Opel zegt het dieptepunt voorbij te zijn. De omslag van verlies lijden naar winst maken werd al eerder gemaakt, maar dat ging ten koste van het marktaandeel. Om het financieel bloeden te stoppen, moest Opel namelijk modellen uit haar gamma schrappen waar zij bij de verkoop geld op toe legde. Dat waren met name de Karl, die tegen een vechtprijs werd aangeboden, en de Adam, die minimaal net zo duur was om te produceren als de Corsa, maar vanwege zijn compactere afmetingen niet voor een hoger bedrag verkocht kon worden.
Het gevolg is dat Opel in september nog maar 4,2 procent van de Europese automarkt in handen had, oftewel de helft van het percentage 10 jaar geleden (8,4 procent). Opel is dus diep gezonken, maar de nieuwe elektrische modellen geeft topman Michael Lohscheller, en misschien ook wel de burger, moed. De Corsa-e is met name in eigen land goed aangeslagen en de verwachtingen over de Mokka-e zijn ook hooggespannen, niet in de laatste plaats omdat deze cross-over de nieuwe designtaal van Opel symboliseert en daar veel complimenten voor heeft gekregen.
Langzaam maar zeker durft Opel weer te dromen over de toekomst. Het aanbod in het B en C segment is, de volgend jaar te introduceren nieuwe Astra meegerekend, aardig op orde. De Crossland heeft net een facelift gekregen en met de Grandland X doet Opel goede zaken dankzij de stekker hybride uitvoering. Het verkoopsucces van de Corsa (vorige maand de nummer 2 van Europa) werd reeds besproken, evenals het potentieel dat de Mokka wordt toegedicht. Zowel aan de onderzijde als aan de bovenkant wordt nu gekeken naar uitbreiding van het gamma.
Voor het A segment staat een auto met als werktitel City op de tekentafel. Die zou in 2022 productierijp kunnen zijn. Als basis dient een ingekorte en versimpelde versie van het CMP platform van de Corsa en Mokka. Daarvan hoeft Opel de ontwikkelingskosten niet in zijn eentje te dragen, want Peugeot heeft plannen om dit onderstel te gebruiken voor een korter, maar hoger model onder de 208: de 1008. Beiden zullen alleen in elektrische vorm gebouwd gaan worden. Dat maakt een bodemprijs per definitie onmogelijk, maar daar is het Opel ook niet om te doen: zoals de naam van de auto al aangeeft, wordt de doelgroep voor de nieuweling gevormd door stadsbewoners. Met 3,75 meter is de City voor hen net even makkelijker te parkeren dan de Corsa (4,06 meter). En met een tot 35 kWh verkleind accupakket kan de basisprijs dalen tot 26 à 27 mille. Reken op 95 pk vermogen van de elektromotor.

Voor het overtuigende terugkeer in het D segment, waar Opel nu nog vruchteloos de Insignia probeert te verkopen, wil topman Lohscheller een klinkende naam uit het verleden afstoffen: Monza. Deze modelaanduiding werd 40 jaar geleden gebruikt voor een grote en luxe coupé dus qua associaties zit het wel goed. Lastiger is de carrosserievorm. Met de lage Grand Sport carrosserievariant zit Opel op dood spoor. En van alleen een stationwagen (Sports Tourer) kan de schoorsteen van de fabriek in Rüsselsheim niet roken. Een cross-over ligt dan voor de hand, maar was de compleet geflopte Signum dat niet ook? “Nee”, zegt Lohscheller. “Dat was een laag model”.
De nieuwe Monza wordt als opvolger van de Insignia hoog (hoewel dat op de computertekening misschien niet goed te zien is) en sportief: zowel om te zien als om mee te rijden. Een Zwitsers zakmes dat voor meerdere doeleinden geschikt is. Verder wordt de nieuwe Monza volledig elektrisch want hij gaat gebouwd worden op het eVMP platform van het PSA concern. Dit betekent accupakketten met een capaciteit tussen de 60 en 100 kWh, hetgeen zich vertaalt in een (ruim voldoende) rijbereik van 400 à 600 kilometer. Het motorvermogen ligt rond de 400 pk. Wellicht dat er ook een stekker hybride uitvoering komt. De marktintroductie is voorzien voor 2024.
