Smart plaatst Franse regering voor een dilemma

0

Om een opvolger voor de Smart te vinden, staat Frankrijk voor een grote ideologische kloof.

Het kan verkeren. De Franse regering beleid elke dag met de mond een ecologische politiek, maar lijkt bereid te zijn om, in naam van de werkgelegenheid in Hambach, vlak bij de Frans -Duitse grens, de productie van de elektrische Smart Fortwo EQ aldaar te vervangen door een allesbehalve milieuvriendelijke terreinwagen. In eerste instantie zou Mercedes-Benz de fabriek gaan gebruiken voor de productie van haar elektrische compacte middenklasser EQ A, maar omdat er elders binnen de eigen organisatie overcapaciteit is ontstaan, komen de Duitsers nu terug van die beslissing.

Mevrouw Barbara Pompili heeft wel eens makkelijkere tijden gekend. Als overtuigd milieuactivist en nu minister van Ecologische Transitie, kon zij zich tot dusver verheugen op het feit dat Frankrijk de thuisbasis is van de industriële activiteiten van de Smart Fortwo, een revolutionaire stadsauto die sinds enige tijd alleen nog maar met volledig elektrische aandrijving wordt geproduceerd in Hambach. Maar de consument heeft die transitie niet gepikt. De verkopen zijn ingestort en nu is het geduld van moederbedrijf Daimler met de aanhoudende verliezen op: de nieuwe Smart zal in China worden gebouwd door branchegenoot Geely die de helft van de aandelen in een hiervoor opgerichte joint venture heeft gekregen.

Jammer, want we zullen snel beseffen dat Daimler te vroeg gelijk had en het spel verlaat precies op het moment dat historische stadscentra hun poorten gaan sluiten voor de traditionele auto met verbrandingsmotor. Maar het Duitse besluit werd genomen om een ​​einde te maken aan een experiment dat volgens critici te lang heeft geduurd. Nu is het zaak om de werkgelegenheid in Hambach aan de Moezel veilig te stellen (het gaan om 1.600 banen) door een nieuwe industriële invulling te zoeken voor de Smart fabriek. Dat leek nog niet zo eenvoudig aangezien de autobranche zeker na het uitbreken van de corona pandemie, en de economische crisis die daarvan het gevolg is, kampt met overcapaciteit, maar er heeft zich in Hambach een verbazingwekkend personage aangediend: Jim Ratcliffe, een Engelse miljardair die pro-Brexit is, maar zijn zakelijke belangen boven principes laat gaan, en nu in zijn hoofd heeft om een door hem ontworpen, ouderwetse, terreinwagen in de Franse fabriek te produceren in plaats van in het Verenigd Koninkrijk. Hij kan daarmee zijn droom realiseren. Pompili lijkt dat prima te vinden. Voor een voormalig milieuactivist is dat misschien opmerkelijk, maar haar voormalige kameraden maken zich geen illusies meer over de afgeschudde ideologische veren nu zij als minister al heeft ingestemd met de terugkeer van insecticiden om bijen mee aan te vallen, een middel waar ze als activist tegen had gevochten.

Ratcliffe staat aan het hoofd van Ineos, een petrochemische specialist, die in 2016 zittend aan een pub tafel in Londen besloot om de Land Rover Defender met een radicale insteek opnieuw te interpreteren. Geïrriteerd door de verdwijning van een legendarisch model (inmiddels vervangen door een nieuw design dat hij te verfijnd vindt), begon hij aan het ontwerp en de productievoorbereiding van een pure, hardcore terreinwagen dat de wetten van dit genre respecteert en in staat is om ”te worden geconfronteerd met ‘s werelds grootste moeilijkheden op vier wielen”. En om overal ter wereld gerepareerd te kunnen worden zonder de heilige elektronische koffer te gebruiken die tegenwoordig in werkplaatsen heerst.

De auto is inmiddels geboren en tot Grenadier gedoopt. Het ontwerp lijkt veelbelovend vanwege zijn archaïsche uitstraling, zelfs als de motor en versnellingsbak afkomstig zijn van de beste leveranciers (BMW en ZF). De specificaties van de Grenadier zijn echter niet bepaald bedoeld om de Brusselse schrift geleerden, die tegenwoordig de normen en voorschriften voor Europa mild te stemmen. Maar dat is ook niet de missie van de terreinwagen van Ratcliffe. Die moet op de meest kronkelige wegen van de planeet zich kunnen redden, ook als bruggen ontbreken. Ratcliffe denkt dat er met name buiten Europa een goede afzetmarkt is voor de Grenadier aangezien het grootste gedeelte van de wereld veel minder aangeharkt is. De miljardair heeft zijn vermogen verdiend met zijn chemische concern en beschikt daardoor over een goed gevulde oorlogskas dat kan worden gespendeerd aan het verslaan van Land Rover met de Grenadier.

Het verdwijnen van de oude versie van de Defender en het in de problemen brengen van de Japanners die nog steeds dergelijke basale terreinwagens produceren, leidde tot de roeping van Ratcliffe en de geboorte van de Grenadier. Dat gezegd hebbende, het in elkaar zetten van wat technisch een halve tractor is in Frankrijk, in de Smart fabriek in Hambach, komt over als een politieke ommekeer voor de Franse regering, voor wie natuurlijk sociaal pragmatisme prevaleert. “Ineos is in vergevorderde besprekingen met Mercedes-Benz”, een dochteronderneming van Daimler, zo verzekert een woordvoerder van Ineos. “Ondanks dat er nog geen overeenkomst is gesloten, hebben we er vertrouwen in dat de onderhandelingen succesvol zullen zijn en dat de toekomstige Grenadier site in Frankrijk zal zijn”, zo voegt hij eraan toe. Dat is genoeg om de woede van Wales, waar het voertuig oorspronkelijk zou worden gebouwd, en van de Britse vakbond te rechtvaardigen. Zij spreken beide van “verraad”. Maar Ineos Automotive omschrijft vestiging in Hambach als “een geweldige oplossing” voor het bouwen van haar toekomstige terreinwagen, aangezien aldaar “een zeer ervaren team werkzaam is dat een geschiedenis van zeer goede bouwkwaliteit heeft”.

Zegeviert hier het gezond verstand, of is er sprake van opportunisme? Dat kan natuurlijk ook samen gaan. Een bron bij Mercedes-Benz geeft toe dat de discussies zijn geïntensiveerd, ook al zal het voor Ineos moeilijk zijn om, startend met een blanco pagina, het behoud van alle 1.600 banen te garanderen. Maar de kandidatuur houdt stand omdat Ratcliffe tot in de hoogste directieburelen van Daimler wordt beschouwd als “een geloofwaardige partner”. Het Franse ministerie van Economische Zaken heeft op 24 augustus een afspraak met de nummer 2 van dit autoconcern en met een hooggeplaatste vertegenwoordiger van Ineos. Beide bedrijven moeten de vakbonden nog ontmoeten met als doel om tegen het einde van de herfst een herstelplan af te ronden. En om te broeden op een retoriek die passend is voor de aanmoediging van de bouw van een voertuig dat het absolute tegenpool lijkt te zijn voor het behoud van het milieu.

Reageren is niet mogelijk.