Het was maar een kort bezoek: amper 2 jaar na de lancering haalt Toyota de Camry van de Duitse markt. De importeur bij onze oosterburen rechtvaardigt de stap door het veranderde koopgedrag van autoconsumenten, die in dit segment vooral voor SUV modellen kiezen.
De Camry is een van de belangrijkste modellen van Toyota met wereldwijd ongeveer 700.000 verkochte exemplaren per jaar. In Europa was de sedan echter officieel ongeveer anderhalf decennium niet leverbaar. Toyota bracht hem pas in 2019 opnieuw in onze contreien op de markt als opvolger van de Avensis. Zijn belangrijkste troef was standaard hybride techniek. Destijds hadden de Japanners hun hoop vooral gevestigd op dit type aandrijving, die na het dieselschandaal in opmars was en ongeëvenaard was in deze klasse.
De hybride strategie werkte echter niet: in 2020 kozen slechts 544 klanten voor de Camry, dat de strijd aangaat met onder meer de Volkswagen Passat, de Ford Mondeo en de Opel Insignia. Alleen de GT86 en Supra sportwagens plus de Mirai waterstofauto zijn voor wat betreft de verkoopaantallen nog exotischer in het Duitse assortiment van Toyota. In Nederland is de marktsituatie identiek. Na 9 maanden zijn er dit jaar slechts 45 exemplaren op kenteken gezet. Bij ons doet zelfs de Mirai het beter.
Er is dan ook een grote kans dat de Camry ook bij ons uit het assortiment wordt gehaald. Momenteel probeert Toyota al strooiend met korting nog wat exemplaren te slijten. In de toekomst zijn klanten dan aangewezen op SUV modellen zoals de RAV4 en Highlander. Verder maakt in 2022 de eerste elektrische cross-over (BZ4X) zijn opwachting in de showrooms. Dat is ook een mooie aanleiding om de Camry plaats te laten maken.
