De onverbiddelijke downgrade van de Franse automarkt

0

Voortdurende achteruitgang van prestigieuze en sportieve modellen. Democratisering van burgerlijke personenwagens en een gestaag toenemende populariteit van merken als Dacia: wordt Frankrijk een “arm” land op het gebied van auto’s in West-Europa?

Er zijn steeds meer signalen dat Frankrijk een autofoob land is geworden; een natie die alles onderdrukt dat macht, geld en welvaart kan belichamen. Dat de Gallische en revolutionaire geest zich tegen de elite heeft gekeerd, is op zich geen verrassing. Dat maakt deel uit van de geschiedenis van het land. Maar is dat de echte reden, of is de verarming van de automarkt het gevolg van een jarenlang beleid van politici om alles wat boven het maaiveld uitsteekt neer te sabelen?

Deskundigen stellen dat beide factoren een rol spelen, maar dat de tweede verklaring dominant is. De cijfers uit het jaarlijkse statistiekenrapport van de CCFA (Comité van Franse Automobiel Fabrikanten) bevestigen de indruk die marktanalisten al jaren hebben vanwege de hoeveelheid auto’s die Dacia op de weg weet te brengen: in Frankrijk valt 56 procent van de nieuwe autoverkopen in de budgetcategorie (gegevens 2019); een aandeel dat al 20 tot 30 jaar blijft stijgen. Alleen Griekenland en Italië doen het in Europa ‘slechter’. Duitsland staat op 31,4 procent, Finland op 26 procent, Zweden op 18 procent en zelfs Spanje, een markt in Zuid-Europa waar de bevolking vaak minder op luxe gericht is, op 42 procent. Aan de andere kant van het spectrum vertegenwoordigt de ‘super luxe categorie’ 18,9 procent van de omzet in Duitsland, ongeveer 15 procent in België plus Oostenrijk en zelfs 32 procent in Zweden, het land met het hoogste marktaandeel voor premium merken in Europa. In Frankrijk is dit … 6 procent. Daarmee bevindt het land zich op hetzelfde niveau als Italië plus Spanje en scoort het nauwelijks beter dan Griekenland.

Een ander feit is ook veelzeggend: de grootte van de motoren. Dit is niet alleen een indicator van de levensstandaard en koopkracht, maar houdt ook rechtstreeks verband met belastingen, zowel voor particulieren als voor bedrijven. In Frankrijk bedroeg in 2019 de gemiddelde cilinderinhoud 1.405 cc. Daarmee bevindt het land zich onder het Europese gemiddelde, zij het slechts in geringe mate. Het gemiddelde motorvermogen van nieuw verkochte auto’s in Frankrijk is daarentegen laag: 119 pk, tegen 138 pk gemiddeld voor heel Europa. De hoogste waarden worden gerealiseerd in Zwitserland met gemiddeld bijna 1.900 cc en 180 pk!

Dat de Fransen weinig auto’s uit het topsegment kopen, komt ook deels doordat de nationale merken die niet of nauwelijks meer produceren. Maar dat is niet de enige reden. We moeten ook rekening houden met de koopkracht en de ‘mentaliteit’. Omdat Frankrijk een van de landen met de hoogst belastingdruk ter wereld is, die bijzonder zwaar weegt op de lonen en sociale premies, is het budget wat de consument beschikbaar heeft voor de aanschaf van een (nieuwe) auto niet zo genereus als in andere landen, zoals Duitsland of Zweden.

En dan is er nog de levensstijl en de relatie van de Fransen tot de auto. De CCFA vat het heel goed samen: “de evolutie van technologie, economische beperkingen en bewustwording van milieukwesties hebben in verschillende sectoren de ontwikkeling van nieuwe consumenten- en levensstijltrends bevorderd, die het gebruik bevorderen ten koste van het eigendomsrecht”. Tel daarbij een steeds toenemende concentratie van populaties in de grote steden (buiten Parijs), met name die van de jongere generaties die soms heel graag afzien van een rijbewijs, en je begrijpt dat de grote high-end auto minder aantrekkingskracht uitoefent. Een deel van de bevolking is jong, stedelijk en via internet met elkaar verbonden. Zij beseffen dat zij niet per se een eigen voertuig nodig hebben, wat bovendien een duur bezit is.

