ADAC: kampeerauto’s zijn gruwelijk onveilig

0

De verkoop van campers, mobilhomes of kampeerauto zit sinds de corona pandemie flink in de lift. Er was al ruim een decennium sprake van een gestage stijging, maar die heeft zich dit jaar ontwikkeld tot een explosie. Leveranciers kunnen de vraag nauwelijks bijbenen ondanks dat een kampeerauto al snel 50.000 euro kost. Middelgrote exemplaren zijn al snel de helft duurder. Maar de consument vindt groepsvakanties vanwege het corona virus niet langer veilig.

Maar een mobilhome is ook niet veilig, zo stelt de Duitse automobilistenbond ADAC. De club offerde een kampeerauto op om na te gaan hoe veilig zo’n vrijetijdsvoertuig is in geval van een botsing. Het resultaat is niet om een vakantie ansichtkaart over naar huis te sturen. Bij een botsing lopen de inzittenden groot risico, zo blijkt uit de test van de ADAC.

ADAC liet een volgeladen camper (kort door de bocht een met meubels ingerichte bestelwagen) bij een snelheid van 56 km/u frontaal botsen met een personenwagen. ADAC koos voor een exemplaar dat gebaseerd is op de Fiat Ducato. Dat is het populairste donormodel ter wereld voor kampeerconversies. De Fiat heeft een verkoopaandeel van bijna 75 procent.

Maar de bijna 3,5 ton wegende camper heeft nauwelijks kreukelzones en richt ook bij de veel lichtere personenwagen een heuse ravage aan. De bestuurder van die auto komt er bekaaid vanaf, met een hoog risico op potentieel dodelijk hoofdletsel. In de camper moeten de inzittenden ook ernstig rekening houden met verwondingen. Om te beginnen dringen de pedalen ver in de cabine door en oefenen de gordels erg hoge krachten uit op de bestuurder en de passagier(s). ADAC hekelt het feit dat een airbag voor de passagier, hoewel vaak beschikbaar bij de fabrikant, meestal achterwege wordt gelaten. De ADAC stelt in haar testconclusie: “De voorkant van het voertuig moet zo worden ontworpen dat de energie van de botsing wordt afgevoerd in de kreukelzone en de passagier cel moet stabiel blijven als overlevingsruimte”.

Achterin de camper is het veiligheidsniveau nog slechter. De zitbank waarop eventuele extra passagiers zitten, is vaak van dun hout vervaardigd, niet verstevigd en houdt daardoor vaak geen stand. Inzittenden knallen daardoor achterop de voorstoelen, met alle gevolgen van dien. De eis van de ADAC luidt als volgt: “De onder constructie van de bank op de tweede zit rij moet worden verbeterd. In ieder geval moet hij stabiel genoeg zijn om bij een ongeval niet onder de inzittenden te bezwijken”.

Ook de inrichting van de camper levert een groot risico op. Dat laat zelfs bij een botsing met een gemiddelde snelheid snel los. Inzittenden riskeren daardoor om de hele huisraad in de nek te krijgen, kasten incluis. ADAC kon gelukkig wel melden dat de aanwezige gasinstallatie afdoende veilig bleek. Er volgde geen vuurbal. Ook de 2 bedden, de badkamer, de kasten achterin en de sjor ogen in de kofferbak weerstonden de klap. Deze inrichting en de bagage die daar was opgeslagen, vormden geen gevaar voor de passagiers. Maar de kasten in de keukenunit en hun inhoud vlogen bij een aanrijding door het interieur, waardoor de inzittenden in gevaar kwamen.

Eerder deed een Zweedse organisatie al crashtests met campers met een opbouw (modellen die gebaseerd zijn op een chassis of chassis-cabine), met zo mogelijk nog meer verontrustende resultaten als gevolg. Daar liet de opbouw soms zelfs los van het onderstel. Volgens de ADAC kunnen vakantiegangers in campers veel doen voor meer veiligheid: zware ladingen horen thuis in de aparte kofferbak, vooral zware items moeten met sjorbanden helemaal zijn vastgemaakt. Het is het beste om lichte plastic borden in de keuken te gebruiken en niets in open vakken te laten liggen tijdens het rijden. Om verwondingen te voorkomen, moet de tafel voor de achterste stoelen rij worden gedemonteerd of worden weggeklapt. Het behoeft eigenlijk geen betoog dat de passagiers achterin ook hun gordel moeten gebruiken.

Reageren is niet mogelijk.