De OPEC+, de organisatie van een aantal grote olieproducerende landen, gaat minder olie oppompen en dat leidt tot een hogere olieprijs. En dat gaan wij merken aan de pomp: de brandstofprijzen zijn weer aan het stijgen, nadat deze de afgelopen 3,5 maanden juist flink waren gedaald.
Automobilisten zullen de afgelopen maanden met veel plezier de brandstofprijzen in de gaten hebben gehouden. Halverwege juni was de gemiddelde adviesprijs voor een liter Euro 95 namelijk 2,50 euro, maar eind september was die adviesprijs gedaald tot 2,06 euro, zo blijkt uit cijfers van consumentenorganisatie United Consumers, die de brandstoftarieven in de gaten houdt (in de praktijk betaalt men overigens die adviesprijs met name langs de snelweg; elders is men vaak minder geld kwijt).
Inmiddels is de gemiddelde adviesprijs weer met 2 cent gestegen. Daarmee is een eind gekomen aan de daling van zo’n 18 procent van de afgelopen 3,5 maanden. Dat komt doordat de olieprijs de laatste dagen flink is gestegen, van circa 85 dollar per vat eind vorige week, tot nu ruim 93 dollar. Een verhoging van de olieprijs werkt ook door in de prijzen aan de pomp, al worden die ook beïnvloedt door belastingen.
De oorzaak voor de dalende olieprijs is de aangekondigde productieverlaging van de OPEC+. Dat is de organisatie van olie-exporterende landen, waaronder onder meer Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, die onderling afspraken maken over de productie. Daarmee kunnen de deelnemende landen de prijs sturen. Een lager aanbod betekent immers een hogere prijs. Sinds ook Rusland meepraat over de productie, wordt gesproken over OPEC+. De OPEC+ heeft flinke invloed op de olieprijs, want Saoedi-Arabië en Rusland zijn 2 van de 3 grootste olieproducerende landen in de wereld.
Gisteren maakte de OPEC+ bekend dat het vanaf november 2 miljoen vaten per dag minder olie gaat oppompen. Dat komt neer op een daling van 2 procent van het wereldwijde aanbod van olie. En dat tikt dus aan, ook in de benzineprijs. En dan te bedenken dat in de brandstofprijzen ook nog een accijnsverlaging zit. In april werden de accijnzen op benzine en diesel met respectievelijk 17 en 11 cent per liter verlaagd. De brandstofaccijns op LPG en CNG werden met 4 cent per liter verminderd.
Net als de benzineprijs, loopt ook de prijs van een liter diesel weer wat op. Diesel kost nu 1,4 eurocent per liter meer dan gisteren. Diesel was de afgelopen weken zelfs duurder dan Euro 95. Per saldo is de dieselprijs, net als die van benzine, nog wel lager dan 3,5 maand geleden. Maar de prijs is wel minder gedaald dan die van Euro 95. Diesel wordt overigens steeds minder populair. Vorig jaar was 80 procent van de personenauto’s in ons land een benzinemodel en slechts 12,5 procent was een diesel. Het aandeel van benzineauto’s is de afgelopen jaren gestegen en dat van dieselauto’s gedaald. In 2016 waren diesels nog goed voor bijna 17 procent van het totale aantal personenwagens.
