Autointernationaal.nl neemt jou even mee terug naar 1995. Volkswagen verkeerde toen in een soort van crisis. In de showroom stond de slechtste Golf uit de geschiedenis (de derde generatie), de Polo werd overschaduwd door de herboren, met krachtigere motoren leverbare, Seat Ibiza en de belangstelling voor de derde editie van de Passat viel tegen nadat de ingenieurs in Wolfsburg er een opgerekte Jetta / Vento van hadden gemaakt (met de motor dwars voorin) in plaats van vast te houden van het succesrecept om het model te positioneren als een goedkoop alternatief voor de kloeke middenklassers van de Audi (80, 100).
Ferdinand Piëch, die in die periode achter het stuur was gekropen bij Volkswagen na eerder Audi een overtuigend op het premium spoor te hebben gezet, had weinig geduld met dit soort middelmatigheid. Hij heeft vele meesterzetten op zijn naam staan, maar één daarvan is beslist ook de opwaardering van de vierde generatie Passat. Dat deed hij door de toenmalige Audi A6 als basis te nemen. Het resultaat was een kwaliteitsniveau waar Ford (Mondeo) noch Opel (Vectra) aan konden tippen, terwijl de schaalvoordelen van de Volkswagen Groep er voor zorgden dat de Passat IV toch tegen schappelijke prijzen kon worden aangeboden. De consument was enthousiast en ‘Wolfsburg’ was terug in de D segment wedstrijd.
Anno 2022 laat de bedrijfseconomische gezondheid van Volkswagen opnieuw te wensen over. Dankzij de dochters Audi en Porsche wordt er weliswaar nog steeds flink geld verdiend, maar de transitie naar een elektrisch modellengamma verloopt allesbehalve vlekkeloos. Niet alleen omdat de hiervoor benodigde software hapert, maar ook omdat de diverse ID modellen onvoldoende aanslaan. Er worden met het huidige elektrische repertoire heus wel 5-cijferige verkoopresultaten gerealiseerd, maar van een segmentdominantie waar in het verleden met name de Golf een abonnement op had, weet Volkswagen niet af te dwingen. Ook de volgend jaar te introduceren ID.7, een elektrische sedan van Passat formaat, zal het tij niet kunnen keren. Dat komt niet alleen door zijn lompe vormgeving maar ook doordat zijn elektrische techniek nu al een generatie achterloopt bij die van de Hyundai Ioniq 6.
Het is dus hoog tijd voor ID versie 2.0. Daar wordt achter de schermen bij Volkswagen momenteel hard aan gewerkt. Dit zogeheten Project Trinity moet in 2026 de eerste vruchten gaan afwerpen. Voor het model dat dan, 31 jaar na de introductie van de Passat IV, opnieuw voor een bedrijfseconomische revitalisatie moet zorgen, wordt naar Audi wederom gekeken. Insiders melden dat het Project Trinity van Volkswagen een soortgelijk ontwikkelingsplan van deze dochter, genaamd Artemis, als blauwdruk heeft. In beide gevallen wordt aangekoerst op een nieuwe generatie elektrische auto’s. Bij Audi bijt een productieversie van de Grandsphere conceptstudie de spits af (zie onderstaande foto). En de auto die Volkswagen terug in de wedstrijd moet brengen? Dat wordt een verkleinde, minder luxe versie van de Grandsphere. Zowel in technologisch opzicht als qua design.

De door de Audi Grandsphere geïnspireerde Volkswagen ‘Trinity’ moet slagen waar de ID.7 zal falen. Dat betekent techniek om met 800 volt te kunnen bijladen en assistentiesystemen waarmee het voertuig grotendeels zelfstandig (Level 4) zijn weg kan vinden. Daar waar de ID.7 het bij een accucapaciteit van 77 kWh voor gezien houdt, zal de Volkswagen Trinity over minimaal 100 kWh beschikken. Voor vierwielaandrijving zal men niet perse de GTX versie hoeven te bestellen (de lancering van dit label door Volkswagen is net zo’n sof als de ‘comeback’ van Gordini ruim 10 jaar geleden bij Renault). Kortom, de Trinity gaat de ID familie volkomen overschaduwen. Net zoals de bouwkwaliteit van Audi in 1996 niet alleen een begerenswaardige Passat opleverde, maar in 1997 ook een Golf wiens interieurafwerking ver boven die van zijn voorganger verheven was (om over het formaat van de carrosserienaden nog maar te zwijgen).
En hoe gaat Volkswagen de opwaardering van haar elektrische modellen betalen? Het antwoord op die vraag is: nog meer schaalvoordelen. Op concernniveau wordt namelijk gewerkt aan één uniform platform type voor alle elektrische auto’s van de Volkswagen Groep: SSP (Scalable Systems Platform). Standaardisering van deze architectuur moet de kosten binnen de perken houden, terwijl er toch sprake zal zijn van een technisch niveau waar Audi zijn handtekening onder durft te zetten. Ja, het is de voorsprong in techniek van deze dochter die moederbedrijf Volkswagen maar wat graag ten gelde maakt. De geschiedenis herhaalt zich, want in Wolfsburg zou men in 1973 afgestevend zijn op een faillissement als Audi toen niet haar ’80’ als donormodel voor de eerste generatie Passat (inclusief de bijbehorende, moderne vloeistof gekoelde motoren) beschikbaar had gesteld ….
