand van de afgrond. Gordels vast dus!
