Aan de voorgenomen steun voor Franse overheidssteun voor Renault zijn “géén wezenlijke voorwaarden” gekoppeld. Dat heeft bestuursvoorzitter Jean-Dominique Senard in een interview gezegd. In het citaat is het woord ‘wezenlijke’ van belang. De Franse regering zou namelijk wel degelijk voorwaarden hebben gesteld, zoals verduurzaming en een concentratie van de autoproductie in Frankrijk, maar die zijn volgens Senard in lijn met al eerder ingezet beleid.
Eind vorige maand maakte president Emmanuel Macron zijn plannen bekend voor een reddingsplan ter waarde van 8 miljard euro voor de Franse auto-industrie. Daarvan gaat 5 miljard euro naar Renault. Daags later kondigde de Franse autoproducent aan wereldwijd 14.600 banen te zullen schrappen, waarvan 4.600 in Frankrijk. Aan die plannen houdt Renault vast, aldus Senard (links op onderstaande foto). “Dit was het plan al vóór de pandemie en is nu alleen maar noodzakelijker geworden”.
De corona crisis bracht Renault, evenals veel andere autofabrikanten, in grote problemen. Om het bedrijf op de been te houden, kan het nu rekenen op een flinke financiële injectie van de Franse regering in de vorm van een lening van maximaal 5 miljard euro. Renault mag in ieder geval tot 31 december gebruikmaken van deze kredietfaciliteit. De Franse regering staat voor 90 procent garant voor het totale geleende bedrag. De 5 miljard euro kan in zijn geheel of verspreid over de tijd worden opgenomen. Mocht de looptijd tot het einde van dit jaar niet genoeg zijn, dan kan die nog eens met 3 jaar worden verlengd. Het geld komt bij 5 grote banken vandaan: : BNP Paribas, Crédit Agricole, HSBC France, Natixis en Société Générale.
Het dagelijks bestuur van de Europese Unie gaf al eerder goedkeuring voor de Franse hulp in de vorm van een door een door de staat garandeerde lening voor Renault. Dit is volgens ‘Brussel’ belangrijk voor de Europese werknemers van het autoconcern. Renault haalde eerder al een wit voetje bij de Europese Unie omdat het al jarenlang elektrische auto’s maakt. Daarmee helpt het bedrijf om de klimaatdoelen te realiseren.
De Franse minister van Economische Zaken, Bruno Le Maire (rechts op bovenstaande foto), zal nu op korte termijn zijn handtekening zetten onder de staatsgarantie voor Renault. In ruil daarvoor krijgt de regering garanties voor de toekomst van de werknemers van de fabriek in Maubeuge in Noord Frankrijk. Renault wil de productieactiviteiten aldaar namelijk laten fuseren met die in de fabriek in het in dezelfde regio gelegen Douai, waardoor werknemers vrezen hun baan te verliezen. Toch zou de bundeling van de werkzaamheden geen verkeerde ontwikkeling hoeven te zijn aangezien Renault in Douai haar volgende generatie elektrische auto’s wil gaan bouwen. Het gaat daarbij om een tweetal SUV modellen (voor het B en C segment). Maar het blijft de vraag hoe de vakbonden zullen reageren. Vermoedelijk zullen zij zwaar in verzet gaan tegen banenverlies. De vakbond CFDT riep in Maubeuge reeds op tot een staking.
Algemeen
Het is niet alleen Renault dat snoeit en bedelt om te overleven. Fiat kan ook niet zonder staatssteun. Nissan sluit haar fabriek in Barcelona. In Nederland hangen er donkere wolken boven de VDL Nedcar fabriek in Born die auto’s bouwt waarvoor de BMW Groep zelf onvoldoende productiecapaciteit heeft. Maar sinds de corona crisis zit het concern uit München zelf eerder te ruim dan te krap in zijn jasje.
In de afgelopen 3 ‘corona maanden’ is de verkoop van nieuwe personenwagens in Europa gekelderd. De Franse autofabrikanten kregen de grootste klappen omdat zij relatief sterk afhankelijk zijn van landen waarin sprake was van een strenge lockdown. Bij Renault bedraagt de verkoopdaling 79 procent en bij concurrent PSA (Peugeot, Citroën, Opel, Vauxhall, DS) zelfs 81 procent. De Franse autoproducenten deden het daarmee beduidend slechter dan hun Duitse collega’s Volkswagen (72 procent lagere verkopen) en BMW (-65).

