Personenwagen fabrikant Volvo heeft 2 miljard euro opgehaald bij zijn beursdebuut. De Zweedse automaker verkocht 13 procent van haar aandelen, dat nu iets meer dan 20 miljard euro waard blijkt te zijn. Aanvankelijk werd er gemikt op 25 miljard euro. Dat dit bedrag niet gehaald is, wordt toegeschreven aan het onrustige beursklimaat.
Het opgehaalde geld is nodig om de transitie naar elektrisch rijden te versnellen. Eerder meldde dochter Polestar via een omgekeerde beursgang geld op te willen halen. Polestar mikt op een waardering van 17 miljard euro. Moederbedrijf Geely blijft meerderheidsaandeelhouder van Volvo, dat op zijn beurt voor de helft eigenaar is van Polestar. Op niet al te lange termijn verkopen de Zweden waarschijnlijk nog eens 7 procent van hun aandelen. Maar dat gebeurt alleen als het klimaat op de beurs minder nerveus wordt.
Volvo topmanager Lex Kerssemakers lichtte recent tijdens een presentatie de plannen van Volvo toe. Het bedrijf schakelt over op een zogeheten agentuur model (in plaats van klassieke dealers), er wordt in hoog tempo geëlektrificeerd en vanaf 2030 zijn de auto’s uitsluitend online te koop. “Innovatie betekent voor ons verandering. En verandering is dat wij vooral met veel dingen stoppen”. Zoals een topsnelheid van de auto’s van het merk boven de 180 km/u. Dat vindt Volvo maar onzin.
Volgens Kerssemakers kan Volvo niet anders dan het hele bedrijfsmodel op de schop gooien. “Er is weinig transparantie in het huidige verkoopwijze. Door de voorraden bij onze dealers en door de grote hoeveelheid uitvoeringen en opties, is er veel prijsdifferentiatie. Dat is niet bepaald klantvriendelijk. En daar zit ons risico. Als wij die klant niet bedienen zoals hij bedient wil worden, dan wordt onze klant straks overgenomen door partijen die het wel snappen”. Hij doelt daarmee op de succesvolle start van Lynk & Co die haar debuutmodel 01, een technische evenknie van de stekker hybride Volvo XC40, met veel succes via een abonnementsmodel aanbiedt.
Volvo wil dat in 2025 de helft van de door haar geproduceerde auto’s volledig elektrisch is. In 2030 wil het bedrijf geen enkele auto met een verbrandingsmotor meer verkopen. Om die doelstelling te halen, zijn er nog flinke inspanningen en investeringen nodig. Vorig jaar produceerde Volvo 115.436 auto’s met een stekker (plug-in hybride modellen meegerekend) oftewel iets meer dan 17 procent van het totaal. Daar komt bij dat de verkopen van het automerk in 2030 moeten zijn verdubbeld.
De beursgang van Volvo is in feite ook een test voor het vertrouwen van beleggers: is het bedrijf in staat om te transformeren van een producent van traditionele personenwagens met een verbrandingsmotor in een onderneming die alleen nog maar elektrische voertuigen op de markt brengt? Volvo was er voor wat betreft de introductie van stekker hybride modellen tijdig bij, maar liep bepaald niet voorop bij de lancering van haar eerste volledig elektrische auto, de XC40 Recharge P8. En de jongste aanwinst op dit vlak, de C40, eindigde recentelijk als laatste in een vergelijkingstest van een Brits magazine. Anders dan diverse concurrenten is Volvo nog niet zo ver dat zij elektrische auto’s op basis van een specifiek platform kan lanceren. Dat gebeurt pas medio 2024. Dit betekent dat ook de nieuwe XC90, die volgend jaar debuteert, het in elektrische uitvoering moet doen met een onderstel dat ook gebruikt wordt voor de versies met een verbrandingsmotor. Dat zet de SUV al direct vanaf zijn verkoopstart op achterstand.
Toch heeft Geely, toen zij in 2010 het Zweedse personenwagen merk van Ford overnam, beslist geen kat in de zak gekocht. Toen werd er 1,55 miljard euro betaald. Nu is de waarde van Volvo vele malen hoger.
