Suzuki heeft in het boekjaar dat op 31 maart afliep last gehad van de sterk gestegen prijzen voor grondstoffen en materialen. Daardoor daalde de operationele winst in vergelijking met het vorige boekjaar met 1,5 procent naar afgerond 1,4 miljard euro.
In het eerste kwartaal van dit jaar liep die winst met bijna 20 procent terug. Door hogere prijzen voor de diverse modellen kwam de omzet over het hele boekjaar wel ruim 12 procent hoger uit, namelijk op 26,8 miljard euro. Suzuki verkocht in de periode 1 april 2021 tot en met 31 maart wereldwijd 2.706.865 voertuigen. De overgrote meerderheid daarvan, namelijk 2.145.490 stuks, werden buiten Japan verkocht. Traditioneel deed Suzuki met name in India goede zaken via dochterbedrijf Maruti. Daar zijn de Japanners al sinds mensenheugenis marktleider. Maar Suzuki weet in toenemende mate ook in Zuid-Amerika en Afrika klanten te trekken.
In Japan zelf werden echter minder van de maximaal 3,4 meter lange zogeheten Kei Cars verkocht. Dat komt doordat de markt als geheel eigenlijk niet meer groeit. Hogere verkopen kunnen dus alleen gerealiseerd worden als de spelers in het Kei Car segment (naast Suzuki ook Daihatsu, Honda, Mitsubishi, Nissan en Subaru) van elkaar marktaandeel weten af te snoepen. Momenteel heeft Honda daartoe te beste papieren met de het populaire N Box model. Die auto voert al sinds begin dit jaar de verkoopstatistieken in Japan aan.
Suzuki heeft verder laten weten dat het aan het eind van dit jaar stopt met de MotoGP. “De huidige economische situatie en de noodzaak om ons te concentreren op de grote veranderingen waar de autowereld mee te maken heeft, forceren Suzuki om de kosten en menskracht te verschuiven naar de ontwikkeling van nieuwe technologieën”.
