Bij Fiat is sprake van een Italiaanse renaissance. Na de compleet nieuwe, elektrische 500 volgt begin 2022 de volgende generatie Panda. Die moet Fiat er weer bovenop gaan helpen in Europa, waar het merk de laatste tijd flink aan marktaandeel heeft moeten inleveren.
Dat verlies aan marktaandeel is de eigen schuld van Fiat. In het merk werd de afgelopen jaren nauwelijks geïnvesteerd. In Nederland bestaat het modelgamma momenteel uit slechts de 500 (debuut 2007), de Panda (2012), de 500X (2015) en de Tipo (2016). Daar kan geen enkele autofabrikant ongestraft mee weg komen. Moederbedrijf Fiat Chrysler Automobiles investeerde haar centen de afgelopen jaren liever in modellen voor Jeep, maar dat offensief is vastgelopen omdat consumenten die geen 26 mille kunnen of willen uitgeven aan een auto daarmee niet bediend worden.

Fiat moet daar verandering in brengen en dat gaat gebeuren met de nieuwe Panda die gebaseerd zal worden op de vorig jaar maart getoonde conceptstudie Centoventi. Het modeltype zal worden gepromoveerd van het A naar het B segment, maar merkchef Olivier Francois (tweede foto) belooft dat dit niet zal leiden tot een evenredige prijsverhoging. Met een strenge blik op de kosten wil hij het instaptarief van de nieuwe Panda laag houden. Net zoals bij het origineel uit 1980.
Dit betekent dat de basisversie in slechts een beperkt aantal kleuren leverbaar zal worden, al komen er voor wie bijbetaalt wel tal van decoratiemogelijkheden. De nieuwe 500 debuteerde in een rijk uitgeruste cabrioletuitvoering en dat leidde tot een prijskaartje die voor menigeen even slikken was: liefst 38.900 euro in Nederland. Maar de volgende generatie Panda wordt het tegenpool en niet alleen qua uiterlijk. Francois belooft een ongelooflijk lage prijsstelling. Althans voor elektrische auto begrippen. Reken vermoedelijk op 20 mille.

Samen met de 500 vormt de Panda volgens Francois de ziel van Fiat. De nieuwe editie zal nog niet worden geïnjecteerd worden met genen van PSA; de aanstaande huwelijkspartner van Fiat Chrysler Automobiles. Daarvoor is de ontwikkeling te ver gevorderd. In plaats hiervan krijgt de volgende generatie dezelfde techniek als de elektrische 500, maar dan in sterk vereenvoudigde vorm.
Dat zal met name merkbaar zijn aan de actieradius. Waar de nieuwe 500 een accupakket heeft met een capaciteit van 42 kWh, zal de Panda het moeten doen met hooguit 28 kWh. Dat betekent een actieradius van maximaal 240 kilometer. Maar voor een auto die zijn habitat in en om de stad heeft, wordt dat voldoende geacht. Daarnaast ligt de montage van een kleinere elektromotor voor de hand. In de 500 is die 118 pk sterk, maar de Panda zal het moeten met minder dan 80 pk. Ook dat is voldoende voor gebruik in en om de stad.

Voor wie een prijs van 20 mille nog steeds te hoog gegrepen is (en dat kan bij de doelgroep een dingetje zijn), overweegt Francois ook om de nieuwe Panda te gaan leveren met een eenvoudige, atmosferische benzinemotor in combinatie met milde hybride techniek. Fiat slaat daarmee twee vliegen in één klap. Enerzijds bestaande modelfans binnenboord houden (die zijn er met name in eigen land veel) en anderzijds zowel Renault (Twingo ZE) als Smart (Forfour EQ) en de Volkswagen Groep (elektrische versies van de Up, Seat Mii en Skoda Citigo) de pas af snijden bij het aanbieden van een goedkoper elektrische auto.