Tegenwoordig zijn het in Frankrijk vooral plattelandsbewoners die auto’s kopen. Het is een open deur, maar de cijfers bewijzen het: het hoogste autobudget in Frankrijk is dat van plattelandsbewoners, zowel wat betreft aanschaf als gebruik (20 procent van het totaal). En het is niet alleen omdat zij een auto nodig hebben, maar het is ook omdat zij dat kunnen! De mogelijkheden voor het bezit van een voertuig is voor een Parijzenaar veel beperkter (hogere belastingen, parkeerkosten, hogere verzekering, grotere slijtage van het voertuig, enz.) dan in landelijke gebieden. Mensen op het platteland hebben nog een “voordeel” bij het bezitten van een eigen voertuig: ze worden mogelijk minder gehinderd door verkeersbeperkingen in grote steden, en in het bijzonder door toekomstige grote ‘nul / lage emissiezones’ die een deel van het wagenpark zouden moeten uitsluiten.

In een tijd waarin de aankoop van een thermische auto een dilemma wordt, is er minder risico om deze op termijn op het platteland te verkopen in plaats van in de stad. Het probleem is ook dat plattelandsmensen in Frankrijk gemiddeld de laagste lonen hebben. En aangezien zij het talrijkst zijn om auto’s te kopen, wenden ze zich vooral tot economische modellen, met name in het B-segment (Renault Clio / Captur). Dit is wat ertoe leidt dat deze auto’s in de top 10 van Europese verkopen verschijnen, maar het is ook wat Franse merken dwarszit: hoe zorgen wij voor winstgevendheid op lange termijn, ondanks de crises en de nodige investeringen, als wij voornamelijk kleine auto’s verkopen waaraan weinig te verdienen valt. Maar aan de andere kant worden de Franse fabrikanten door buitensporige boetes ontmoedigd om grotere, zwaardere, dorstige en duurdere modellen aan hun gamma toe te voegen. Het is de slang die in zijn eigen staart bijt.

Zal elektriciteit de trend te keren? Alhoewel de elektrische auto nog steeds duur is, heeft hij minstens één duidelijk voordeel: de afwezigheid van castrerende belastingen, waardoor potentiële klanten wegblijven van high-end verbrandingsvoertuigen. Dit maakt het gemakkelijker om een ​​groot elektrisch model met 400 pk te verkopen dan een gelijkwaardige thermische auto. Maar voor hoelang? De huidige Franse boete maakt het voor de regering Macron grotendeels mogelijk om het ecologische bonussysteem op de aanschaf van geëlektrificeerde voertuigen te financieren. Maar die situatie verandert als de opbrengsten van de boetes, als gevolg van de constante daling van de verkoop van high-end auto’s, blijven dalen. De Franse regering zal dan gedwongen zijn om de bonus op termijn te verlagen, terwijl het eind van het liedje is dat er op deze manier helemaal geen overheidsinkomsten meer zijn uit de verkoop van nieuwe voertuigen als die allemaal emissievrij zijn. De enige optie is vervolgens om het hele belastingstelsel voor auto’s opnieuw op de schop te nemen. Dit keer gebaseerd op het systeemvermogen (dat soms zeer hoog is voor elektrische modellen). Maar gegeven de koopkracht van de Fransen en hun terughoudendheid om grote uitgaven te doen, , zal dit niet leiden tot een wezenlijk andere situatie. Dus de vlag voor high-end auto’s blijft halfstok hangen in Frankrijk …

Reageren is niet mogelijk.