Voor Renault is de financiële situatie ronduit dramatisch. Alleen al in de eerste 3 maanden van het jaar moest het bedrijf voor 5,5 miljard euro uit haar kapitaalreserves halen om de weggevallen inkomsten te compenseren. Anders kon het autoconcern niet draaiende worden gehouden. Het tweede trimester zal nog slechter zijn. Als de situatie niet verbetert, dan heeft Renault binnen 6 maanden haar financiële reserves helemaal verbrand, zo berekenden analisten van de zakenbank Jefferies. Het is dus zaak dat de huidige verhouding tussen kosten en inkomsten snel verbetert. De Franse regering denkt als aandeelhouder van Renault daarvoor te kunnen zorgen door met koopsubsidies voor (deels) elektrische auto’s te gaan strooien. Hiervoor is 3 miljard euro gereserveerd.
Andere autofabrikanten hebben meer financiële reserves. BMW en het Daimler concern kunnen nog een jaar toe; de Volkswagen Groep circa 8 maanden. Toch klikt ook voor hen de tijd door. Dat geldt ook voor het Fiat Chrysler Automobiles (FCA) concern. Daarom ligt er ook in Italië geld van de overheid op tafel. De noodlijdende autoproducent kreeg een staatsgarantie toegezegd van 6,3 miljard euro voor een noodkrediet bij de bank Intesa. De Italiaanse minister van Economische Zaken, Roberto Gualtieri, koppelde daaraan de eis dat er bij een eventuele reorganisatie door FCA geen banen in Italië verloren mogen gaan. In Duitsland doen de autoproducenten geen beroep op financiële steun van de overheid, maar zij pleiten wel voor een herinvoering van een slooppremie. Die moet de autoverkoop weer een impuls geven.

In feite zet Renault (14.600 ontslagen) en haar alliantiepartner Nissan (sluiting van de fabriek in Barcelona, waardoor ruim 3.000 banen op de tocht staan) een dikke streep door hun poging om samen met Mitsubishi de grootste autofabrikant van de wereld te worden. Door de corona crisis is het gedaan met 20 jaar expansieplannen. Daarmee komt er ook een definitief einde aan het tijdperk Ghosn dat anderhalf jaar geleden abrupt werd afgebroken met de arrestatie van de topmanager. “Wij dachten te groot”, zo geeft de interim CEO van Renault, Clothilde Delbos, nu toe. Onder Ghosn stond alles in het teken van groei tegen zo laag mogelijke kosten, met als einddoel een fusie van de 2 alliantiepartners om samen mondiaal marktleider te worden, dus groter dan Toyota en de Volkswagen Groep. Die droom is voorbij.
Zelfs bij BMW zullen er banen sneuvelen. De directie van dit autoconcern is in gesprek met de vakbonden over vertrekpremies die werknemers moeten stimuleren tot een vrijwillig vertrek. BMW wil haar kosten verlagen door haar personeelsbestand jaarlijks met 5.000 man in te krimpen. Dat moet gebeuren door pensionering of vrijwillig vertrek. Om dit proces te versnellen, zal er gezwaaid gaan worden met een premie. Alle Europese autoproducenten staan voor de uitdaging om bij hun modellengamma in de komende jaren de benzine en diesel motoren in te ruilen voor elektrische aandrijving. Die transitie vergt tientallen miljarden euro’s aan investeringen. Voor wie in de financiële problemen zit, is dat onbegonnen werk. Voor Renault moet de oplossing komen van een doorstart van haar alliantie met Nissan en Mitsubishi. Ondanks gespannen verhoudingen zijn de 3 autofabrikanten tot elkaar veroordeeld. Renault heeft met de Japanners afgesproken om in 2025 de helft van alle nieuwe modellen samen te ontwikkelen en te produceren. Dat moet de investeringsuitgaven met 40 procent verlagen.

