Waarom Volvo groot gelijk heeft met haar vertrek uit ACEA

0

De Europese vereniging van autofabrikanten ACEA is in korte tijd een tweede belangrijk lid kwijtgeraakt. Eerder gaf Stellantis aan eind dit jaar uit de lobbyclub te stappen en nu houdt ook Volvo het voor gezien. De reden is dat de Zweedse autofabrikant de klimaatambities van ACEA niet ver genoeg vindt gaan.

Volvo wil vanaf 2023 geen lid meer zijn van ACEA. Volvo vindt de klimaatplannen van de lobbygroep niet ambitieus genoeg. Als het aan de Europese Commissie ligt, worden er vanaf 2035 alleen nog maar emissievrije auto’s verkocht in de lidstaten van de EU. De ACEA probeert dat plan te traineren. “Gezien de onrust en de onzekerheid die autofabrikanten wereldwijd dagelijks ervaren, zijn nieuwe regels voor de lange termijn niet wenselijk”, aldus voorzitter Oliver Zipse die van 9 tot 5 de topman van BMW is. Hij stelt namens ACEA dat er eerst gekeken moet worden of de uitrol van laadinfrastructuur en de beschikbaarheid van grondstoffen voor batterijproductie de vraagexplosie naar elektrische auto’s kan volgen als in het volgende decennium een verkoopverbod voor modellen met een verbrandingsmotor komt.

Dit tot ergernis van Volvo. Die is juist van mening dat de Europese Commissie met het oog op de opwarming van de aarde niet snel genoeg handelt. Volvo denkt dat de autobranche een serieuze rol kan spelen bij het verkleinen van de kans op een klimaatcrisis en wil dat er niet pas in 2035 een verkoopverbod voor modellen met een verbrandingsmotor wordt ingesteld, maar al in 2030. Haar standpunt werd echter niet gesteund door ACEA. “Wij stellen vast dat onze duurzaamheidsstrategie en ambities niet in lijn liggen met de standpunten en werkwijze van ACEA”, aldus Volvo. “Wij denken daarom dat het beter is om een andere weg in te slaan”.

De druppel die de emmer bij Volvo deed overlopen, is het feit dat ACEA wél de uitzondering van de Europese Commissie voor kleine (lees: Italiaanse) autofabrikanten steunt. Ferrari en Lamborghini ontspringen namelijk de CO2-dans en mogen na 2035 toch nog sportwagens met benzinemotoren blijven bouwen. Ook Bugatti behoort tot de uitzonderingsgevallen. Kleine autofabrikanten krijgen ook geen tussentijdse CO2-doelen opgelegd. Daarvan is voor de rest van de branche in 2030 wel sprake.

Dat is de idiotie ten top. Niet alleen worden hiermee ‘de rijken’ bevoordeeld oftewel mensen die zich een Bugatti, Ferrari of Lamborghini kunnen veroorloven, er is bedrijfseconomisch ook geen enkel argument om voor hen een uitzondering te maken. Normaliter wordt uitstel verleend aan iemand die bijvoorbeeld niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Maar zowel Ferrari als Lamborghini stevenen dit jaar af op een afzetrecord met navenante bedrijfswinsten. Zij zijn dus heel goed in staat om de investeringen in elektrische aandrijving op te brengen.

Er zou wél wat voor te zeggen zijn geweest als ACEA gepleit had voor uitstel van de emissieregels voor modellen die bijvoorbeeld minder dan 15.000 euro kosten. In die prijscategorie is met maken van een businesscase voor elektrificatie wél enorm lastig, om niet te zeggen ondoenlijk. En een uitzondering voor bijvoorbeeld Dacia zou ook goed aansluiten bij de problematiek dat er in Oost Europese landen niet of nauwelijks laadpalen zijn. En dat de bevolking aldaar zich geen nieuwe auto van 40.000 euro (al snel de gemiddelde prijs van een elektrisch model) kan veroorloven. HIER had ACEA voor moeten pleiten.

Nu behartigt ACEA volkomen de verkeerde belangen. Logisch dat Stellantis en Volvo er tabak van hebben.

 

Reageren is niet mogelijk.