Het wereldwijde chiptekort kost de auto-industrie in Europa in 2021 en 2022 ongeveer 100 miljard euro. Dat stelt kredietverzekeraar Allianz Trade.
De voertuigproductie daalde in Europa tot “een ongekend laag niveau” van 13 miljoen voertuigen. Wereldwijd zijn er door het chiptekort ongeveer 18 miljoen exemplaren minder geproduceerd, zo stelt Allianz. Dit jaar blijft de autoproductie nog eens 3,1 procent achter bij het niveau van 2021.
De auto-industrie heeft de problemen voor een deel over zichzelf afgeroepen, zo meent de kredietverzekeraar. “Om de corona-klap op te vangen, voerden autofabrikanten forse bezuinigingen door. Onder meer door voorraden en bestellingen van halfgeleiders te minimaliseren. Met als gevolg dat chipfabrikanten hun heil elders zochten. Toen de automarkt weer aantrok, en dit sneller dan verwacht gebeurde, bleek er nog maar een beperkte hoeveelheid chips beschikbaar voor de auto-industrie”, stelt Johan Geeroms, directeur risicoacceptatie Benelux. “Het gevolg? De autoproductie is met miljoenen teruggelopen. Fat leidt tot lange levertijden en hoge occasionprijzen”. Desondanks zien meerdere marktpartijen weer licht aan het einde van de tunnel. En ondanks de lagere productie realiseren autofabrikanten megawinsten.
Eerder dit jaar besloot de Europese Commissie om tientallen miljarden te reserveren om de eigen chipindustrie te stimuleren. Geeroms: “Europa moet niet denken dat het binnen 5 of 10 jaar zelf genoeg chips kan produceren om volledig aan de eigen vraag te voldoen. Beter is het om de Europese steun te richten op haalbare doelstellingen. Dan moet je kijken naar producten waarvoor Europa zelf zowel een grote productie- als eindmarkt is. De auto-industrie is daarvan een prima voorbeeld. Daar zou de eigen chipproductie zich op moeten richten”.
Volgens Geeroms is het ook raadzaam om joint ventures aan te gaan met grote mondiale chipmakers. Naar verwachting houdt het chiptekort nog wel even aan, waarschijnlijk tot ver in 2023.
