Aston Martin zal op afzienbare termijn de V8 motor die bij Mercedes-AMG wordt ingekocht, inruilen voor een in eigen beheer ontwikkelde en geproduceerde krachtbron. Het betreft een V6 met hybride techniek.
De V8 en V12 motoren die Aston Martin momenteel voor haar modellen gebruikt, zijn goed beschouwd allebei van Duitse makelij. De V8 is namelijk afkomstig van Mercedes-AMG en de V12 wordt in Keulen door Ford gebouwd. In de toekomst moeten alle motoren Brits worden. De hoofdrol is daarbij weggelegd voor een V6 het elektrische ondersteuning. Die zal de 4,0 liter V8 gaan vervangen en debuteert in de Valhalla (foto).

De nieuwe V6 met ondersteuning van een elektromotor moet uiterlijk 2022 in productie gaan. In dat jaar debuteert de Valhalla namelijk in de Aston Martin showrooms. De fabricage van de V6 met hybride techniek zal in Groot-Brittannië plaatsvinden, in dezelfde fabriek waar Aston Martin ook de V12 motor wil gaan bouwen. Op dit moment heeft het Britse automerk een productiecapaciteit van 12.000 auto’s per jaar, verdeeld over 2 fabrieken.
Ook de Vantage (foto) staat op de wachtlijst om een harttransplantatie te krijgen met de nieuwe 6 cilinder motor. In een later stadium volgen de V8 uitvoering van de DB11 en de DBX. Het is voor het eerst dat Aston Martin een V6 motor in zijn modellen monteert. Na de Tweede Wereldoorlog werden de sportwagens van het merk decennialang geleverd met een 6-in-lijn unit.
De V12 motor zal worden doorgebouwd zo lang er vraag is maar modellen met deze krachtbron, zo laat topman Andy Palmer weten. Omdat de toekomst van dit blok onzeker is, zal er niet veel ontwikkelingsbudget meer besteed gaan worden aan de 12 cilinder. De motor met een slagvolume van 5,2 liter en 2 turbo’s is momenteel leverbaar in de DB11, DBS en de gelimiteerde V12 Speedster. Ook de hyper sportwagen Valkyrie wordt aangedreven door deze krachtbron. Aston Martin gaat het blok nog wel aanpassen om aan de toekomstige emissie-eisen te kunnen voldoen.
