Bristol is nu definitief failliet

0

Bristol Cars is niet meer. Dit nieuws zal tot minder gejammer leiden dan wanneer het veel bekendere en/of meer iconische Aston Martin of Jaguar op de fles zou gaan, maar de nichespeler heeft toch een paar heel mooie auto’s gebouwd, zoals de 407 Zagato.

De modellen waarmee Bristol zich na de Tweede Wereldoorlog wist te onderscheiden kenmerkten zich door een elegant design, gecultiveerde 6 cilinder motoren en bijzonder luxueus afgewerkte interieurs. Dat er zwaar geleund werd op BMW techniek was eerder een pre dan een nadeel. Het Britse automerk, dat in 1945 werd opgericht als nevenactiviteit van de fabrikant van vliegtuigen, de Bristol Aeroplane Company, kon daar gebruik van maken in het kader van herstelbetalingen na de oorlog.

De eerste auto die na de wapenstilstand de Bristol fabriek, was van het type 400 (foto). Die was gebaseerd op het chassis van de BMW 326 en gebouwd op de vanuit München meegenomen assemblagelijn. De 400 wordt in 1947 voorgesteld op de autosalon van Genève. Dat was het startpunt voor de gouden jaren van Bristol. De 6 cilinder lijn motor van BMW werd geprezen om de loop cultuur en de Britten wisten daar zelf prachtig verzorgde carrosserieën met luxueuze interieurs bij te ontwerpen. Een topsnelheid van 150 km/u was voor toenmalige begrippen bovengemiddeld hoog. Diverse succesvolle modellen volgden elkaar op, zoals de 404, de 405 Drophead en de prachtige 407 Zagato (foto). Maar langzaam maar zeker werd duidelijk dat de BMW motor onvoldoende krachtig werd om met name Jaguar bij te kunnen houden.

Begin jaren zestig stapte Bristol daarom over op blubber dikke V8 blokken van Chrysler. Die gezapig draaiende, maar gespierde motoren sloten weliswaar perfect aan bij het karakter van de luxueuze Grand Touring auto’s van Bristol, maar bleken in 1973 bij het uitbreken van de oliecrisis een blok aan het been te zijn. Het Britse automerk wist zichzelf geeft niet opnieuw uit te vinden en oprichter George S.M. White gaf de leiding uit handen. Achter het stuur zat voortaan piloot Tony Crook. Die ontwikkelde zich, door stoïcijns vast te houden aan modellen waar steeds minder vraag naar was, tot een brokkenpiloot, waardoor de financiële problemen vanaf de jaren negentig opliepen.

In 2011 moest Bristol uitstel van betaling aanvragen, maar de autofabrikant kon te elfder ure worden gered. Met nieuw elan werd in 2016 in Goodwood de Bullit gepresenteerd. Deze sportwagen was zoals stilistisch, technisch als qua prijsstelling volledig ‘over the top’ en sloeg niet aan bij de traditionele groep. Van die cliëntèle, hoe klein in omvang ook, moest Bristol het primair hebben. Van het plan om de Bullit (foto) in 2018 in productie te nemen, kwam dan ook niks terecht. Een serieuze doorstart heeft het automerk daardoor nooit kunnen maken en nu, na bijna 75 jaar, is de fabrikant na een radiostilte van ruim een jaar van het toneel verdwenen. Een laatste beroep tegen het in december uitgesproken faillissement is door het High Court in Londen verworpen.

De vroegere klanten zullen daar, voor zover zij nog in leven zijn, totaal onverschillig over zijn: zij rijden inmiddels al lang in een Aston Martin, Bentley of Rolls-Royce. Bristol, dat nooit meer dan 100 auto’s per jaar bouwde, is daarmee het zoveelste automerk dat wordt bijgeschreven op de lange lijst van Britse fabrikanten die kopje onder zijn gegaan. De Bristol Owners’ Club zegt momenteel in contact te zijn met de bewindvoerders om te redden wat er te redden valt van hun favoriete automerk. Bristol Cars had tot voor kort één showroom in de dure Kensington High Street in Londen.

Reageren is niet mogelijk.